100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

College aantekeningen Economie van de publieke sector Public Finance

Rating
5.0
(1)
Sold
5
Pages
52
Uploaded on
20-10-2023
Written in
2023/2024

Alle colleges zijn in dit document opgenomen. De aantekeningen zijn puntsgewijs en in het Nederlands. Ook zijn de figuren die zijn gebruikt in de colleges opgenomen in het bestand.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 20, 2023
Number of pages
52
Written in
2023/2024
Type
Class notes
Professor(s)
Koen caminada
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Economie van de publieke sector
Hoorcollege 1
- Relatie tussen overheidsschatkist en de samenleving.
- 3 doelstellingen/motieven overheidsbemoeienis:
-> goederen en diensten verzorgen (ipv markt)
-> macro-economische functie (werkloosheid, inflatie)
-> verdelingsdoelstellingen (arbitrair —> iedereen ziet dat anders)
- In veel gevallen marktuitkomsten via marktwerking niet ideaal of wenselijk, of er
komt helemaal niks tot stand (bv dijkbewaking)

- Economie is de wetenschap van de schaarste.
- Behoeften zijn eindeloos, middelen zijn begrensd —> kiezen
-> daarnaast ook in dit vakgebied adviseren op welk instrument geschikter is voor
bepaalde handelingen, gegeven doelen.

Hoofdstuk 1: Introductie
- Economie publieke sector, publieke sector economie of openbare financiën: kant
van economie over de interactie tussen enerzijds de overheid en de anderzijds de
samenleving.
-> wij zijn de overheid, wij kunnen via electoraal proces bijsturen
(belastingheffing, uitgaven).
-> als wij vinden dat de overheid te groot is, kunnen wij bijsturen.
- Doelen kunnen wij als economen niet kiezen, wij kunnen alleen adviezen geven en
de consequenties daarvan schetsen  instrumenten meegeven.
-> kritisch benaderen van het beleid  organic view of government, niet zozeer
hoe de overheid eruit zou moeten zien (mechanistic view of governement)

- Wat is de overheid (in de economie van publieke sector)?
-> er moet minimaal een ‘power to tax’ zijn, omdat een overheid niks kan doen
zonder geld binnen te halen.
-> heel veel instanties vallen dan af, en die zijn dan onderdeel van de overheid,
maar zelf geen overheid.

Grootte van de overheid
- Grootte van de overheid (de invloed van) is te meten door bijvoorbeeld te kijken
naar het aantal werknemers, of te kijken naar de totale uitgaven.
-> het gaat om de invloed van allerlei vormen van overheidsfinanciën op het
functioneren van de samenleving en andersom.
-> overheid is afgelopen jaren met 40% in ambtenaren toegenomen (indicator)
- Daarnaast zijn er ook allerlei elementen die laten zien dat de overheid wel invloed
heeft (en de grootte daarvan), maar die niet gemakkelijk zijn te meten.
-> regelgeving: overheid kan bijvoorbeeld om uitstoot te verminderen bij auto’s
ervoor kiezen om een belasting te heffen (overheid ontvangt geld), maar ook
regelgeving inzetten (geen financieel effect op overheidsbegroting, wel effect op
de economie)  niet direct zichtbaar via geld.
-> instituties: de manier waarop een land in elkaar zit of hoe dingen geregeld zijn
kan ook invloed hebben op hoe groot de overheid lijkt (bv. Duitsland netto
uitkeringen, Nederland bruto)
- Een voorbeeld van regelgeving: de EU is begrensd in hun ‘power to tax’ (1%) 
zodat de overheid via uitgaven niet groter kan worden.
-> echter is de EU de afgelopen 30 jaar hun invloed gaan gebruiken door middel
van regelgeving en richtlijnen, omdat het niet kon via uitgaven.
-> en nu is er veel kritiek op het vele geregel van de EU, terwijl we dat zelf zo
hebben geïnstitutionaliseerd.

,- Dus er zijn drie instrumenten waardoor de overheid invloed kan hebben op de
economie en op het gedrag van mensen, maar die hebben een verschillend effect
op de overheidsbegroting
-> subsidies, belastingen of regelgeving.
- Een aantal typen van overheidsuitgaven zijn de aankoop van goederen en
diensten, de herverdeling van inkomen en het betalen van rente.

- Als we kijken naar de grootte (invloed) van de overheid in termen van totale
uitgaven, dan kunnen we een aantal dingen doen:
-> prijsinflatie (één euro dit jaar is iets anders waard dan één euro vorig jaar)
-> bevolkingscorrectie (50 jaar geleden veel minder mensen dan nu, heeft effect
op uitgaven)
-> afzetten tegen het BBP (uitgaven als percentage van het BBP)  vaakst
gebruikt.
 zowel om te vergelijken in de tijd als tussen landen.




- Er is ook overheidsinvloed wat niet alleen publiek is, maar ook gedeeltelijk privaat.
-> bijvoorbeeld de ambtenarenpensioenen, die in internationale context vaak als
privaat worden gezien (bruto private sociale uitgaven  corrigeren)
-> het maakt ook uit hoe landen institutioneel in elkaar zitten (bv. Duitsland keert
netto uitkeringen uit, in Nederland bruto)  corrigeren (netto-belastingseffect)
- In sommige landen, zoals de VS, loopt enorm veel via de particuliere sector als het
gaat om gezondheidszorg  bij ons onderdeel van de collectieve sector.
- Indien je al deze verschillen tussen landen corrigeert, krijg je een veel beter
vergelijkend beeld tussen de grootte van de overheid tussen landen.
- Veel landen geven ieder jaar net iets meer uit dan dat ze binnenkrijgen.
-
>




maar als dat tekort in procenten van het inkomen kleiner is dan de groei van de
economie, dan kan de staatsschuld alsnog dalen.
- Je kan als land dus ieder jaar net iets meer uitgeven dan dat er binnenkomt, ter
grootte van de economische groei, dan daalt de schuld nog steeds (of blijft precies
hetzelfde)

, - We zien in de loop van de tijd dat er veel meer uitgaven zijn gekomen naar sociale
uitkeringen (ook omdat de samenleving vergrijst), maar ook dat in die
toegenomen uitgaven het aandeel van de belastingen voor bedrijven kleiner is
geworden.
-> dat komt omdat bedrijfswinsten makkelijk te verplaatsen zijn naar andere
landen die eventueel soepeler zijn in deze tarieven.
-> ieder land neemt hierdoor een lager belastingtarief aan, omdat ze de bedrijven
willen houden  bedrijfswinst volgt de lagere belastingtarieven.
-> bedrijfswinsten zijn hierdoor een instabiele grondslag geworden.

- In Europa hebben we bepaalde afspraken over hoe groot de staatschuld en het
overheidstekort mag zijn.
-> in de jaren zien we hierin in Nederland fluctuaties, maar we deden het best
goed (tot de coronacrisis)
- Het gaat om voorkeuren als we ons afvragen in hoeverre we de staatsschuld
moeten aflossen voor volgende generaties.

Hoofdstuk 2
- Modellen zijn eenvoudige weergaves van de werkelijkheid.
-> belangrijk om empirisch te toetsen.
- Aangezien de economie een sociaal terrein is, is het vaak lastig om experimenten
op te stellen.
-> het is niet mogelijk om de helft van de studenten wel een basisbeurs te geven
en de andere helft niet om het effect te meten.
-> daarom zijn modellen handig.
- Vaak zijn de veronderstellingen van de modellen de zwakke plekken.
- Met behulp van deze modellen kunnen we overheidsbeleid evalueren.

- De economie maakt nogal veel gebruik van statistische analyses.
- Sociale wetenschappen zullen altijd het probleem hebben dat er geen sprake is
van een counterfactual.
-> altijd in maatschappelijk verkeer het effect eruit halen.
- Daarnaast is er altijd sprake van biased groepen (effect doordat de groep op een
bepaalde manier in elkaar zit, en niet vanwege een bepaalde treatment)
- Daarom komen we altijd met ethische problemen, omdat we niet zomaar de ene
groep wel kunnen behandelen en de andere groep niet in de sociale
wetenschappen.

- Kerstarrest van de Hoge Raad: Box 3 kan zo niet langer  onwettig verklaard.
-> op basis van empirie; we gaan er in box 3 vanuit dat mensen die vermogen
hebben een bepaald rendementspercentage maken, en de overheid belast dat
weg  dat zou onredelijk zijn.
-> sommige mensen zouden dan te veel belasting betaald en anderen te weinig
(procentueel eigenlijk anders)
-> argument van wetgever was dat als dit per geval gemeten zou moeten worden,
de administratieve last te groot zou zijn (ruwere benadering is efficiënter)
-> er was een echtpaar die stelde dat zij werden belast op een hoog geschat
rendement, terwijl zij risicomijdend waren en hun geld op de spaarrekening
hadden (met laag rendement).
-> na onderzoek bleek dat er mensen waren met hoog rendement die weinig
betaalde en andersom  Hoge Raad besloot dat systeem buiten spel te zetten.
-> met empirie kan je dus beleid, in dit geval slecht beleid, een systeem buiten
spel zetten.

- Soms is empirie niet toereikend om beleid te evalueren of resultaten te
voorspellen met behulp van een model  belastingverhoging.
-> in theorie kunnen er twee dingen gebeuren: je gaat meer uren werken om
hetzelfde inkomen te blijven verdienen (inkomenseffect), of je gaat minder werken

, omdat de opofferingskosten voor andere tijdsbestedingen minder worden
(substitutie-effect).
-> er is een verschil tussen de reactie tussen vrouwen en mannen (mannen als
kostwinners zullen eerder neigen naar het inkomenseffect, vrouwen naar
substitutie-effect)

- Dif-in-dif-experimenten: bijvoorbeeld het verschil tussen landen; je meet een
veelvoud aan variabelen, en het verschil wat eruit komt moet dan liggen aan het
verschil in landen, omdat de rest op eenzelfde manier is gemeten tussen de
landen.

Hoorcollege 2
Hoofdstuk 3: Tools of normative analysis
Functioneren van de markt
- Overheidsbemoeienis is niet kosteloos, alleen zodra de markt zijn werk doet
ontstaat er maximale welvaart.
-> optelsom van het geluk van alle mensen is het grootst als de markt zijn gang
gaat, maar misschien is dit scheef verdeeld.
-> als de overheid ingrijpt wordt deze optelsom kleiner.

- Welfare economics  probeert de maatschappelijke welvaart zo groot mogelijk te
krijgen.
-> niet alleen inkomen.
- Edgeworth Box: twee consumenten en twee producten
-> Adam en Eva met twee consumptiegoederen  appels en vijgenbladeren.
-> kan Adam en Eva op een hogere happiness krijgen door met elkaar te praten.
- Op een gegeven moment is er een bepaalde verdeling van die goederen tussen
Adam en Eva.




- En Adam en Eva hebben ook beide voorkeuren (indifferentiecurve)
-> met hetzelfde nut (zie het als budget) kan je toch verschillende combinaties
halen.
-> Adam wilt het liefst zo ver mogelijk naar rechtsboven in het figuur hieronder,
omdat hij bij elke curve verder die kant op beweegt meer te besteden heeft (meer
nut, meer happiness)
- Het boek tekent niet alle indifferentiecurves, alleen de relevante; maar er zijn er
dus duizenden, en dat hangt af van je budget.
-> het zijn voorkeurcurves, het hoeft niet per se mogelijk te zijn op dit moment.
- Voor Eva geldt dat de curves die verder naar linksonder bewegen haar meer nut
geven.

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
1 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
twansteneker Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
134
Member since
3 year
Number of followers
52
Documents
33
Last sold
1 week ago

3.4

9 reviews

5
2
4
2
3
4
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions