Functionele benadering:
- zelfredzaamheid staat centraal
- afhankelijk van:
o somatische factoren
o psychische factoren
o sociale factoren
Nederland nu
- 16,7 miljoen inwoners
- circa 2,5 miljoen > 65 jaar
- 600.000 > 80 jaar
- 155.000 ouderen wonen in een verpleeg- en
verzorgingshuis
Resterende levensverwachting
Leeftijdsklasse Mannen Vrouwen
0 77,8 82,1
65-69 15,1 18,4
70-74 11,6 14,4
75-79 8,6 10,8
80-84 6,1 7,7
85+ 3,7 4,2
Wat gebeurd er in de veroudering
- orgaanstelsel wordt ouder en gaat steeds minder goed
functioneren
- homeostase = handhaven interne milieu
- je wordt steeds kwetsbaarder: frailty
Veroudering
- aantal eenheden van de meeste organen neemt af
- kwaliteit van overblijvende eenheden neemt af
- gevolg
o onder normale omstandigheden meestal geen probleem
o verzwaarde omstandigheden, ontbreken reserves
Consequenties veroudering
- reservecapaciteit neemt af
- handhaven van homeostase is het voornaamste probleem
Immuunapparaat
- infectieziekten
o jonge kinderen: afweer opbouwen
o ouderen: klein griepje, longonsteking etc. Deze infectieziekten komen terug
- maligne tumoren
o cellen herkennen, herkent je eigen cellen (antigenen etc). Als er een tumorcel ontwikkeld
dan moet dat afgevoerd worden maar omdat immuunsysteem niet optimaal werkt krijgt
het de kans te ontwikkelen
- auto-imuunziekten
o fout van immuunsysteem, meer kans dat het zich tegen je eigen cellen keert
Zenuwstelsel
- algemene atrofie
o gewicht van hersenen is lager
- verlies neuronen
o frontaal en temporaalkwab, verandering van gedrag, decorumverlies: dingen die je
eigenlijk niet doet
, - kwaliteit neuronen neemt af
o ziekte van Parkinson – minder dopamine produceren
o minder propriocepsie: minder looppatroon
Zenuwstelsel
- motorisch: verandering houding, evenwicht, gang
- sensorisch: verandering slaappatroon
- geheugen: verlies korte termijn geheugen
- emotie en gedrag: optreden van bijvoorbeeld depressie, angst, agressie
Slaap: bijna 50% van de 50plussers heeft chronische slaapproblemen, snel wakker
Spieren
- atrofie use it or lose it
o spiermassa, spiervezel neemt qua omvang af maar ook aantal spiervezels neemt af
(vervangen door vetweefsel of bindweefsel)
- afname contractiliteit
- afname actieve spierspanning (kracht/cm2)
- minder motorunits
Sacropenie (1988)
- verlies van spiermassa op oudere leeftijd
- na 50e levensjaar afname 1-2% per jaar
- afname spiermassa opgevuld door vet en bindweefsel
Pathofysiologie
- neuromusculaire
o impuls die gegeven wordt minder
o motor neuronen
o infarct
- systemische en cellulaire factoren
o chronische ontstekingen
- leefstijl en andere factoren
o voeding
o activiteit
Botten
- vanaf 30e geleidelijke toename van de
activiteiten van osteoclasten
- botmassa neemt langzaam af
- bij vrouwen: enkele jaren na menopauze hoge
activiteit osteoclasten, gevaar: osteoporose
Bewegingsapparaat
- sturing motoriek gaat achteruit waardoor je een
onzekere gang krijgt
- bindweefsel wordt stugger, bewegingen beperkt:
beweeglijkheid wordt mindr
- afname van kracht, doordat spiermassa afneemt
- kans op botbreuken neemt toe, doordat botmassa afneemt
Hart
- maximale hartfrequentie neemt af
o gebeurtenissen: hartinfarct
- contractiekracht neemt af – maximale inspanningsvermogen naar beneden
o gebeurtenissen: hartinfarct
Vaten
- afname rekbaarheid Aorta – weerstand groter – stijging systolische fase