Het voorspellen van Depressie
NAAM
STUDENTENNUMMER
NAAM TUTOR
Werkgroep X
Vrije Universiteit van Amsterdam
DATUM
, 2
Inleiding
Geestelijke gezondheidsproblemen bij kinderen, zoals depressie, hebben verscheidene
negatieve gevolgen voor het kind, het gezin, maar ook voor de samenleving. Het is daarom
van groot belang dat factoren die bijdragen aan deze psychische aandoening kunnen worden
geïdentificeerd. Zo kan dit een belangrijke rol spelen voor een vroegtijdige en nauwkeurige
diagnose van depressie, wat de negatieve gevolgen voor de toekomst zou kunnen voorkomen.
(Haque et al., 2021).
In het huidige onderzoek wordt daarom onderzoek gedaan naar eventuele voorspellers
van depressie, om op deze manier te kunnen bepalen welke individuen gevoeliger zijn en een
groter risico lopen op depressie.
Allereerst wordt er verwacht dat een hogere mate van neuroticisme en een hogere
mate van angst zal leiden tot een hogere mate van depressie. Uit het onderzoek van
Horstmanshof et al. (2008) is al gebleken dat een lager niveau van de persoonlijkheidstrek
neuroticisme leidt tot meer tevredenheid van het leven en tot meer plezier. Daarbij is ook
geconcludeerd dat neuroticisme en extraversie bijdragen aan de voorspelling van depressie.
In het huidige onderzoek wordt er verder ingegaan op de relatie tussen neuroticisme en
depressie, maar dan ook met angst als eventuele voorspeller.
Daarnaast wordt er een positieve relatie verwacht tussen angst en depressie. Deze
relatie zal sterker zijn voor leerlingen die niet sporten dan voor leerlingen die wel sporten. Zo
blijkt uit het onderzoek van McDowell et al. (2017) dat fysieke activiteit omgekeerd
geassocieerd is met het risico op angst en depressie bij adolescenten. Dat wil zeggen dat
wanneer er sprake is van fysieke activiteit dit het risico op angst en depressie bij adolescenten
zal verlagen.
Methode
Participanten. De steekproef van het huidige onderzoek bestond uit 377
participanten, verdeeld onder leerlingen van het basisonderwijs (48.8%) en voortgezet
onderwijs (51.2%). De leeftijd van de participanten varieerde tussen de 9 en 15 jaar (M =
12.07, SD = 1.19). De sociaaleconomische status van de leerlingen varieerde tussen laag
(15.9%), middel (67.6%) en hoog (16.4%). Van de 377 leerlingen doet 65.8% aan een
georganiseerde sport buiten schooltijd en 34.2% niet.
Materialen. In het huidige onderzoek worden de variabelen depressie en angst
gemeten aan de hand van de Affective Wellbeing Questionnaire. Deze vragenlijst bestaat uit
vijf vragen en is een 7-punts likert schaal. De antwoordcategorieën lopen van ‘nooit’ met een