College 1
1. Beschrijf de kern van het Markx arrest en het belang daarvan voor het huidige personen- en
familierecht.
2. Beschrijf de kern van het arrest Beukema / van Veen en het belang daarvan voor het huidige
personen- en familierecht.
3. Geef de verschillen aan in de te termen rechtsbevoegdheid en handelingsbevoegdheid.
- ieder Nederlander is rechtsbevoegd, drager burgerlijke rechten, rechten en verplichtingen.
4. Geef de verschillen aan in de termen rechtsbevoegdheid en handelingsbekwaamheid.
- handelingsbevoegd allemaal tenzij er ergens in de wet een uitzondering wordt gemaakt. Docent
bij de han maar niet namens de han rechtshandelingen verrichten. En zie boek 3:43 BW.
- handelingsbekwaam niet bekwaam zijn de minderjarige en de onder curatelen gestelde alle
andere zijn in beginsel handelingsbekwaam.
5. Geef aan wat de ontwikkeling in de huidige medische wetenschap
(bijvoorbeeld transplantatie na overlijden) voor gevolgen heeft gehad voor het begrip “einde van de
persoonlijkheid”. Vroeger dood wanneer je hart stopte, maar tegenwoordig wanneer je hersenen
geen activiteit meer vertonen.
6. Geef aan wat de rechtsgevolgen zijn van bloed- en aanverwantschap.
Huwelijksbeletsel en erven, alimentatie verplichting.
Praktijkopdracht 1
Over de volgende voornamen zult u als ambtenaar van de burgerlijke stand moeten beslissen of deze
worden toegestaan of niet. Geef aan waarom u de betreffende naam al dan niet zult toestaan:
Rolls Royce – het gaat hier om een automerk, dit zal waarschijnlijk niet worden toegestaan.
Geisha – een geisha is een soort prostituee, maar de laatste tijd wordt deze naam wel toegestaan.
Roos – deze naam zal worden toegestaan
Janssen – deze naam zal niet worden toegestaan, een achternaam mag geen voornaam zijn.
Beantwoorden op de manier waarop de docent het graag ziet.
1. Recht op naamkeuze
2. Waar kijk ik als eerste in de wet, wetsartikel noteren. Artikel 1:4 BW
3. Wat staat er daar nu in artikel 1:4 BW ik lid 2, de ambtenaar weigert:
- Ongepaste voornamen
- Voornaam overeenstemt met een gebruikelijke achternaam
Kun je niet goed samenvatten, dan gewoon overschrijven.
4. De conclusie
- Rolls royce is een ongepaste voornaam, omdat automerk. Weigeren (laten zien dat het
probleem in 1:4 lid 2 zit)
- Geisha is een ongepaste voornaam, vroeger een prostituee. Weigeren
- Roos is een achternaam, Roos mag wel.
- Janssen is een achternaam en om die reden niet toegestaan.
Niet iedere keer het rijtje opschrijven – valt onder …
Praktijkopdracht 2
In het onderstaande treft u aan een deel van een uitspraak in Hoger Beroep van het
Hof te Den Haag. U hoeft niet te beslissen over de ontvankelijkheid van het Hoger
Beroep. U dient wel te beslissen op het verzoek om de voornaam van de man van Justine in Justin te
veranderen. Wat is de te verwachten beslissing van het Hof op dit punt naar uw mening? Motiveer
uw antwoord. Ik verwacht dat het verzoek geaccepteerd zal worden. De man heeft een andere
, nationaliteit, in Indonesië is Justine een mannennaam maar in Nederland wordt het gezien als een
meisjesnaam. Dit brengt problemen met zich mee.
1. Naamswijziging
2. Waar kijken we in de wet? Art 1:4 lid 4 BW
3. Wat zijn de gronden?
- Zwaarwichtig belang
RB toetst of dit zo is.
Jurisprudentie:
- Fout bij aangifte
- Geloofsovertuiging
- Negatieve associatie met je voornaam
De rechtbank moet 1:4 lid 2 dan wel weer in acht nemen.
4. Toestaan omdat hij wordt geassocieerd met een vrouw. En hij wil geen ongepaste naam of
een achternaam als voornaam, dus toestemming. Belangen afweging is hier belangrijk. Maar
Anouk is haar naam zat en wil Laure gaan heten. Verder geen argumenten dus geen belang.
rechtbank : FA RK 06-4887
[appellant], wonende te Almere, verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de man, procureur
mr. A.L.Chr.M. Oomen.
Als belanghebbende is aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, zetelend te ’s-Gravenhage,
verweerder in hoger beroep,
in persoon vertegenwoordigd door [de ambtenaar], hierna te noemen: de ambtenaar.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De man is op 23 november 2006 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank te ’s-
Gravenhage van 16 oktober 2006.
De ambtenaar heeft op 6 juni 2007 een verweerschrift ingediend.
De man heeft op 28 juni 2007 zijn verzoek in hoger beroep schriftelijk aangevuld.
Van de zijde van het Openbaar Ministerie is bij het hof op 25 juli 2007 een conclusie ingekomen.
Van de zijde van de man zijn bij het hof op 2 augustus 2007 en op 14 augustus 2007 aanvullende
stukken ingekomen.
Op 15 augustus 2007 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de man, bijgestaan door zijn
advocaat, mr. B.J.P. van Gils, en de [ambtenaar] van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-
Gravenhage. Namens het Openbaar Ministerie is verschenen de advocaat-generaal mr.
J.J.A. Groen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.
VASTSTAANDE FEITEN EN HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden
beschikking van de rechtbank te ’s-Gravenhage. Bij die beschikking is de man niet-ontvankelijk
verklaard in zijn verzoek tot voornaamswijziging.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen
grief tegen is gericht. In hoger beroep is voorts komen vast te staan dat de man de Nederlandse en de
Indonesische nationaliteit heeft.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is het verzoek van de man tot voornaamswijziging.
2. De man verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, (het hof
leest:) opnieuw beschikkende, hem toestemming te verlenen om zijn voornaam ‘Justine’ te wijzigen
in ‘Justin’. Voorts verzoekt de man het hof de ambtenaar te gelasten de buitenlandse geboorteakte in
te schrijven in de registers van de burgerlijke stand te ’s- Gravenhage.