Verpleegkundig woordenboek semester 2.1 week 07
NB: Termen met een * zijn al eerder aan de orde geweest
Medische term NLse term Engelse term Omschrijving (bijv. functie); definitie; synoniem
Diagnostic Manual of een classificatiesysteem waarin internationale afspraken zijn
Mental Disorders – 5 (DSM- gemaakt over welke criteria van toepassing zijn op een bepaalde
5) psychische stoornis op basis van (nieuwe) wetenschappelijke
inzichten.
Prodromale fase de periode van afname van het functioneren die aan de eerste
acute psychotische episode voorafgaat. In deze fase hoeft iemand
nog niet (meteen) psychotisch te zijn. Deze fase kenmerkt zich door
afnemende belangstelling van sociale activiteiten en toenemende
problemen met het vervullen van de verantwoordelijkheden van
het dagelijks leven.
Acute fase Duidelijke psychotische symptomen, zoals hallucinaties en wanen.
Restperiode Deze fase wordt gekenmerkt door een terugkeer naar het niveau
van functioneren in de prodromale fase. Duidelijk psychotisch
gedrag is afwezig, maar de patiënt wordt nog belemmerd door
belangrijke cognitieve, sociale en emotionele gebreken.
Dopaminehypothese De dopaminehypothese van schizofrenie is een theorie over hoe
mensen die geestesziekte ontwikkelen. Dopamine is een
belangrijke neurotransmitter in de hersenen die basisgedragingen
zoals motivatie modereert. Deze hypothese stelt dat overproductie
of overmatige afgifte van dopamine deel uitmaakt van de oorzaak
van schizofrenie.
Bijwerkingen Stijfheid en trillerigheid
klassieke/typische Rusteloosheid
antipsychotica Bewegingen van de kaak, lippen en tong
Seksuele problemen door hormonale veranderingen
NB: Termen met een * zijn al eerder aan de orde geweest
Medische term NLse term Engelse term Omschrijving (bijv. functie); definitie; synoniem
Diagnostic Manual of een classificatiesysteem waarin internationale afspraken zijn
Mental Disorders – 5 (DSM- gemaakt over welke criteria van toepassing zijn op een bepaalde
5) psychische stoornis op basis van (nieuwe) wetenschappelijke
inzichten.
Prodromale fase de periode van afname van het functioneren die aan de eerste
acute psychotische episode voorafgaat. In deze fase hoeft iemand
nog niet (meteen) psychotisch te zijn. Deze fase kenmerkt zich door
afnemende belangstelling van sociale activiteiten en toenemende
problemen met het vervullen van de verantwoordelijkheden van
het dagelijks leven.
Acute fase Duidelijke psychotische symptomen, zoals hallucinaties en wanen.
Restperiode Deze fase wordt gekenmerkt door een terugkeer naar het niveau
van functioneren in de prodromale fase. Duidelijk psychotisch
gedrag is afwezig, maar de patiënt wordt nog belemmerd door
belangrijke cognitieve, sociale en emotionele gebreken.
Dopaminehypothese De dopaminehypothese van schizofrenie is een theorie over hoe
mensen die geestesziekte ontwikkelen. Dopamine is een
belangrijke neurotransmitter in de hersenen die basisgedragingen
zoals motivatie modereert. Deze hypothese stelt dat overproductie
of overmatige afgifte van dopamine deel uitmaakt van de oorzaak
van schizofrenie.
Bijwerkingen Stijfheid en trillerigheid
klassieke/typische Rusteloosheid
antipsychotica Bewegingen van de kaak, lippen en tong
Seksuele problemen door hormonale veranderingen