In 1937 is al ontdekt dat kinderen rustig worden van stimulantia. Sinds 1960 werd
ADHD MBD genoemd, minimal brain damage. Er werd vanuit gegaan dat het kwam
door een hersenbeschadiging, maar dit kon niet worden aangetoond dus werd ADHD
gekozen als naam dit beschreef alleen de kenmerken. Sinds 1995 word ADHD
steeds vaker bij volwassenen en ouderen gediagnosticeerd.
Vaak heeft ADHD een genetische oorzaak, het is erfelijk en komt ook vaker voor bij
eeneige tweelingen. Ook omgevingsfactoren zoals roken, zuurstofgebrek en
alcoholgebruik kan een oorzaak zijn.
Bij volwassenen komt ADHD evenveel bij mannen als bij vrouwen voor, bij kinderen
zijn het vaker jongens. Dit komt waarschijnlijk omdat meisjes onder gediagnosticeerd
worden. Meisjes hebben vaker last van het chronisch vermoeidheidssyndroom, zij
hebben vaak broertjes met ADHD. Hierdoor wordt er ook vaak gedacht dat ze geen
ADHD hebben maar gewoon moe zijn door hun omgeving.
Kenmerken van ADHD:
o Aandachtsproblemen
o Hyperactiviteit
o Impulsiviteit
o Prikkelbaarheid
o Woedebuien
o Behoefte aan spanning en sensatie
Mensen met ADHD hebben vaak meerdere psychische stoornissen. Zoals
slaapproblemen, angst, depressie, alcohol- en drugsmisbruik, tics,
autismespectrumstoornissen en gedrags- of persoonlijkheidsstoornissen. Een
belangrijk onderscheid is dat ADHD chronisch en persisterend is. Slaapproblemen
komen vooral vaak voor bij mensen met ADHD. Ze gaan vaak erg laat slapen,
hierdoor kunnen er concentratieproblemen ontstaat. En dit kan leiden tot binge
eating of vreetbuiten door een tekort aan energie.
Er bestaat voor de diagnostisering een korte vragenlijst voor ADHD. Bij een
vermoeden dient er diagnostisch onderzoek te worden gedaan. Wordt er vaak goed
doorgevraagd over symptomen en over kindertijd.
De behandeling bestaat uit een combinatie van psycho-educatie, medicatie,
coaching, cognitieve gedragstherapie en lotgenotencontact. Vaak wordt er
psychostimulantia (methylfenidaat en DEX amfetamine) gegeven, deze zijn het
meest effectief. Wat minder vaak wordt er atomoxetine, bupropion, tricyclische
antidepressiva gegeven. De dosis hangt af van hoelang het werkt, per persoon.
Bijkomende angst- en depressieve stoornissen worden behandeld met SSRI of
bupropion. Bij een winterdepressie wordt vaak lichttherapie gegeven. Alleen
kortwerkend methyfenidaat wordt vergoed volgens het basispakket. De
langwerkende worden vaak niet helemaal vergoed. Soms door een aanvullend
pakket, maar dit is niet bij alle zorgverzekeraars.
ADHD MBD genoemd, minimal brain damage. Er werd vanuit gegaan dat het kwam
door een hersenbeschadiging, maar dit kon niet worden aangetoond dus werd ADHD
gekozen als naam dit beschreef alleen de kenmerken. Sinds 1995 word ADHD
steeds vaker bij volwassenen en ouderen gediagnosticeerd.
Vaak heeft ADHD een genetische oorzaak, het is erfelijk en komt ook vaker voor bij
eeneige tweelingen. Ook omgevingsfactoren zoals roken, zuurstofgebrek en
alcoholgebruik kan een oorzaak zijn.
Bij volwassenen komt ADHD evenveel bij mannen als bij vrouwen voor, bij kinderen
zijn het vaker jongens. Dit komt waarschijnlijk omdat meisjes onder gediagnosticeerd
worden. Meisjes hebben vaker last van het chronisch vermoeidheidssyndroom, zij
hebben vaak broertjes met ADHD. Hierdoor wordt er ook vaak gedacht dat ze geen
ADHD hebben maar gewoon moe zijn door hun omgeving.
Kenmerken van ADHD:
o Aandachtsproblemen
o Hyperactiviteit
o Impulsiviteit
o Prikkelbaarheid
o Woedebuien
o Behoefte aan spanning en sensatie
Mensen met ADHD hebben vaak meerdere psychische stoornissen. Zoals
slaapproblemen, angst, depressie, alcohol- en drugsmisbruik, tics,
autismespectrumstoornissen en gedrags- of persoonlijkheidsstoornissen. Een
belangrijk onderscheid is dat ADHD chronisch en persisterend is. Slaapproblemen
komen vooral vaak voor bij mensen met ADHD. Ze gaan vaak erg laat slapen,
hierdoor kunnen er concentratieproblemen ontstaat. En dit kan leiden tot binge
eating of vreetbuiten door een tekort aan energie.
Er bestaat voor de diagnostisering een korte vragenlijst voor ADHD. Bij een
vermoeden dient er diagnostisch onderzoek te worden gedaan. Wordt er vaak goed
doorgevraagd over symptomen en over kindertijd.
De behandeling bestaat uit een combinatie van psycho-educatie, medicatie,
coaching, cognitieve gedragstherapie en lotgenotencontact. Vaak wordt er
psychostimulantia (methylfenidaat en DEX amfetamine) gegeven, deze zijn het
meest effectief. Wat minder vaak wordt er atomoxetine, bupropion, tricyclische
antidepressiva gegeven. De dosis hangt af van hoelang het werkt, per persoon.
Bijkomende angst- en depressieve stoornissen worden behandeld met SSRI of
bupropion. Bij een winterdepressie wordt vaak lichttherapie gegeven. Alleen
kortwerkend methyfenidaat wordt vergoed volgens het basispakket. De
langwerkende worden vaak niet helemaal vergoed. Soms door een aanvullend
pakket, maar dit is niet bij alle zorgverzekeraars.