Asking Questions
H1
Small wording changes that made big differences
- loaded words produce loaded results (zorg ervoor dat de vraag duidelijk is en het
antwoord niet wordt gestuurd door de omstandigheden)
- the nuances of politically charged issues (formulering bij politiek geladen stellingen
is van grote invloed op het antwoord dat gegeven wordt)
Questioning as a social process
- Zie de respondenten als gesprekspartners
verschillen tussen een interview en normaal gesprek:
1. de gespreksdeelnemers zijn door een bepaalde eigenschap die ze hebben met
elkaar in gesprek
2. de interviewer geeft geen mening over de respondent zijn antwoorden
3. de respondent wordt geacht iedere vraag eerlijk en doordacht te beantwoorden
4. een irrelevant antwoord of ongemakkelijke vraag kan niet genegeerd worden
- omgaan met sociale wenselijkheid
Ethische principes bij het stellen van vragen
- Privacy spreekt niet voor zich
- De respondent wordt vaak opzettelijk niet vooraf geheel geïnformeerd van het
precieze doel
- De rol van ‘Institutional Review Boards’ ??
- Helpen om anonimiteit te garanderen (dit is lastiger bij longitudinale studies)
- De respondent hoeft niet alles te weten (vaak wordt een algemene omschrijving
gegeven)
De onderzoeksvraag vs de uiteindelijke vraag die gesteld wordt
- Stel het specifieke doel van de studie vast
- Stel vragen op die gerelateerd zijn aan het doel van de studie
Een goede vraag opstellen:
1. Schrijf nog geen specifieke vragen op voordat je je onderzoeksvraag goed
doordacht hebt.
2. Zorg dat je op ieder moment dat je je vragen opstelt de onderzoeksvraag kunt
teruglezen.
3. Vraag jezelf bij iedere vraag die je stelt af waarom je het antwoord wilt weten.
- Tip: gebruik vragen van andere surveys
Bronnen van problemen in antwoorden
- Verschillende soorten vragen zorgen voor verschillende soorten fouten.
, soorten vragen: 1. gedrag/feiten, 2. kennis , 3. psychische staat/houding
- Bias (onder- of overschatting van de werkelijkheid)
- gemotiveerd: respondent wil bijv. een betere indruk op de interviewer maken
- niet gemotiveerd: respondent snapt de vraag bijv. niet goed
- Variabiliteit (niet precies gemeten wat je wilde meten)
- Telescoping= het verkeerd plaatsen van gebeurtenissen in een bepaalde periode.
backward telescoping: de respondent plaatst iets te ver in het verleden en geeft
een lager antwoord (underreporting), forward telescoping: de respondent plaatst
iets te recent en geeft een hoger antwoord (overreporting).
H2
Hoofdpunten wat betreft fouten door geheugen en hiermee omgaan:
- beslis of de vraag wel of niet threatening is
- zorg bij een gesloten vraag over gedrag dat alle opties gedekt zijn in de
antwoorden
- maak gebruik van aided-recall om onderreportage van gedrag te voorkomen
- maak de vraag zo specifiek mogelijk
- de tijdsperiode van het onderwerp moet aansluiten op de uniekheid van de
gebeurtenis
- voor een accurater antwoord wat betreft veelvoorkomend gedrag, vraag naar de
verwachting van de respondent voor de frequentie
- secondary records verminderen telescoping en verbeteren gedetailleerde
rapportage.
- dagboeken geven meer accurate informatie dan geheugen
- gebruik geen ingewikkelde taal zodat alle respondenten het begrijpen
- langere vragen met geheugensteuntjes kunnen de kwaliteit van de antwoorden
verhogen
- voor niet-prikkelende vragen geven respondenten de meest accurate info over
zichzelf
Herken prikkelende vragen
- vraag jezelf af of respondenten zullen denken dat er een ‘goed’ of ‘fout’ antwoord
op de vraag bestaat.
De volgende onderwerpen worden door sociale wenselijkheid vaak overdreven:
- wees een goede burger (stemmen, deelnemen aan activiteiten, weten wat er
speelt)
- wees goed geïnformeerd en geïnteresseerd in cultuur (kranten lezen, naar
musea)
- neem morele en sociale verantwoordelijkheden (help vrienden, doneer, wees
opgeleid)
De volgende onderwerpen worden door sociale wenselijkheid vaak kleiner
gemaakt: