Hoofdstuk 1.1
Hoe herken je een krachtige leeromgeving?
Een krachtige leeromgeving herken je aan het gedrag van leerlingen, die zich tevreden en actief
bezighouden met hun leertaak. De welzijn en mate van betrokkenheid van de leerling speelt een rol.
Welzijn
De welzijn van leerling wordt niet alleen bepaald door de leeromgeving ook privé speelt mee. Een
leerling die tevreden is heeft meer plezier.
Betrokkenheid
Niveaus van betrokkenheid zijn: geen activiteit, onderbroken activiteit, activiteit zonder intensiteit,
activiteit met enkele intensieve momenten en onderbroken, intensieve activiteit.
Adaptief onderwijs voorziet in de basisbehoeften competentie, relatie en autonomie en is
afgestemd op de mogelijkheden van de individuele leerling. Adaptief onderwijs staat voor
pedagogisch, didactisch en organisatorisch handelen dat leerlingen ruimte biedt om optimaal
gemotiveerd te leren.
- Competentie: Leerling heeft gevoel dat hij de taak aan kan
- Relatie: Leerling heeft het gevoel dat hij erbij hoort
- Autonomie: Leerling deels eigen keuzes maken
Competentie: maak de taak transparant en motiverend
Het transparant maken van het leerproces dus de leerling competent laten voelen, dus richten op
wat de leerling net niet kan in plaats van wat hij helemaal niet kan. Zich competent voelen stimuleert
het leerproces en motivatie van een leerling. Iets wat eerst lastig is begrijpt de leerling nu. Waken
voor het omgekeerde dat iets absoluut niet lukt, werkt demotiverend.
Het leerproces transparant maken
- Denkstappen analyseren: Hobbels in stof voorzien en hierop inspelen
- Aan elkaar laten uitleggen:
De leerling motiveren
- Het enthousiasme van de leerkracht: Een enthousiaste leraar maakt duidelijk dat zijn vak
leuk en belangrijk is. Als het niet oprecht is doorzien de leerlingen dit. Voorbeelden van
motivatie krantenknipsels, persoonlijke anekdote bij een thema, concreet voorwerp of
enthousiast terugkomen op gemaakte werkstukken.
- Betekenis geven aan leerstof: Dwang extrinsieke motivatie is niet voldoende. Je moet zorgen
dat een leerling intrinsiek gemotiveerd raakt, dus van binnenuit. Relevantie van het lesthema
geregeld aan de orde stellen. Eigenaarschap; de leerling voelt zich eigenaar van zijn eigen,
zinvolle leerproces en dat motiveert.
- Verwachtingen van de leerkracht: Als leerkracht zend je constant signalen, als een leraar
positieve verwachtingen heeft de prestaties van leerlingen positief beïnvloedt. Staat ook wel
bekend als pymalioneffect. Niet leerlingen opzadelen met te hoge verwachtingen, je moet ze
juist prikkelen. Hierdoor komen ze in de zone van naaste ontwikkeling.