Practicum aantekeningen bijzondere weefselleer
Practicum 9: Vrouwelijk voortplantingsstelsel II
H5/2: Uterus (secretiefase) – humaan – HE
Preparaat van de humane uterus, nu niet in de
proliferatiezone maar in de secretiefase. De secretiefase
treedt op vlak na de ovulatie. Kenmerkend voor de
secretiefase is dat je ziet dat de uterusklieren meer
zigzagverlopend zijn, verder is het lumen van de uterusklieren
verwijd en dat je in het lumen ook secreet kan gaan
terugvinden.
Dit preparaatje is bekomen door middel van een curretage,
dit is wanneer ze de binnenkant van de baarmoederwand
gaan afschrapen en op een glaasje gaan leggen. In dit
preparaat is dan ook enkel het endometium te zien en van
het endometriumgedeelte enkel het stratum functionalis.
Bovenaan vinden we het uterusepitheel
terug, dat is ook hier weer eenlagig cilindrisch
epitheel met trilhaardragende cellen en
kliercellen.
Na de lamina epithelialis hebben we de
lamina propria, het stratum functionale
lamina propria. Kenmerkend voor de lamina
propria is dat je hier meer wittere ruimtes in
kan gaan terugvinden tussen de
bindweefselcellen en weefsels. Dat duidt op
oedeem (links van de muis).
, Uterusklieren (boven de muis) worden ook
hier weer afgelijnd worden door eenlagig
cilindrisch epitheel waarbij de cellen nu
eerder een klierfunctie vertonen en niet zo
zeer de trilharen dragen.
In de lamina propria kunnen we nog twee
verschillende zones gaan onderscheiden.
Enerzijds bovenaan een compacte laag, de
zona compacta. In de zona compacta vrij
grotere cellen, net onder het uterusepitheel
zitten er cellen die groter, wat meer
opgeblazen zijn. Cellen zijn daar iets groter
en gaan compacter voorkomen (bij de
muis). Omdat de cellen daar wat groter zijn,
en de kern mooi zichtbaar is, spreken we
hier over de pseudodecidua cellen.
Als we meer naar onderaan gaan kijken ga
je zien dat je meer oedemateuze ruimtes
kunt gaan terugvinden in de lamina propria.
De cellen zijn ook minder groot, we hebben
hier dus ook geen pseudodecidua cellen
meer. Je hebt hier ook nog de
zigzaglopende uterusklieren die je hier heel
talrijk kunt gaan terugvinden. Verder zijn er
ook nog veneuze sinussen terug te vinden,
bloedvaatjes die mooi met een
endotheelaflijning zijn afgelijnd (bij de
muis).
Practicum 9: Vrouwelijk voortplantingsstelsel II
H5/2: Uterus (secretiefase) – humaan – HE
Preparaat van de humane uterus, nu niet in de
proliferatiezone maar in de secretiefase. De secretiefase
treedt op vlak na de ovulatie. Kenmerkend voor de
secretiefase is dat je ziet dat de uterusklieren meer
zigzagverlopend zijn, verder is het lumen van de uterusklieren
verwijd en dat je in het lumen ook secreet kan gaan
terugvinden.
Dit preparaatje is bekomen door middel van een curretage,
dit is wanneer ze de binnenkant van de baarmoederwand
gaan afschrapen en op een glaasje gaan leggen. In dit
preparaat is dan ook enkel het endometium te zien en van
het endometriumgedeelte enkel het stratum functionalis.
Bovenaan vinden we het uterusepitheel
terug, dat is ook hier weer eenlagig cilindrisch
epitheel met trilhaardragende cellen en
kliercellen.
Na de lamina epithelialis hebben we de
lamina propria, het stratum functionale
lamina propria. Kenmerkend voor de lamina
propria is dat je hier meer wittere ruimtes in
kan gaan terugvinden tussen de
bindweefselcellen en weefsels. Dat duidt op
oedeem (links van de muis).
, Uterusklieren (boven de muis) worden ook
hier weer afgelijnd worden door eenlagig
cilindrisch epitheel waarbij de cellen nu
eerder een klierfunctie vertonen en niet zo
zeer de trilharen dragen.
In de lamina propria kunnen we nog twee
verschillende zones gaan onderscheiden.
Enerzijds bovenaan een compacte laag, de
zona compacta. In de zona compacta vrij
grotere cellen, net onder het uterusepitheel
zitten er cellen die groter, wat meer
opgeblazen zijn. Cellen zijn daar iets groter
en gaan compacter voorkomen (bij de
muis). Omdat de cellen daar wat groter zijn,
en de kern mooi zichtbaar is, spreken we
hier over de pseudodecidua cellen.
Als we meer naar onderaan gaan kijken ga
je zien dat je meer oedemateuze ruimtes
kunt gaan terugvinden in de lamina propria.
De cellen zijn ook minder groot, we hebben
hier dus ook geen pseudodecidua cellen
meer. Je hebt hier ook nog de
zigzaglopende uterusklieren die je hier heel
talrijk kunt gaan terugvinden. Verder zijn er
ook nog veneuze sinussen terug te vinden,
bloedvaatjes die mooi met een
endotheelaflijning zijn afgelijnd (bij de
muis).