Hoofdstuk 1: muziek op de basisschool
1.3 wat gebeurt er op de basisschool?
In het muziekonderwijs onderscheiden we alle muzikale activiteiten in 5 verschillende domeinen:
1. Zingen
2. Luisteren
3. Muziek maken
4. Muziek lezen en noteren
5. Bewegen op muziek
1.4 Wat is muziek?
1.4.1 Klank
Klanken vallen op het gehoor te onderscheiden: hard, zacht, hoog, laag, snel of langzaam.
In vaktaal zeggen we dat muziek kan variëren in toonduur, toonhoogte, sterkte en klankkleur.
Klank
Klankduur Maat Puls, hoofd en nevenaccent, maat,
maatsoorten, tweedelig en driedelig,
maatstrepen, opmaat
Ritme Notenvorm, notenwaarde, rusten,
punt achter de noot, waardestreep,
verbindingsboog
Tempo Tempoaanduiding, metronoom,
tempowisselingen
Articulatie Staccato, legato, fraseringsboog
Klankhoogte Toonhoogteverschillen Notenbalk, hulplijnen, notennamen, g-
sleutel, toonladder, grondtoon,
stokrichting, f-sleutel
Samenklank en Intervallen: octaaf, terts en kwint,
melodieën bourdon, akkoord, glissando, halve
tonen, hele tonen, hele tonen,
diatonische, chromatische en
pentatonische toonladder, voortekens,
kruizen en mollen.
Klanksterkte Dynamiek, Italiaanse termen, tekens
voor crescendo en decrescendo,
accenttekens.
Klankkleur Instrumenten en Snaar, blaas, slag en elektrische
materialen instrumenten, schoolinstrumenten
Stem Sopraan, alt, tenor, bas
Ensembles en orkesten Symfonieorkest, harmonie, fanfare,
popband, big band, trio, kwartet, koor.
1.4.2 Vorm
Hoe vaak wordt er in een muziekstuk iets herhaald? Door die herhalingen krijgt een stuk een vorm. Maar muziek
bestaat uit meer dan alleen herhalingen:
- Herhalingen
- Variatie ( er verandert iets, maar de muziek blijft herkenbaar)
- Contrastwerking (een nieuwe melodie, of waar de muziek hard moet ineens zacht zetten)De tegenhanger
van het herhalingsprincipe = contrastwerking.
1