Abductie openen, van elkaar af bewegen.
Adductie sluiten, naar elkaar toe bewegen.
Alveolen tandkassen
Arytenoïden bekerkraakbeentjes.
Atrofie afname van weefsel- of orgaanmassa.
Clavicula sleutelbeen.
Contractie samentrekken van spieren.
Costae ribben.
Cricoïd ringkraakbeen.
Diafragma middenrif.
Epiglottis strotklepje.
Etiologie oorzaaksleer.
Farynx keelholte.
Genio kin.
Glottal closure glottissluiting GC.
Glottis combinatie van de stemplooien en de ruimte daartussen.
Hyoid tongbeen.
Innervatie aansturing van spieren.
Laryngaal web afsluiting van de larynx door weefsel.
Laryngeale facilitatie stemtherapie voor hypertonieën.
Larynx strottenhoofd.
Ligament een band van bindweefsel om een gewricht.
Mandibula onderkaak.
Mucosa slijmvlies.
Mucosal wave mucosale trillingspatroon van lamina propria MW.
Mucus slijm.
Nasofarynx neusholte.
Oesofagus slokdarm.
Orofarynx mondholte.
Os hyodium tongbeen.
Palatum durum harde gehemelte.
Palatum molle zachte gehemelte.
Plicae vocales stemplooien.
Regularity regelmatigheid R van trilling en symmetrie S van trilling patroon.
Scapula schouderblad.
Stemspleet spleet tussen stemplooien.
Sternum borstbeen.
Thyroid schildkraakbeen.
Trachea luchtpijp.
Uvula huig.
Velum zachte gehemelte.
Vestibulum oris mondholte.
,
, Anatomische oriëntatie vlakken
Mediaan vlak (deelt lichaam in 2 gelijke
helften, links en rechts door midden).
Sagittaal vlak (parallel aan mediane
vlak, maar niet gelijk verdeeld).
Transversaal vlak (vlak dwars door
lichaam, boven-en onderlichaam).
Frontaal vlak (parallel aan voorhoofd,
buik en rug).
Caudale zijde of superieur (boven naar beneden).
Craniaal of inferieur (onder naar boven).
Dorsale zijde of posterieur (rugzijde).
Ventrale zijde of anterieur (buikzijde).
Lateraal (links).
Mediaal (rechts).
Anatomie van stemgeving
De larynx is de verbinding tussen farynx en trachea. De larynx bestaat uit kraakbenig skelet,
larynxmembranen en ligamenten, intrinsieke en extrinsieke spieren en mucosa. Het geheel
wordt aangestuurd door diverse zenuwen.
Larynxskelet bevat thyroidkraakbeen, cricoidkraakbeen, arytenoidkraakbenen, epiglottis en
hyoid.
De larynxmembranen bestaan uit thyrohyoid- en fibro-elastisch membraan. Thyrohyoid
membraan verbindt de bovenzijde van thyroid via de binnenzijde en bovenrand van hyoid.
De randen en middendeel van dit membraan hebben een verdikking, dit zijn de ligamenten.
Het thyrohyoid is verbonden aan de anterieure zijde van de stemplooien. Het membraan
wordt aan beide zijden geperforeerd door bovenste neurovasculaire laryngeale bundel. Bij
teveel spanning in spieren wordt het ligament en neurovasculaire laryngeale bundel in elkaar
gedrukt, het gevolg zijn globusklachten (brok in keel). Cricoid membraan bestaat uit
membrana quandrangularis (bovenste deel van fybro-elastisch membraan) en conus
elasticus (onderste deel van fybro-elastisch membraan).
De mucosa zit om de stemplooien heen en beschermen de stemplooien tegen uitdroging
zodat vibreren van slijmvliezen tijdens fonatie optimaal verloopt.
, De larynxspieren bestaan uit intrinsieke en extrinsieke larynxspieren. De intrinsieke spieren
zijn voor het wijzigen van positie, omvang en spanning van stemplooien. De extrinsieke
spieren zorgen voor heffen en dalen van de larynx.
Intrinsieke larynxspieren;
m. cricothyroideus (ofwel CT-spier).
Functie: verlenging stemplooien, dunner.
m. thyroarytenoideus (ofwel m. vocalis).
Functie: verkorting stemplooien, dikker.
m. thyreovocalis (deel van m. thyroarytenoideus).
Functie: verkorting stemplooien en verhoging spanning.
m. thyreomuscularis (deel van m. thyroarytenoideus).
Functie: adductie en verhoging spanning indien geadduceerd.
m. cricoarytenoideus lateralis.
Functie: verlenging en adductie.
m. interarytenoideus.
Functie: adductie en sfincter-sluiting.
m. cricoarytenoideus posterior.
Functie: verlenging en abductie, hoger.