Bestuurskunde en beleid
Week 1
Ontwikkeling
Historisch overheidsbeleid
Nachtwakersstaat of Liberale rechtsstaat (tot ca. 1930)
- zo min mogelijk overheidsbemoeienis
- overheidsbemoeienis vooral gericht op veiligheid (waterbeheer, defensie, politie)
Beleidsstaat (ca. 1945 – 1980)
- Na WO II belangrijke kentering: maakbare samenleving.
- ‘If we can land a man on the moon, why can’t we solve the problems of the ghetto?’
(Nelson, 1977)
Actuele situatie
- Sedert jaren ’80: steeds vaker overbelasting overheid.
- Herwaardering markt en bedrijfsleven (privatisering);
- Heden: ‘goed burgerschap (“governance”, eigen verantwoordelijkheid,
zelfredzaamheid bevorderen) terughoudende overheid’
Rechtsstaat en beleidsstaat
Overheid was er begin 20e eeuw om wetgeving te produceren. Bedoeling was samenleving
en economie voor langere tijd, duurzaam, te ordenen en te reguleren. De nationale overheid
manifesteerde zich als liberale rechtsstaat. Halverwege 20e eeuw nadat crisis en oorlog
economische, fysieke en mentale rampspoed hadden gebracht, en nadat men in de
oorlogsjaren goede ervaringen had opgedaan met grootschalige planning, kreeg de overheid
een andere functie. Men zag haar als een centrum van waaruit crises konden worden
tegengegaan en voorkomen, door het initiëren van doelgerichte economische en sociale
veranderingen. Produceren van wetgeving alléén was niet voldoende. Overheden moesten
méér en sneller alles doen. Niet alleen moesten zij voortdurend nationale hulpbronnen
mobiliseren, coördineren en orkestreren tot nationale inspanningen waarmee andere landen
de loef kon worden afgestoken. Ook moesten zij hun acties voortdurend kunnen aanpassen
en bijstellen in het licht van nieuwe situaties en wisselende toekomstperspectieven. En dat
vergde meer wendbaarheid, flexibiliteit, en gerichtheid op de nabije toekomst dan de
klassieke wetgeving kon bieden. Men had een apart woord nodig voor de nieuwe taak:
‘beleid’. Behalve liberale rechtsstaat werd de overheid daarmee ook beleidsstaat. De sociale
kant hiervan trok de meeste aandacht, en wordt verzorgingsstaat genoemd. Ordening, vrede
en welvaart leken in de jaren zestig gerealiseerd. Dat was vooral te danken aan welbewust
en doelgericht overheidsbeleid, zo luidde destijds de heersende opvatting
Beleid = gedragslijn voor verwezenlijking van bepaalde doelstellingen.
Verschillende definities:
- Alles wat een overheid doet of bewust nalaat (Dye 1975)
- Het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde middelen en
bepaalde tijdskeuzen (Hoogerwerf, 2003, zie artikel in reader)
- Bewust en systematisch handelen met gebruikmaking van daartoe geëigende
middelen, met een duidelijk omlijnd politiek doel voor ogen, waar stap voor stap op
wordt afgewerkt (Klein 1968)
- Een poging om een probleem op een bepaalde manier, namelijk door doelgericht
denken en handelen, op te lossen , te verminderen of te voorkomen, dan wel te
beheersen (Geul pagina 23)
- De voornemens, keuzen en acties van een of meer bestuurlijke instanties gericht op
de sturing van een bepaalde maatschappelijke ontwikkeling (Bovens, ’t Hart en Van
Twist)
Rode draad: doelgerichtheid, inzet instrumenten en bewuste timing.
Heeft een inhoud en een functie
Week 1
Ontwikkeling
Historisch overheidsbeleid
Nachtwakersstaat of Liberale rechtsstaat (tot ca. 1930)
- zo min mogelijk overheidsbemoeienis
- overheidsbemoeienis vooral gericht op veiligheid (waterbeheer, defensie, politie)
Beleidsstaat (ca. 1945 – 1980)
- Na WO II belangrijke kentering: maakbare samenleving.
- ‘If we can land a man on the moon, why can’t we solve the problems of the ghetto?’
(Nelson, 1977)
Actuele situatie
- Sedert jaren ’80: steeds vaker overbelasting overheid.
- Herwaardering markt en bedrijfsleven (privatisering);
- Heden: ‘goed burgerschap (“governance”, eigen verantwoordelijkheid,
zelfredzaamheid bevorderen) terughoudende overheid’
Rechtsstaat en beleidsstaat
Overheid was er begin 20e eeuw om wetgeving te produceren. Bedoeling was samenleving
en economie voor langere tijd, duurzaam, te ordenen en te reguleren. De nationale overheid
manifesteerde zich als liberale rechtsstaat. Halverwege 20e eeuw nadat crisis en oorlog
economische, fysieke en mentale rampspoed hadden gebracht, en nadat men in de
oorlogsjaren goede ervaringen had opgedaan met grootschalige planning, kreeg de overheid
een andere functie. Men zag haar als een centrum van waaruit crises konden worden
tegengegaan en voorkomen, door het initiëren van doelgerichte economische en sociale
veranderingen. Produceren van wetgeving alléén was niet voldoende. Overheden moesten
méér en sneller alles doen. Niet alleen moesten zij voortdurend nationale hulpbronnen
mobiliseren, coördineren en orkestreren tot nationale inspanningen waarmee andere landen
de loef kon worden afgestoken. Ook moesten zij hun acties voortdurend kunnen aanpassen
en bijstellen in het licht van nieuwe situaties en wisselende toekomstperspectieven. En dat
vergde meer wendbaarheid, flexibiliteit, en gerichtheid op de nabije toekomst dan de
klassieke wetgeving kon bieden. Men had een apart woord nodig voor de nieuwe taak:
‘beleid’. Behalve liberale rechtsstaat werd de overheid daarmee ook beleidsstaat. De sociale
kant hiervan trok de meeste aandacht, en wordt verzorgingsstaat genoemd. Ordening, vrede
en welvaart leken in de jaren zestig gerealiseerd. Dat was vooral te danken aan welbewust
en doelgericht overheidsbeleid, zo luidde destijds de heersende opvatting
Beleid = gedragslijn voor verwezenlijking van bepaalde doelstellingen.
Verschillende definities:
- Alles wat een overheid doet of bewust nalaat (Dye 1975)
- Het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde middelen en
bepaalde tijdskeuzen (Hoogerwerf, 2003, zie artikel in reader)
- Bewust en systematisch handelen met gebruikmaking van daartoe geëigende
middelen, met een duidelijk omlijnd politiek doel voor ogen, waar stap voor stap op
wordt afgewerkt (Klein 1968)
- Een poging om een probleem op een bepaalde manier, namelijk door doelgericht
denken en handelen, op te lossen , te verminderen of te voorkomen, dan wel te
beheersen (Geul pagina 23)
- De voornemens, keuzen en acties van een of meer bestuurlijke instanties gericht op
de sturing van een bepaalde maatschappelijke ontwikkeling (Bovens, ’t Hart en Van
Twist)
Rode draad: doelgerichtheid, inzet instrumenten en bewuste timing.
Heeft een inhoud en een functie