Juridische onderlegger
Stappenplan:
1. Belangrijke dingen uit de casus halen
2. Wetsartikel analyseren en voorwaarden eruit halen – welk artikel is van toepassing?
3. Conclusie trekken – houd de rechtsvorm eruit en pas toe op de casus + conclusie
4. Wat waren de niet zo relevante feiten
Opdracht:
- Geef aan dat er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen
o Toets hierbij alle elementen
- Geef aan wat voor juridische stappen Erika en Fay kunnen ondernemen om hun
recht te halen
Versie 1
Allereerst onderzoek ik of dat er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen.
Hierbij toets ik alle elementen van een totstandkoming.
1. Beide partijen moeten handelingsbekwaam zijn. (Art. 3:32 BW) Dat houdt in dat beide
partijen bevoegd moeten zijn om rechtshandelingen te verrichten en dat beide
partijen meerderjarig (art. 1:233 BW) moeten zijn. Fay is 20 jaar en Erika is 21 jaar.
Beide partijen zijn dus meerderjarig. Doordat zij meerderjarig zijn, zijn zij ook bevoegd
om rechtshandelingen te verrichten mede doordat zij een natuurlijk persoon zijn (art.
3:32 BW).
2. De inhoud van de overeenkomst moet in orde zijn. Zo niet, dan is de overeenkomst
nietig. Er is dus geen sprake van een geldige overeenkomst. De inhoud van de
overeenkomst is wel in orde want deze overeenkomst is niet in strijd met de wet. De
overeenkomst is dus niet nietig. Dit is geregeld in art. 3:40 BW.
3. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. (Art. 6:217 BW). Het
aanbod zijn de schoenen en de aanvaarding is €15. Een overeenkomst is een
rechtshandeling. (Art. 6:213) De wil en de verklaring moeten overeenkomen. (Art.
3:33 BW) De wil en verklaring komen in deze situatie niet overeen omdat Erika €150
bedoelde i.p.v. €15. Dit betekent dus dat er geen geldige overeenkomst tot stand is
gekomen.
Er is dus geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen omdat er niet aan alle
voorwaarden is voldaan.
De stappen die Fay en Erika kunnen ondernemen om hun recht te halen zijn als volgt:
Fay kan in feite niet echt juridische stappen ondernemen om haar recht te halen omdat er
volgens de wet geen geldige overeenkomst tot stand is gekomen. Erika heeft het recht
verkregen om de schoenen niet voor €15 euro te verkopen aan Fay. Zij hoeft dus in principe
niks te doen om haar recht te halen.
Fay kan zich niet beroepen op art. 3:35 BW, gerechtvaardigd vertrouwen. Als Fay logisch
nadenkt snapt zij zelf ook wel dat het bedrag absurd laag is voor deze dure schoenen. Ze
kan er dus niet vanuit gaan dat ze de schoenen voor €15 mag kopen.
, Versie 2
Dit is mijn tweede versie. Ik heb deze versie verbeterd na de feedback die ik heb ontvangen
van Julia.
(Zie voor de feedback van Julia bijlage 15: ontvangen feedback)
Allereerst onderzoek ik of dat er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen.
Hierbij toets ik alle elementen van een totstandkoming van een rechtsgeldige overeenkomst.
1. Beide partijen moeten handelingsbekwaam zijn. (Art. 3:32 BW) Dat houdt in dat beide
partijen bevoegd moeten zijn om rechtshandelingen te verrichten en dat beide
partijen meerderjarig moeten zijn. (Art. 1:233 BW) Fay is 20 jaar en Erika is 21 jaar.
Beide partijen zijn dus meerderjarig. Doordat zij meerderjarig zijn, zijn zij ook bevoegd
om rechtshandelingen te verrichten mede doordat zij een natuurlijk persoon zijn (art.
3:32 BW).
2. De inhoud van de overeenkomst moet in orde zijn. Zo niet, dan is de overeenkomst
nietig. Er is dus geen sprake van een geldige overeenkomst. De inhoud van de
overeenkomst is wel in orde want deze overeenkomst is niet in strijd met de wet. De
overeenkomst is dus niet nietig. Dit is geregeld in art. 3:40 BW.
3. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. (Art. 6:217 BW). Het
aanbod zijn de schoenen en de aanvaarding is €15. Een overeenkomst is een
rechtshandeling. (Art. 6:213) De wil en de verklaring moeten overeenkomen. (Art.
3:33 BW) De wil en verklaring komen in deze situatie niet overeen omdat Erika €150
bedoelde in plaats van €15. Dit betekent dus dat er geen geldige overeenkomst tot
stand is gekomen.
Er is dus geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen omdat er niet aan alle
voorwaarden is voldaan.
De stappen die Fay en Erika kunnen ondernemen om hun recht te halen zijn als volgt:
Fay kan in feite niet echt juridische stappen ondernemen om haar recht te halen omdat er
volgens de wet geen geldige overeenkomst tot stand is gekomen. Erika heeft het recht
verkregen om de schoenen niet voor €15 euro te verkopen aan Fay. Zij hoeft dus in principe
niks te doen om haar recht te halen.
Fay kan zich niet beroepen op art. 3:35 BW, gerechtvaardigd vertrouwen. Als Fay logisch
nadenkt snapt zij zelf ook wel dat het bedrag absurd laag is voor deze dure schoenen. Ze
kan er dus niet vanuit gaan dat ze de schoenen voor €15 mag kopen.
2
Stappenplan:
1. Belangrijke dingen uit de casus halen
2. Wetsartikel analyseren en voorwaarden eruit halen – welk artikel is van toepassing?
3. Conclusie trekken – houd de rechtsvorm eruit en pas toe op de casus + conclusie
4. Wat waren de niet zo relevante feiten
Opdracht:
- Geef aan dat er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen
o Toets hierbij alle elementen
- Geef aan wat voor juridische stappen Erika en Fay kunnen ondernemen om hun
recht te halen
Versie 1
Allereerst onderzoek ik of dat er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen.
Hierbij toets ik alle elementen van een totstandkoming.
1. Beide partijen moeten handelingsbekwaam zijn. (Art. 3:32 BW) Dat houdt in dat beide
partijen bevoegd moeten zijn om rechtshandelingen te verrichten en dat beide
partijen meerderjarig (art. 1:233 BW) moeten zijn. Fay is 20 jaar en Erika is 21 jaar.
Beide partijen zijn dus meerderjarig. Doordat zij meerderjarig zijn, zijn zij ook bevoegd
om rechtshandelingen te verrichten mede doordat zij een natuurlijk persoon zijn (art.
3:32 BW).
2. De inhoud van de overeenkomst moet in orde zijn. Zo niet, dan is de overeenkomst
nietig. Er is dus geen sprake van een geldige overeenkomst. De inhoud van de
overeenkomst is wel in orde want deze overeenkomst is niet in strijd met de wet. De
overeenkomst is dus niet nietig. Dit is geregeld in art. 3:40 BW.
3. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. (Art. 6:217 BW). Het
aanbod zijn de schoenen en de aanvaarding is €15. Een overeenkomst is een
rechtshandeling. (Art. 6:213) De wil en de verklaring moeten overeenkomen. (Art.
3:33 BW) De wil en verklaring komen in deze situatie niet overeen omdat Erika €150
bedoelde i.p.v. €15. Dit betekent dus dat er geen geldige overeenkomst tot stand is
gekomen.
Er is dus geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen omdat er niet aan alle
voorwaarden is voldaan.
De stappen die Fay en Erika kunnen ondernemen om hun recht te halen zijn als volgt:
Fay kan in feite niet echt juridische stappen ondernemen om haar recht te halen omdat er
volgens de wet geen geldige overeenkomst tot stand is gekomen. Erika heeft het recht
verkregen om de schoenen niet voor €15 euro te verkopen aan Fay. Zij hoeft dus in principe
niks te doen om haar recht te halen.
Fay kan zich niet beroepen op art. 3:35 BW, gerechtvaardigd vertrouwen. Als Fay logisch
nadenkt snapt zij zelf ook wel dat het bedrag absurd laag is voor deze dure schoenen. Ze
kan er dus niet vanuit gaan dat ze de schoenen voor €15 mag kopen.
, Versie 2
Dit is mijn tweede versie. Ik heb deze versie verbeterd na de feedback die ik heb ontvangen
van Julia.
(Zie voor de feedback van Julia bijlage 15: ontvangen feedback)
Allereerst onderzoek ik of dat er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen.
Hierbij toets ik alle elementen van een totstandkoming van een rechtsgeldige overeenkomst.
1. Beide partijen moeten handelingsbekwaam zijn. (Art. 3:32 BW) Dat houdt in dat beide
partijen bevoegd moeten zijn om rechtshandelingen te verrichten en dat beide
partijen meerderjarig moeten zijn. (Art. 1:233 BW) Fay is 20 jaar en Erika is 21 jaar.
Beide partijen zijn dus meerderjarig. Doordat zij meerderjarig zijn, zijn zij ook bevoegd
om rechtshandelingen te verrichten mede doordat zij een natuurlijk persoon zijn (art.
3:32 BW).
2. De inhoud van de overeenkomst moet in orde zijn. Zo niet, dan is de overeenkomst
nietig. Er is dus geen sprake van een geldige overeenkomst. De inhoud van de
overeenkomst is wel in orde want deze overeenkomst is niet in strijd met de wet. De
overeenkomst is dus niet nietig. Dit is geregeld in art. 3:40 BW.
3. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. (Art. 6:217 BW). Het
aanbod zijn de schoenen en de aanvaarding is €15. Een overeenkomst is een
rechtshandeling. (Art. 6:213) De wil en de verklaring moeten overeenkomen. (Art.
3:33 BW) De wil en verklaring komen in deze situatie niet overeen omdat Erika €150
bedoelde in plaats van €15. Dit betekent dus dat er geen geldige overeenkomst tot
stand is gekomen.
Er is dus geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen omdat er niet aan alle
voorwaarden is voldaan.
De stappen die Fay en Erika kunnen ondernemen om hun recht te halen zijn als volgt:
Fay kan in feite niet echt juridische stappen ondernemen om haar recht te halen omdat er
volgens de wet geen geldige overeenkomst tot stand is gekomen. Erika heeft het recht
verkregen om de schoenen niet voor €15 euro te verkopen aan Fay. Zij hoeft dus in principe
niks te doen om haar recht te halen.
Fay kan zich niet beroepen op art. 3:35 BW, gerechtvaardigd vertrouwen. Als Fay logisch
nadenkt snapt zij zelf ook wel dat het bedrag absurd laag is voor deze dure schoenen. Ze
kan er dus niet vanuit gaan dat ze de schoenen voor €15 mag kopen.
2