De motivatie van leerlingen in het VO/BO op basis van de
zelfdeterminatietheorie
Onderzoek in kader van de cursus Beroep 3a ‘Leerprocessen’.
, Samenvatting
Voorafgaande dit onderzoek is de verwachting uitgesproken dat de standaarddeviatie bij alle subschalen
hoog zou zijn. De subschalen relatie en competentie zouden hoog scoren. Het gevoel van autonomie en
interesse/plezier zouden minder ervaren worden.
De onderzoeksvraag die in dit verslag centraal staat is: In welke mate zijn de leerlingen uit klas M2B van
het …….. College tijdens de lessen geschiedenis gemotiveerd voor de les?
Bij deze onderzoeksvraag behoren de volgende deelvragen:
1. In welke mate ervaren de leerlingen dat er tegemoet gekomen wordt aan hun gevoel van
competentie?
2. In welke mate ervaren de leerlingen dat er tegemoet gekomen wordt aan hun gevoel van autonomie?
3. In welke mate ervaren de leerlingen een positieve relatie met de docent?
4. Is er een verschil in motivatie tussen jongens en meisjes?
Om te bepalen in welke mate de leerlingen uit klas M2B gemotiveerd zijn voor de geschiedenis lessen
hebben zij een vragenlijst ingevuld. De vragen konden beantwoord worden met een cijfer van 1 tot 7.
Met de gegeven antwoorden kon ik het gemiddelde en de standaarddeviatie berekenen. Hierdoor kon ik
de mate van motivatie in de klas bepalen.
In mate van competentie en relatie werd er in vergelijking met de andere subschalen hoog gescoord. Op
het gebied van autonomie en interesse/plezier waren de resultaten iets lager. De standaarddeviatie was
bij alle subschalen hoog. De conclusie van het onderzoek is dat de leerlingen uit klas M2B gemotiveerd
zijn op het gebied van competentie en relatie. Op het gebied van autonomie en interesse/plezier zijn de
leerlingen minder gemotiveerd.
2
zelfdeterminatietheorie
Onderzoek in kader van de cursus Beroep 3a ‘Leerprocessen’.
, Samenvatting
Voorafgaande dit onderzoek is de verwachting uitgesproken dat de standaarddeviatie bij alle subschalen
hoog zou zijn. De subschalen relatie en competentie zouden hoog scoren. Het gevoel van autonomie en
interesse/plezier zouden minder ervaren worden.
De onderzoeksvraag die in dit verslag centraal staat is: In welke mate zijn de leerlingen uit klas M2B van
het …….. College tijdens de lessen geschiedenis gemotiveerd voor de les?
Bij deze onderzoeksvraag behoren de volgende deelvragen:
1. In welke mate ervaren de leerlingen dat er tegemoet gekomen wordt aan hun gevoel van
competentie?
2. In welke mate ervaren de leerlingen dat er tegemoet gekomen wordt aan hun gevoel van autonomie?
3. In welke mate ervaren de leerlingen een positieve relatie met de docent?
4. Is er een verschil in motivatie tussen jongens en meisjes?
Om te bepalen in welke mate de leerlingen uit klas M2B gemotiveerd zijn voor de geschiedenis lessen
hebben zij een vragenlijst ingevuld. De vragen konden beantwoord worden met een cijfer van 1 tot 7.
Met de gegeven antwoorden kon ik het gemiddelde en de standaarddeviatie berekenen. Hierdoor kon ik
de mate van motivatie in de klas bepalen.
In mate van competentie en relatie werd er in vergelijking met de andere subschalen hoog gescoord. Op
het gebied van autonomie en interesse/plezier waren de resultaten iets lager. De standaarddeviatie was
bij alle subschalen hoog. De conclusie van het onderzoek is dat de leerlingen uit klas M2B gemotiveerd
zijn op het gebied van competentie en relatie. Op het gebied van autonomie en interesse/plezier zijn de
leerlingen minder gemotiveerd.
2