Leerdoelen tentamen
De student:
Legt de caleidoscopische werking van de verschillende dimensies van identiteit uit.
Verklaart het verband tussen socialisatie en mentale programmering.
Beschrijft verschillende pedagogische waarden en aanpakken en kan deze koppelen aan
verschillende culturele achtergronden en eigen socialisatie en die van zijn leerlingen.
Beschrijft het begrip cultuur in diverse contexten.
Verklaart tegenstellingen tussen cultuur-relativistische en cultuur-universalistische standpunten.
Brengt het belang van de gelaagdheid van het begrip cultuur in relatie met debatten over cultuur
en cultuurverschillen.
Beschrijft welke invloed mentale (culturele) programmering kan hebben op de communicatie
tussen mensen.
Past theorie over interculturele communicatie toe in een in een voorgelegde beroepssituatie.
Beargumenteert welke technieken en werkvormen aan te bevelen zijn voor een interculturele
(klassen)gesprek.
Past een model voor interculturele communicatie toe in een in een voorgelegde beroepssituatie.
Beschrijft de Nederlandse multiculturele samenleving en de migratiegeschiedenis vanaf de jaren
’50 van de twintigste eeuw en kan daarbij migratie vanuit sociaal-economische, politieke en
sociaal-culturele factoren uitleggen.
De student:
Legt de caleidoscopische werking van de verschillende dimensies van identiteit uit.
Verklaart het verband tussen socialisatie en mentale programmering.
Beschrijft verschillende pedagogische waarden en aanpakken en kan deze koppelen aan
verschillende culturele achtergronden en eigen socialisatie en die van zijn leerlingen.
Beschrijft het begrip cultuur in diverse contexten.
Verklaart tegenstellingen tussen cultuur-relativistische en cultuur-universalistische standpunten.
Brengt het belang van de gelaagdheid van het begrip cultuur in relatie met debatten over cultuur
en cultuurverschillen.
Beschrijft welke invloed mentale (culturele) programmering kan hebben op de communicatie
tussen mensen.
Past theorie over interculturele communicatie toe in een in een voorgelegde beroepssituatie.
Beargumenteert welke technieken en werkvormen aan te bevelen zijn voor een interculturele
(klassen)gesprek.
Past een model voor interculturele communicatie toe in een in een voorgelegde beroepssituatie.
Beschrijft de Nederlandse multiculturele samenleving en de migratiegeschiedenis vanaf de jaren
’50 van de twintigste eeuw en kan daarbij migratie vanuit sociaal-economische, politieke en
sociaal-culturele factoren uitleggen.