H5 Psychology Gleitman
In visie is onze primaire middel waarmee we objecten herkennen, de
perceptie van hun vorm. Kenmerken spelen een centrale rol in het
herkennen van objecten. Als je 4 rechte lijnen ziet, denk je niet aan een
cirkel bijvoorbeeld.
Het blijkt dat de catalogus van kenmerken waarop we vertrouwen, af
hangt van de manier hoe we visuele input interpreteren.
Deze rol van interpretatie kan worden aangetoond op vele manieren.
Een manier is bijvoorbeeld dat we ervoor kiezen om een hoop van de
aanwezige kenmerken die we waarnemen te negeren, en de herkenning
te baseren op een verzameling van kenmerken die in zicht zijn.
Denk bijvoorbeeld aan een tekening van een man, wanneer je naar de
tekening kijkt, let je vooral op de kenmerken die laten zien dat het om
een man/persoon gaat, en toon je bijvoorbeeld minder aandacht aan de
bomen op de achtergrond.
Het blijkt dat we op een of andere manier, kiezen welke kenmerken
“boeiend” zijn voor de herkenning van iets, en welke minder belangrijk
zijn.
Gestalt psychology:
Een theoretische benadering die de rol van georganiseerde gehelen in
perceptie en andere psychologische processen benadrukt.
We begrijpen de elementen van de visuele input(inbreng) als gekoppeld
op elkaar op een bepaalde manier, en de identiteit van deze elementen
is afhankelijk van de koppeling.
Gestalt psychologen beschrijven diverse aspecten van deze organisatie
en hebben verschillende principes vastgesteld.
Een aantal principes betreffen de manier hoe je de input opsplitst
Hoe je een scene verdeelt in afzonderlijke objecten, en de delen van elk
object koppelt, maar niet de delen van één object koppelt aan een ander
object. *Zie blz. 185, figuur 5.6
Informatie over de kenmerken en informatie over het grotere patroon zijn
hierin belangrijk. “Lokale” informatie informatie opgenomen in een
klein deel van de scene, helpt bij het opsplitsen.
Maar ook “globale” informatie informatie over de gehele scene.
Bijvoorbeeld met behulp van similarity (=gelijkenis):
In perceptie, een principe waarin we geneigd zijn om te groeperen zoals
cijfers, vooral door kleur en geaardheid.
, H5 Psychology Gleitman
Niet alleen door similarity zijn waarnemers beïnvloed, ook door
proximity: In perceptie, de nabijheid van 2 figuren. Hoe dichter ze
samen zijn, hoe meer we geneigd zijn om ze samen te groeperen.
Opsplitsen wordt ook geleid door vele andere principes, zoals
Good continuation(=goede voortzetting) : Een factor in visuele
groepering; we zijn geneigd om contouren op zo’n manier waar te nemen
dat hun richting zo weinig mogelijk verandert.
Subjective contours: Waargenomen contouren die eigenlijk niet
bestaan. We zijn geneigd om figuren die “gaten” bevatten, compleet te
maken door het waarnemen van een contour die het oorspronkelijke pad
voortzet.
Een ander deel van visuele organisatie is de scheiding van het object
van de setting, dus dat het object wordt gezien als één samenhangend
geheel, los van de achtergrond.
Reverseible figure: Een visueel patroon dat het makkelijk mogelijk
maakt om meer dan een interpretatie te hebben. In sommige gevallen
veranderd de specificatie van het figuur en de (achter)grond, in andere
gevallen veranderd de waargenomen organisatie in diepte.
Onze interpretaties van sensorische input, worden gevormd door onze
ervaringen.
In visie is onze primaire middel waarmee we objecten herkennen, de
perceptie van hun vorm. Kenmerken spelen een centrale rol in het
herkennen van objecten. Als je 4 rechte lijnen ziet, denk je niet aan een
cirkel bijvoorbeeld.
Het blijkt dat de catalogus van kenmerken waarop we vertrouwen, af
hangt van de manier hoe we visuele input interpreteren.
Deze rol van interpretatie kan worden aangetoond op vele manieren.
Een manier is bijvoorbeeld dat we ervoor kiezen om een hoop van de
aanwezige kenmerken die we waarnemen te negeren, en de herkenning
te baseren op een verzameling van kenmerken die in zicht zijn.
Denk bijvoorbeeld aan een tekening van een man, wanneer je naar de
tekening kijkt, let je vooral op de kenmerken die laten zien dat het om
een man/persoon gaat, en toon je bijvoorbeeld minder aandacht aan de
bomen op de achtergrond.
Het blijkt dat we op een of andere manier, kiezen welke kenmerken
“boeiend” zijn voor de herkenning van iets, en welke minder belangrijk
zijn.
Gestalt psychology:
Een theoretische benadering die de rol van georganiseerde gehelen in
perceptie en andere psychologische processen benadrukt.
We begrijpen de elementen van de visuele input(inbreng) als gekoppeld
op elkaar op een bepaalde manier, en de identiteit van deze elementen
is afhankelijk van de koppeling.
Gestalt psychologen beschrijven diverse aspecten van deze organisatie
en hebben verschillende principes vastgesteld.
Een aantal principes betreffen de manier hoe je de input opsplitst
Hoe je een scene verdeelt in afzonderlijke objecten, en de delen van elk
object koppelt, maar niet de delen van één object koppelt aan een ander
object. *Zie blz. 185, figuur 5.6
Informatie over de kenmerken en informatie over het grotere patroon zijn
hierin belangrijk. “Lokale” informatie informatie opgenomen in een
klein deel van de scene, helpt bij het opsplitsen.
Maar ook “globale” informatie informatie over de gehele scene.
Bijvoorbeeld met behulp van similarity (=gelijkenis):
In perceptie, een principe waarin we geneigd zijn om te groeperen zoals
cijfers, vooral door kleur en geaardheid.
, H5 Psychology Gleitman
Niet alleen door similarity zijn waarnemers beïnvloed, ook door
proximity: In perceptie, de nabijheid van 2 figuren. Hoe dichter ze
samen zijn, hoe meer we geneigd zijn om ze samen te groeperen.
Opsplitsen wordt ook geleid door vele andere principes, zoals
Good continuation(=goede voortzetting) : Een factor in visuele
groepering; we zijn geneigd om contouren op zo’n manier waar te nemen
dat hun richting zo weinig mogelijk verandert.
Subjective contours: Waargenomen contouren die eigenlijk niet
bestaan. We zijn geneigd om figuren die “gaten” bevatten, compleet te
maken door het waarnemen van een contour die het oorspronkelijke pad
voortzet.
Een ander deel van visuele organisatie is de scheiding van het object
van de setting, dus dat het object wordt gezien als één samenhangend
geheel, los van de achtergrond.
Reverseible figure: Een visueel patroon dat het makkelijk mogelijk
maakt om meer dan een interpretatie te hebben. In sommige gevallen
veranderd de specificatie van het figuur en de (achter)grond, in andere
gevallen veranderd de waargenomen organisatie in diepte.
Onze interpretaties van sensorische input, worden gevormd door onze
ervaringen.