Tijdvak 8: Tijd van burgers en stoommachines (1800-1900)
8.1
KA: De Industriële Revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving
Een revolutie kent enorme en onomkeerbare gevolgen.
De Agrarische Revolutie
Tot aan het einde van de 18e eeuw waren veel boeren zelfvoorzienend, er was weinig
nijverheid en handel
In de 18e eeuw twee ontwikkelingen: de voedselproductie (1) in Groot-Brittannië nam
toe, en daardoor ook de bevolking (2)
Door alle ontwikkelingen in de landbouw, o.a de zaaimachine van Tull, neemt de
voedselvoorziening toe, waardoor uiteindelijk ook de bevolking toeneemt:
Er werd meer geproduceerd in de landbouw en het bevolkingsaantal groeide
De bevolking op het platteland stijgt, maar er zijn minder mensen nodig voor het werk
De mensen die overbodig zin trekken naar de stad (urbanisatie) op zoek naar werk:
huisnijverheid
Uitvindingen voor de huisnijverheid
1. Flying Shuttle, schietspoel
2. Spinning Jenny, een spinner kon sneller werken
Diverse uitvindingen in de textielnijverheid leiden tot gemechaniseerde productie. Daardoor
is er behoefte aan een stabiele energiebron en aan arbeiders.
Uitvindingen voor de industrie:
1. Waterframe = spinmachine die door water wordt aangedreven; spinner kan nog sneller
werken
2. Stoommachine; verhoging van de productie
De Industriële Revolutie zorgt ook voor een transportrevolutie. Er worden heel veel sporen
bijgelegd en kanalen gegraven.
Eerste Industriële Revolutie Tweede Industriële Revolutie
(1755-1850) (1850-1900)
- Energie: steenkool - Energie: elektriciteit en olie
- Materiaal: ijzer - Materiaal: staal
Economische gevolgen:
Huisnijverheid wordt verdrongen door fabrieksarbeid
Enorme toename van de productie
Dalende prijzen van de producten
8.1
KA: De Industriële Revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving
Een revolutie kent enorme en onomkeerbare gevolgen.
De Agrarische Revolutie
Tot aan het einde van de 18e eeuw waren veel boeren zelfvoorzienend, er was weinig
nijverheid en handel
In de 18e eeuw twee ontwikkelingen: de voedselproductie (1) in Groot-Brittannië nam
toe, en daardoor ook de bevolking (2)
Door alle ontwikkelingen in de landbouw, o.a de zaaimachine van Tull, neemt de
voedselvoorziening toe, waardoor uiteindelijk ook de bevolking toeneemt:
Er werd meer geproduceerd in de landbouw en het bevolkingsaantal groeide
De bevolking op het platteland stijgt, maar er zijn minder mensen nodig voor het werk
De mensen die overbodig zin trekken naar de stad (urbanisatie) op zoek naar werk:
huisnijverheid
Uitvindingen voor de huisnijverheid
1. Flying Shuttle, schietspoel
2. Spinning Jenny, een spinner kon sneller werken
Diverse uitvindingen in de textielnijverheid leiden tot gemechaniseerde productie. Daardoor
is er behoefte aan een stabiele energiebron en aan arbeiders.
Uitvindingen voor de industrie:
1. Waterframe = spinmachine die door water wordt aangedreven; spinner kan nog sneller
werken
2. Stoommachine; verhoging van de productie
De Industriële Revolutie zorgt ook voor een transportrevolutie. Er worden heel veel sporen
bijgelegd en kanalen gegraven.
Eerste Industriële Revolutie Tweede Industriële Revolutie
(1755-1850) (1850-1900)
- Energie: steenkool - Energie: elektriciteit en olie
- Materiaal: ijzer - Materiaal: staal
Economische gevolgen:
Huisnijverheid wordt verdrongen door fabrieksarbeid
Enorme toename van de productie
Dalende prijzen van de producten