15. De arbeidsmarkt
15.1 Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt
Werkenden en werkzoekenden zorgen voor het aanbod van arbeid op de arbeidsmarkt. Vragers op
de arbeidsmarkt zijn bedrijven en (overheids)instellingen.
De arbeidsmarkt bestaat uit de totale vraag naar en het totale aanbod van arbeid
De arbeidsmarkt is een abstracte markt. Bij het begrip ‘arbeidsmarkt’ gaat het om de totale vraag en
het totale aanbod.
De vraag naar arbeid is de totale vraag van particuliere bedrijven en de collectieve sector naar
arbeidskrachten. Het gaat dan om alle werkenden. Het aanbod van arbeid bestaat uit alle
werkenden en werkzoekende werklozen.
Theorie en praktijk
In theorie zou oer op de arbeidsmarkt sprake zijn van volledige mededinging. Er zou geen
werkeloosheid of een tekort aan arbeidskrachten bestaan. Een overschot of tekort aan
arbeidskrachten zou via het loon of salaris direct worden weggewerkt.
In de praktijk is er op de arbeidsmarkt geen sprake van volledige mededinging:
1. De markt is niet volkomen, doordat het aanbod van de arbeid niet homogeen is. Iedere
arbeidskracht is anders.
2. De markt is niet transparant. Voor iemand die werkt is het heel moeilijk te bepalen of zijn loon in
overeenstemming is met dat van andere mensen met dezelfde capaciteiten en functie.
3. De arbeidsmarkt is geen vrije markt. Er is sprake van allerlei belemmeringen.
Gevolgen van loonstarheid voor de arbeidsmarkt
in arbeidsovereenkomsten staat de hoogte van het loon meestal voor minimaal een jaar vast. Het
loon past zich dan niet automatisch aan bij een verandering van de vraag of het aanbod op de
arbeidsmarkt.
15.1 Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt
Werkenden en werkzoekenden zorgen voor het aanbod van arbeid op de arbeidsmarkt. Vragers op
de arbeidsmarkt zijn bedrijven en (overheids)instellingen.
De arbeidsmarkt bestaat uit de totale vraag naar en het totale aanbod van arbeid
De arbeidsmarkt is een abstracte markt. Bij het begrip ‘arbeidsmarkt’ gaat het om de totale vraag en
het totale aanbod.
De vraag naar arbeid is de totale vraag van particuliere bedrijven en de collectieve sector naar
arbeidskrachten. Het gaat dan om alle werkenden. Het aanbod van arbeid bestaat uit alle
werkenden en werkzoekende werklozen.
Theorie en praktijk
In theorie zou oer op de arbeidsmarkt sprake zijn van volledige mededinging. Er zou geen
werkeloosheid of een tekort aan arbeidskrachten bestaan. Een overschot of tekort aan
arbeidskrachten zou via het loon of salaris direct worden weggewerkt.
In de praktijk is er op de arbeidsmarkt geen sprake van volledige mededinging:
1. De markt is niet volkomen, doordat het aanbod van de arbeid niet homogeen is. Iedere
arbeidskracht is anders.
2. De markt is niet transparant. Voor iemand die werkt is het heel moeilijk te bepalen of zijn loon in
overeenstemming is met dat van andere mensen met dezelfde capaciteiten en functie.
3. De arbeidsmarkt is geen vrije markt. Er is sprake van allerlei belemmeringen.
Gevolgen van loonstarheid voor de arbeidsmarkt
in arbeidsovereenkomsten staat de hoogte van het loon meestal voor minimaal een jaar vast. Het
loon past zich dan niet automatisch aan bij een verandering van de vraag of het aanbod op de
arbeidsmarkt.