Sociologische verbeelding aansporen door leren over sociologische theorie.
Wat is sociologische theorie niet in dit vak?
Wat is het wel?
Iets waarvan we als opleiding denken dat het zo belangrijk is dat jullie het moeten lezen ongeacht of
het waar is; of:
Een set aan ideeën die een soort interne coherentie hebben die we raadselachtig, verwarrend,
geweldig, uitdagend of inspirerend vinden, maar niet het karakter hebben van natuurkundige
wetmatigheden.
Wat is sociologie?
Woordsoort: zelfstandig naamwoord.
Modern lemma: sociologie.
Zelfstandig naamwoord: een internationaal woord, gevormd, naar het voorbeeld van andere namen
van wetenschappen, van latijn: socius en grieks: logos.
Wetenschap van het maatschappelijk leven; kennis der samenleving.
3 paradoxen:
1. De samenleving is altijd en overal aanwezig, maar ook onzichtbaar?
2. De samenleving is veranderlijk, maar ook stabiel?
3. De samenleving beïnvloedt handelen, maar ook andersom?
Emile Durkheim (1858-1917):
Elke wetenschap z’n eigen studie-object.
Biologie: cellen, natuurkunde: atomen etc.
Sociologie: sociale feiten.
Manieren van denken, voelen en handelen extern aan maar met een dwingende inhoud op het
individu.
Materiële en vooral immateriële sociale feiten: representaties, ideeën en manieren van handelen.
Wat is sociologie:
Niet 1 sociologie: verzameling denkers, perspectieven, ideeën, theorieën, methodes.
Betrekking op allerlei aspecten van het sociale leven: interacties, sociale groepen en samenlevingen.
Van toevallige ontmoetingen op straat tot de globale processen als migratie of internationale
drugscriminaliteit.
Sociologie is bovenal een bewustzijn een manier van zo precies mogelijk kijken naar de samenleving.
Waar gaan we naar kijken?
Hoe kunnen we de subtiele maar ingrijpende manieren begrijpen waarop:
1. Levens, interacties, groepen, samenleving altijd ook een reflectie zijn van sociale structuren
en geschiedenis.
Hoe werkt structure in op agency?
2. Structuren zelf ontstaan, blijven bestaan of veranderen.
En hoe normaal/abnormaal vinden we dat?
Vb: maatschappelijke discussie over kansengelijkheid.
The sociological imagination (C. Wright Mills).
Personal trouble and events = public issue.
Biography = history and social structure.
The sociological imagination enables its possessor to understand the larger historical scene in terms of
its meaning for the inner life… The first fruit of his imagination – and the first lesson of the social
science that embodies it – is the idea that the individual can understand his own experience and gauge
his own fate only by locating himself within his period, that he can know his own chances in life only
by becoming aware of those of all individuals in his circumstances.
Consider unemployment. When, in a city of 100,000, only one man is unemployed, that is his personal
trouble, and for its relief we properly look to the character of the man, his skills, and his immediate
opportunities. But when in a nation of 50 million employees, 15 million men are unemployed, that is a
public issue, and we may not hope to find its solution within the range of opportunities open to any
one individual. The very structure of opportunities has collapsed.
Deindividualiseren: seeing the general in the particular.
Achter de meest persoonlijke issues en gebeurtenissen gaat een wereld van sociale-historische
processen schuil.