Wat is ongelijkheid?
Ongelijkheid kan zowel materieel als affectief zijn:
Materiële ongelijkheid: verschil in macht en controle over middelen, bronnen, organisatie en
verdeling van werk, salaris en bestaanszekersheid (denk bijvoorbeeld aan het college over Marx).
Affectieve ongelijkheid: machtsverschil in het respect, plezier en in de interacties en relaties die
iemand heeft of kan hebben (denk bijvoorbeeld aan Philomena Essed’s alledaags racisme).
Sociologisch perspectieven:
Ongelijkheid manifesteert zich op zowel micro als macroniveau.
Microniveau:
Ongelijkheid als optelsom van verschillen tussen individuen in onder andere opleidingsniveau,
salaris, huisvesting, gezondheidszorg (materieel) en de betekenissen en interacties die ze hebben
(onder andere cultureel kapitaal, stereotypen) (affectief) (bijv. Bourdieu).
Macroniveau:
Ongelijkheid is een strijd van verschillende groepen over een gelijkere, eerlijkere verdeling van
macht, middelen, waardigheid en respect (bijv. Marx).
Ongelijkheid als een sociale structuur extern aan individuen die een specifieke functie vervult
(uitsluiting, onderdrukking) (bijv. Durkheim).
Microrelaties zijn reflecties van macrostructuren (bijv. Essed, Bonilla-Silva).
Ongelijkheid als dat wat geproduceerd wordt in en door kennis (Foucault).
Voorbeeld: Discriminatieonderzoek over anti-spieksoftware aan de Vrije Universiteit.
Belang voor de criminologie:
Gebrek aan bepaalde kennis: criminologie vooral focus op mannen en masculiene vormen van
criminaliteit, maar minder kennis over vrouwen, feminiene vormen van criminaliteit en behandeling
van trans personen in gevangenissen.
Classificaties en beleidsvormen die leiden tot etnisch profileren.
Voorbeeld: Hooggerechtshof verbiedt controleren op basis van huidskleur.
Ongelijkheid als praktijk:
Als kennis macht is dan zijn universiteiten zijn bij uitstek een plek waar ongelijkheid bestaat en
geproduceerd. Ze hebben een specifiek ongelijkheidsregime:
“Alle organisaties hebben ongelijkheidsregimes, welke gedefinieerd kunnen worden als losjes met
elkaar verbonden praktijken, processen, acties en betekenissen, die resulteren in en in het stand
houden van Klassen, gender en raciale ongelijkheden binnen bepaalde organisaties” (Acker, 2006,
p. 443, eigen vertaling).
Ongelijkheid op de universiteit!
Ongelijkheid op de universiteit kent verschillende vormen:
Hoe kom en kan je de universiteit binnen komen?
Betaal je je eigen collegegeld of wordt het voor je betaald?
Wist je al hoe je moest studeren voordat je hier kwam?
Kun je naast je studie chillen of moet je werken (ook voor anderen)?
Wie staat er vaak voor de klas? Wie zit er in je werkcollege? Wiens onderzoeken lees je? Wiens
foto’s hangen er aan de muur?
Welke kennis mis je?
Welke ongelijkheid je ervaart is afhankelijk van wat je op de universiteit doet en welke betekenis (of
waardeoordeel) er vervolgens gegeven wordt aan wie je bent en wat je kunt.
#ITooAmVU: in 2014 gingen verschillende studenten van Harvard, Oxford, Cambridge en UCLA viraal met
een hashtag om aandacht te vragen voor de vooroordelen, microagressies en het alledaagse racisme waar
ze mee te maken kregen. Ook op de Vrije Universiteit Amsterdam begonnen ze hiermee.
Over racisme in de ivoren toren:
Mijn PhD-onderzoek focust zich op hoe universiteiten (specifiek EUR) beleid ontwikkelen om
ongelijkheid tegen te gaan maar daarin juist ongelijkheid (re)produceren. Daarin hanteer ik een steeds
specifieker wordend perspectief:
Focus op diversiteitsonderzoek als machtsinstrument om kennis over bepaalde groepen te
produceren.
Focus op beleid als een instrument om bepaalde groepen als buitenstaander, deficiënt, de Ander
of probleem te bestempelen dan wel te produceren en daarmee uit te sluiten.