Leerdoelen:
Leerdoel 1: Wat is Weber’s uitgangspunt voor de studie van het sociale? Hoe verschilt hij daarin van Marx en
Durkheim?
Leerdoel 2: Leg de belangrijkste begrippen rondom Weber’s rationaliseringstheorie uit in relatie tot elkaar.
Concepten: sociale actie, autoriteit, rationalisering, bureaucratie, McDonaldisering, de irrationaliteit van
rationaliteit.
Leerdoel 3: In welke vorm krijgt rationalisering gestalte in meer hedendaagse manieren waarop allerlei
domeinen van ons leven, ook het strafrecht, worden georganiseerd?
Boek 1: Sociological Theory, hoofdstuk 4 en 17
Leerdoel 1: Wat is Weber’s uitgangspunt voor de studie van het sociale? Hoe verschilt hij daarin van Marx en
Durkheim?
Belangrijkste uitgangspunt van Weber: de sociologie kan alleen worden bekeken met een strikte
individualistische methode.
Collectiviteiten: zijn alleen het resultaat van de organisatie van individualistische acties.
Verschil met Marx en Durkheim: Marx en Durkheim zien de mens juist als sociaal wezen en bekijken
de sociologie juist vanuit de collectiviteit, maar Weber ziet de sociologie vanuit het individu. Nog een
verschil is dat Weber de verandering van de geschiedenis naar de moderniteit ziet als een gevolg van
een andere manier van denken, terwijl Marx en Durkheim dit zien als een gevolg van industrialisatie.
Sociologie is een wetenschap die zich bezighoudt met het interpretatieve begrip van sociale actie en
daarmee met een causale verklaring van het verloop en de gevolgen ervan.
De taak van de sociologie was om een service te bieden aan de geschiedenis.
De sociologie van Weber was georienteerd op het ontwikkelen van duidelijke concepten, zodat hij een
analyse van historische fenomenen kon geven.
De geschiedenis is samengesteld vanuit unieke empirische gebeurtenissen, het kan niet op een
empirisch niveau gegeneraliseerd worden.
De geschiedenis is meer dan een simpele hoeveelheid wetten.
Om de fenomenen te bestuderen is het nodig om een variatie aan concepten te creëren die bruikbaar
zijn voor onderzoek naar de echte wereld, dit was dan de taak van de sociologie.
Eén van de belangrijkste concepten van Weber: de ideaaltypen: een concept gemaakt door een sociale
wetenschapper, op basis van zijn interesses en theoretische oriëntatie, om de essentiële kenmerken van
een sociaal fenomeen vast te leggen.
Functie volgens Weber: vergelijking met de empirische realiteit om de verschillen en gelijkenissen vast
te stellen en om ze begrijpelijk en ondubbelzinnig uit te leggen op een causale manier.
Historische ideaaltypes: deze relateren naar fenomenen in sommige historische tijdperken.
Algemene sociologische ideaaltypes: deze relateren naar fenomenen die over een bepaalde
historische periode gaan.
Actie ideaaltypes: de types van actie gebaseerd op de motivatie van de actor.
Structurele ideaaltypes: gebaseerd op de oorzaken en consequenties van sociale actie.
Leerdoel 2: Leg de belangrijkste begrippen rondom Weber’s rationaliseringstheorie uit in relatie tot elkaar.
Concepten: sociale actie, autoriteit, rationalisering, bureaucratie, McDonaldisering, de irrationaliteit van
rationaliteit.
Sociale actie: er ontstaat volgens Weber een actie als individuen subjectieve betekenis geven aan de actie.
Deze individuen kunnen alleen individuele mensen zijn. Vier soorten actie:
1. Middel-doel rationaliteit: de actie is gebaseerd op een afweging van de middelen in verhouding tot de
doelen.
2. Waarde rationaliteit: de actie is gebaseerd op een bewust geloof in de waarde van de eigen bestwil,
onafhankelijk van het vooruitzicht op succes.
3. Emotionele rationaliteit: de actie is gebaseerd op de emotionele staat van de actor.
4. Traditionele actie: de actie is gebaseerd op de normale manier van gedragen van de actor.
Een actie is meestal een combinatie van de vier soorten acties.