PSVP06 – Bedrijfskunde in de paardenhouderij
Wat moet een ondernemer weten
Nieuwe generatie paardensporter bepaalt toekomst van de hippische sector.
Y generatie
60% pensionklanten vind dierwelzijn belangrijk op stal
Gros paardensporter is vrouw
Omzet per stallingsplaats stijgt weer.
Minder horeca omzet
I&R
Ieder paard en iedere pony in Nederland moet een paardenpaspoort hebben. Wat
houdt zo’n paspoort in en waarom is het nodig?
Het paardenpaspoort dient verschillende doelen: het identificeren van het paard,
bijhouden van alle vaccinaties, het registreren of het paard wel of niet voor de slacht
bestemd is en het bijhouden van bepaalde medicijnen zolang het paard niet
uitgesloten is voor de slacht.
Het paspoort is geen eigendomsbewijs, maar uitsluitend een identiteitsbewijs. Elk
veulen krijgt voordat het gespeend wordt (6 maanden) een paardenpaspoort.
Doorgaans wordt dit paspoort aangevraagd nadat de veulenschetser van het
betreffende stamboek, die ook paardenpaspoortconsulent is, het veulen heeft
geschetst en van een chip heeft voorzien. Ook de dierenarts kan een aanvraag voor
een paspoort indienen bij een stamboek of bij de KNHS. Het nummer van de
transponder en het nummer in het paardenpaspoort moeten corresponderen.
In het paspoort zijn er voor de dierenarts twee plaatsen om vaccinaties in te vullen.
Een plaats is voor de influenza en alle combinatievaccinaties waar ook influenza in
zit. De influenzavaccinaties worden namelijk op wedstrijden en keuringen
gecontroleerd en de eisen zijn zeer strikt. Ieder paard moet voor influenza een
basisvaccinatie hebben met tenminste 21 dagen en niet meer dan 92 dagen tussen
twee vaccinaties. Vervolgens is is het vanwege het opbouwen van een goede
weerstand verstandig om binnen 6-7 maanden een derde vaccinatie (eerste booster)
te geven. Bij de FEI is deze booster verplicht voor alle deelnemende paarden. Alleen
paarden die voor 1 januari 2005 al de twee basisvaccinaties hadden gekregen, zijn
hiervan vrijgesteld. Vervolgens moet het paard ieder jaar opnieuw worden
gevaccineerd (geboosterd). Dit maf eventueel ieder jaar op precies dezelfde datum.
Wanneer het paard deelneemt aan internationale (FEI-)wedstrijden, moet het
paarden ten tijde van de wedstrijd een vaccinatie hebben die niet ouder is dan 26
maanden + 21 dagen. Als een paard FEI-wedstrijden loopt, komt dit neer op
tweemaal per jaar vaccineren. Verder mag een paard niet in de laatste week voor
een wedstrijd worden gevaccineerd. De KNHS houdt hier zes dagen aan en de FEI 7
dagen. Bij de KNHS mag de laatste vaccinatie ten tijde van de wedstrijd niet langer
dan 1 jaar gelden zijn gegeven. De KNHS eist dat het stickertje fat bij de vaccinatie
hoort, in het paspoort wordt geplakt. Het inschrijven van een vaccinatie moet ook
altijd vergezeld gaan van de datum en handtekening en stempel van de dierenarts.
Alle vaccinaties waar geen influenza bij zit, moet de dierenarts noteren op de pagina
‘Vaccinaties anders dan influenza’. Sommige fikbedrijven eisen bijvoorbeeld dat
merries tegen EHV-1 (rhinopneumonie) zijn gevaccineerd.
Wat moet een ondernemer weten
Nieuwe generatie paardensporter bepaalt toekomst van de hippische sector.
Y generatie
60% pensionklanten vind dierwelzijn belangrijk op stal
Gros paardensporter is vrouw
Omzet per stallingsplaats stijgt weer.
Minder horeca omzet
I&R
Ieder paard en iedere pony in Nederland moet een paardenpaspoort hebben. Wat
houdt zo’n paspoort in en waarom is het nodig?
Het paardenpaspoort dient verschillende doelen: het identificeren van het paard,
bijhouden van alle vaccinaties, het registreren of het paard wel of niet voor de slacht
bestemd is en het bijhouden van bepaalde medicijnen zolang het paard niet
uitgesloten is voor de slacht.
Het paspoort is geen eigendomsbewijs, maar uitsluitend een identiteitsbewijs. Elk
veulen krijgt voordat het gespeend wordt (6 maanden) een paardenpaspoort.
Doorgaans wordt dit paspoort aangevraagd nadat de veulenschetser van het
betreffende stamboek, die ook paardenpaspoortconsulent is, het veulen heeft
geschetst en van een chip heeft voorzien. Ook de dierenarts kan een aanvraag voor
een paspoort indienen bij een stamboek of bij de KNHS. Het nummer van de
transponder en het nummer in het paardenpaspoort moeten corresponderen.
In het paspoort zijn er voor de dierenarts twee plaatsen om vaccinaties in te vullen.
Een plaats is voor de influenza en alle combinatievaccinaties waar ook influenza in
zit. De influenzavaccinaties worden namelijk op wedstrijden en keuringen
gecontroleerd en de eisen zijn zeer strikt. Ieder paard moet voor influenza een
basisvaccinatie hebben met tenminste 21 dagen en niet meer dan 92 dagen tussen
twee vaccinaties. Vervolgens is is het vanwege het opbouwen van een goede
weerstand verstandig om binnen 6-7 maanden een derde vaccinatie (eerste booster)
te geven. Bij de FEI is deze booster verplicht voor alle deelnemende paarden. Alleen
paarden die voor 1 januari 2005 al de twee basisvaccinaties hadden gekregen, zijn
hiervan vrijgesteld. Vervolgens moet het paard ieder jaar opnieuw worden
gevaccineerd (geboosterd). Dit maf eventueel ieder jaar op precies dezelfde datum.
Wanneer het paard deelneemt aan internationale (FEI-)wedstrijden, moet het
paarden ten tijde van de wedstrijd een vaccinatie hebben die niet ouder is dan 26
maanden + 21 dagen. Als een paard FEI-wedstrijden loopt, komt dit neer op
tweemaal per jaar vaccineren. Verder mag een paard niet in de laatste week voor
een wedstrijd worden gevaccineerd. De KNHS houdt hier zes dagen aan en de FEI 7
dagen. Bij de KNHS mag de laatste vaccinatie ten tijde van de wedstrijd niet langer
dan 1 jaar gelden zijn gegeven. De KNHS eist dat het stickertje fat bij de vaccinatie
hoort, in het paspoort wordt geplakt. Het inschrijven van een vaccinatie moet ook
altijd vergezeld gaan van de datum en handtekening en stempel van de dierenarts.
Alle vaccinaties waar geen influenza bij zit, moet de dierenarts noteren op de pagina
‘Vaccinaties anders dan influenza’. Sommige fikbedrijven eisen bijvoorbeeld dat
merries tegen EHV-1 (rhinopneumonie) zijn gevaccineerd.