MEEST OPPERVLAKKIG
OPPERHUID (EPIDERMIS) Vele lagen stervende, vlakke
Gelaagd plaveiselepitheel HOORNLAAG dakweefselcellen ofwel verhoornd
Is een meerlagige, buigzame STRATUM ( en veel keratine)
barrière die vochtverlies voorkomt , CORNEUM Blijven stevig verbonden met
beschermt tegen UV-stralen, desmosomen (brandwond= komt
vitamine D produceert en weerstand vel er in geheel af en niet in
tegen beschadiging, chemicaliën en allemaal kleine stukjes)
ziektekiemen biedt. TUSSENLIGGENDE Stratum lucidum (enkel in dikke
LAGEN huid)( dicht opeengepakt met
DIKKE HUID, 5 cellagen (zoals keratine gevulde
handpalmen en voetzolen) lagen)(doorzichtig)
DUNNE HUID, 4 cellagen (de rest Stratum granulosum (geen
van het lichaam) celdeling maar worden slijtvast
door eiwit keratine)
(keratinekorrels in cytoplasma)
Stratum spinosum (delen de
cellen zich verder= stekelcellen)
KIEMLAAG Basaalmembraan (scheidt
STRATUM opperhuid van losse bindweefsels
GERMINATIVUM bij de dermis) + stamcellen
Via (vormen de nieuwe cellen voor
hemidesmosomen het huidoppervlak waaronder
met het basale melanocyten die de kleurstof van
membraan de huid zijn).
verbonden Vb stratum basale => huid
Vormt een onderhevig aan mechanische
scheiding en bevat belasting gaan stamcellen zich
epidermiskammen sneller delen en wordt de
Vb patroon van epidermis dikker = eelt
uitwendige
kammen=
vingerafdruk, erfelijk
LEDERHUID (DERMIS) PAPPILAIRE LAAG
Is een voedende laag los bindweefsel dat zenuwen, lymfe
Bevat cellen van bindweefsel in en haarvaten bevat
strikte zin.
RETICULAIRE LAAG
De lederhuid biedt mechanische Stevige dichte, vezelige laag onregelmatig bindweefsel
sterkte, buigzaamheid en Collageenvezels (buigbaarheid beperken)
bescherming voor onderliggend Elastische vezels (flexibiliteit)
weefsel. Zij is goed doorbloed en Versmelt met subcutane(onder) en papillaire(boven) laag
bevat een verscheidenheid aan
zintuiglijke receptoren die
informatie over de externe omgeving
leveren.
ONDERHUIDSE LAAG (HYPODERMIS)( SUBCUTIS)
Bestaat uit los bindweefsel (uit vetcellen) (geen echt deel van de huid)
Thermische isolatie door energie reserves
Schokbreker voor onderliggende organen
Geschikt voor injectienaald want er zitten weinig haarvaten en geen vitale organen
Stabiliseert de positie van de huid tegenover onderliggende weefsels
MEEST DIEP GELEGEN
OPPERHUID (EPIDERMIS) Vele lagen stervende, vlakke
Gelaagd plaveiselepitheel HOORNLAAG dakweefselcellen ofwel verhoornd
Is een meerlagige, buigzame STRATUM ( en veel keratine)
barrière die vochtverlies voorkomt , CORNEUM Blijven stevig verbonden met
beschermt tegen UV-stralen, desmosomen (brandwond= komt
vitamine D produceert en weerstand vel er in geheel af en niet in
tegen beschadiging, chemicaliën en allemaal kleine stukjes)
ziektekiemen biedt. TUSSENLIGGENDE Stratum lucidum (enkel in dikke
LAGEN huid)( dicht opeengepakt met
DIKKE HUID, 5 cellagen (zoals keratine gevulde
handpalmen en voetzolen) lagen)(doorzichtig)
DUNNE HUID, 4 cellagen (de rest Stratum granulosum (geen
van het lichaam) celdeling maar worden slijtvast
door eiwit keratine)
(keratinekorrels in cytoplasma)
Stratum spinosum (delen de
cellen zich verder= stekelcellen)
KIEMLAAG Basaalmembraan (scheidt
STRATUM opperhuid van losse bindweefsels
GERMINATIVUM bij de dermis) + stamcellen
Via (vormen de nieuwe cellen voor
hemidesmosomen het huidoppervlak waaronder
met het basale melanocyten die de kleurstof van
membraan de huid zijn).
verbonden Vb stratum basale => huid
Vormt een onderhevig aan mechanische
scheiding en bevat belasting gaan stamcellen zich
epidermiskammen sneller delen en wordt de
Vb patroon van epidermis dikker = eelt
uitwendige
kammen=
vingerafdruk, erfelijk
LEDERHUID (DERMIS) PAPPILAIRE LAAG
Is een voedende laag los bindweefsel dat zenuwen, lymfe
Bevat cellen van bindweefsel in en haarvaten bevat
strikte zin.
RETICULAIRE LAAG
De lederhuid biedt mechanische Stevige dichte, vezelige laag onregelmatig bindweefsel
sterkte, buigzaamheid en Collageenvezels (buigbaarheid beperken)
bescherming voor onderliggend Elastische vezels (flexibiliteit)
weefsel. Zij is goed doorbloed en Versmelt met subcutane(onder) en papillaire(boven) laag
bevat een verscheidenheid aan
zintuiglijke receptoren die
informatie over de externe omgeving
leveren.
ONDERHUIDSE LAAG (HYPODERMIS)( SUBCUTIS)
Bestaat uit los bindweefsel (uit vetcellen) (geen echt deel van de huid)
Thermische isolatie door energie reserves
Schokbreker voor onderliggende organen
Geschikt voor injectienaald want er zitten weinig haarvaten en geen vitale organen
Stabiliseert de positie van de huid tegenover onderliggende weefsels
MEEST DIEP GELEGEN