Verpleegkunde OP3
- Chronische Zieken -
Lesprogramma WEEK 1
College 1 Blok 1 - Werkgroep 1 Blok 1
College 1 blok 1 Verpleegkundig proces en Klinisch redeneren TEAMS kanaal eigen duo klas, ter
voorbereiding op werkgroep 1, verpleegkunde Leerdoelen De student verpleegkunde kan:
• De verschillende aspecten van het verpleegkundig proces relateren aan het proces van klinisch
redeneren (1,3,6)
• Aan de hand van een casus de verschillende stappen in het proces van klinisch redeneren
toelichten (6)
• Klinisch redeneren door gebruik te maken van kennis uit diverse disciplines (verpleegkunde,
psychologie, geneeskunde, sociologie, recht, ethiek en economie) (6)
Literatuur
Hoofdstuk 3. Klinisch redeneren en classificaties. Uit: Haaren et al. (2017).
Klinisch redeneren en verpleegkundige classificaties.
Hoofdstuk 1 en 8 Wilkinson (2020), J.M., Kritisch denken binnen het verpleegkundig proces’.
PowerPoint College 1 Blok 1
Klinisch redeneren vermogen
1
,Het Verpleegkundig Proces
2
,Hoofdstuk 3: Klinisch redeneren en classificaties
Klinisch redeneren: Het continue proces van gegevensverzameling en analyse gericht op de
vragen en problemen van een individu en zijn naasten, in relatie tot ziekte en gezondheid.
Het omvat risico-inschatting, vroeg signalering, probleemherkenning, interventie, en
monitoring.
- Daarnaast is het ook systematisch verpleegkundig handelen, verpleegkundig proces,
verpleegkundige besluitvorming; denk- en keuzeproces gebaseerd op logische redenen.
- Verpleegkundig proces
- Methodisch handelen
Het verpleegkundig proces; cyclische proces
3
, PESS
P: Probleem
= gezondheidsprobleem: een beschrijving van de feitelijke of dreigende
gevolgen van lichamelijke en/of geestelijke ziekteprocessen, handicaps, ontwikkelings-
stoornissen en hun behandeling voor de fundamentele levensverrichting van het individu.
Het is onderverdeeld in een label en een kernachtig geformuleerde definitie.
E: Etiologie
= oorzaken en beïnvloedende factoren: een opsomming van oorzakelijke
of samenhangende factoren die bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van de
gevolgen zoals bij P omschreven.
S: Signalen
=Signalen zijn de objectieve, voor de
verpleegkundige waarneembare bevindingen (verschijnselen).
S: Symptomen
= Symptomen zijn de subjectieve, voor de patiënt waarneembare bevindingen (klachten)
Van Straalen en Schuurmans (2016) omschrijven het als volgt:
Risico-inschatting: de verpleegkundige weet op basis van kennis welke mensen een
verhoogd risico hebben op het ontstaan van bepaalde problemen. Afhankelijk van de
risico-inschatting zal de verpleegkundige in veel situaties preventieve maatregelen in gang
zetten.
Vroegsignalering: de verpleegkundige weet dat veel problemen zich aandienen met
voortekenen of vroege symptomen; zij kent die en kan daardoor tijdig een probleem
signaleren.
Probleemherkenning: de verpleegkundige richt zich op een groot aantal problemen die
zich bij heel verschillende mensen in tal van verschillende situaties kunnen voordoen, variërend van
problemen met voeding en uitscheiding tot problemen in de sociale
context. Zij kent de uitingsvormen van deze problemen en kan ze objectiveren.
Monitoring: de verpleegkundige monitort de werkzaamheid van de interventies en volgt
het beloop van de ziekte, de aandoening of de behandeling
4