Opgave 1 (25 punten)
Gerard Vransen heeft in 1999 tegen storting van een eenmalige koopsom een kapitaalverzekering
met lijfrenteclausule afgesloten. In 2012 loopt de verzekering af en laat Gerard het uit te keren
bedrag uitbetalen. Gerard vermeldt de belaste uitkering niet in zijn aangifte IB 2012; hij zit namelijk
een beetje in geldnood. De inspecteur ziet dit niet. In diezelfde aangifte vergeet hij ook het
privégebruik van de auto van de zaak, die hij sinds februari 2012 rijdt, te vermelden. De inspecteur
wil het privégebruik corrigeren op basis van contra-informatie. Hij vergeet dit echter en volgt de
aangifte.
In januari 2014 ontdekt de inspecteur alsnog via een controle bij de verzekeringsmaatschappij dat de
uitkering van Gerard ten onrechte niet is aangegeven in de aangifte IB 2012; toevallig ontdekt hij die
dag ook dat het privégebruik auto niet was opgegeven. Hij corrigeert allebei door snel een
navorderingsaanslag over 2012 op te leggen.
a) Gaat het hier om een aanslagbelasting of om een aangiftebelasting en wat is het verschil
daartussen?
b) Noem de verschillende voorwaarden die in het algemeen gelden wil een aangifte als die van
Vransen gecorrigeerd kunnen worden door de inspecteur, en licht deze voorwaarden kort toe.
c) Mag de inspecteur in dit geval de belaste uitkering corrigeren door middel van een
navorderingsaanslag?
d) Stel dat in deze casus de inspecteur voor het opleggen van de primitieve aanslag 2012
Vransen eerst had gebeld met de mededeling dat hij de aangifte op het punt van belaste
uitkering zou corrigeren, maar dat hij dat vervolgens vergat omdat hij even werd afgeleid
door een collega die een lastige casus met hem wilde bespreken. Maakt dit nog verschil voor
uw antwoord op de vraag of nagevorderd mag worden?
e) Mag de inspecteur het privégebruik auto corrigeren door middel van een
navorderingsaanslag?
Uitwerking
a) (5 pt) Aanslagbelasting volgens art 9.1 lid 1 Wet IB: belastingplichtige doet aangifte (is slechts
‘hulpmiddel’); dan controle door inspecteur die materiële belastingschuld formaliseert in
aanslag (art. 11 AWR, vgl. art. 5 lid 1 AWR). De formele belastingschuld is basis voor betaling
die moet volgen. Later onder voorwaarden navordering. De verantwoordelijkheid voor een
juiste aanslag ligt in principe bij de inspecteur. Aangiftebelasting: belasting-/inhoudingsplichtige
berekent en formaliseert materiële belastingschuld zelf in aangifte (is slechts geleidebriefje) plus
betalin;g art. 19 AWR, controle door inspecteur achteraf, evt. naheffingsaanslag (art. 20 AWR),
deze is nauwelijks aan voorwaarden gebonden.
b) (5 pt) Afwijken van aangifte is mogelijk, ambtshalve aanslag idem (art. 11 AWR); inspecteur
heeft beperkte onderzoeksplicht, hij mag met vertrouwen op de aangifte afgaan tenzij er
aanwijzingen zijn dat de aangifte onjuist is; hij moet contra-informatie e.d. raadplegen. De abbb
zijn van toepassing; drie jaarstermijn (evt. verlenging ivm uitstel). Er is een motiveringsplicht bij
afwijken (art. 3:47 Awb; de Belastingdienst stuurt in de regel vooraf een afwijkingsbrief.
Eisen voor correctie van te lage aanslag: niet tot herstel van onjuist inzicht in feiten of het recht.
Dus nieuw feit (afwezig igv ambtelijk verzuim), tenzij kwade trouw of kenbare fout tgv van schrijf