Tips voor toets:
1) begrippenlijst! Circa 75% van de toetsvragen gaat over de begrippenlijst uit de SHL
2) Check de foute antwoorden op de oefentoets; bij de echte toets zouden dat de goede antwoorden
kunnen zijn...
geslaagd met 9 goed uit 14 (voltijd) of
geslaagd met 8 uit goed uit 12 (deeltijd)
1. Welke uitspraak over secundaire emoties is correct?
a. De uiting van secundaire emoties is over de hele wereld gelijk
b. Secundaire emoties zijn aangeboren
c. Secundaire emoties bepalen onze stemming
d. Secundaire emoties zijn emoties die door cultuur worden bepaald
2. Volgens het humanisme wordt ieder mens geboren met een eigen, unieke persoonlijkheid. Bij welk
uitgangspunt sluit het humanisme zich aan?
a. Het nature uitgangspunt
b. Het nurture uitgangspunt
c. Het cognitieve uitgangspunt
d. Het experimentiële uitgangspunt
3. Waar bevinden, volgens Freud, de normen en waarden van een mens zich?
a. Het Ego (Ich)
b. Het Id (Es)
c. Het Superego (Uber-ich)
d. Het Superid (Uber-es)
4. Wat is de tweede stap in het stadiummodel van motivatie (van Prochaska)?
a. Precontemplatie
b. Overdacht
c. Voorbereiden
d. Beslissen
5. Iemand heeft ooit een paniekaanval in een kroeg gekregen. Nu durft die persoon niet meer naar
die kroeg. Zodra de persoon die specifieke kroeg binnenloopt, voelt de persoon zich ongemakkelijk
en gaat de hartslag van die persoon omhoog. Het stijgen van de hartslag is hier een:
a. Een geconditioneerde stimulus
b. Een ongeconditioneerde stimulus
c. Een ongeconditioneerde respons
d. Een geconditioneerde respons
6. De colleges psychologie waren over het algemeen best leuk, maar het laatste college was echt
waardeloos. Bij de evaluatie van de cursus geven de studenten de docent en de cursus dan ook een
heel laag cijfer; dat slechte, laatste college zit immers nog vers in hun geheugen! In dit geval is er
sprake van:
a. Primacy effect
b. Last-one-out effect
c. Anchor effect
d. Recency effect