Les 1: Geschiedenis van cultuurtoerisme
Eerste teken van reizen
In de prehistorie, ongeveer tussen 30.000 en 10.000 voor Christus, stonden alle menselijke bezigheden in
het teken van overleven. Op zoek naar water, voedsel en beschutting waren de jagers en verzamelaars
uit die tijd voortdurend op pad en kenden geen vaste verblijfplaats. De prehistorische mens
verplaatste zich te voet, bagage had hij niet, lastdieren kende hij nog niet, wegen al helemaal niet. Vanaf
ongeveer 10.000 voor Christus begonnen mensen zich op een vaste plek te vestigen (ontstaan van een
beschaving). Dat valt samen met het ontstaan van primitieve vormen van landbouw. Vermoedelijk rond
9.000 voor Christus ontstond het huisdier. Ezel, paard en dromedaris maakten transport van goederen
mogelijk. De komst van deze viervoeters als last-en rijdier heeft werelden geopend voor avonturiers,
veroveraars en handelaar.
Twee uitvindingen markeren de ontwikkeling van de mobiliteit in de oudheid: het zeilschip en het wiel.
De Egyptenaren hadden al papyrusvlotten tot boten ontwikkeld toen zij rond 4.000 voor Christus een
soort zeil van boomtakken uitvonden. De uitvinding van het wiel wordt toegeschreven aan de Sumeriërs,
die zich rond 3500 voor Christus in Mesopotamië (het huidige Irak) vestigden.
Beschaving
Reizen voor andere culturen begon bij ‘beschaving’:
Agricultuur: het verbouwen van gewassen
Politiek systeem: hiërarchie
Samenwerking
Kennis van bouwkunst: architectuur
Kunst
Schrift
Culturele beschaving
De zeven antieke wereldwonderen
− Piramide van Gheops
− Hangende tuinen van Babylon
− Kolossus van Rhodos
− Artemis in Efeze
− Pharos van Alexandrië
− Mausoleum van Halicarnassus
− Beeld van Zeus in Olympia
Olympische spelen
Afreizen naar heilige oorden
Uitwisseling van kennis
, De opkomst van het toerisme
Het paard, wiel en zeilboot hebben de wereld ‘opengegooid’; voor handelaren, legers en op den duur
voor recreatieve reizigers. Steeds zijn er mensen geweest die van de ontstane transportmogelijkheden
gebruikmaakten om de werelden te gaan bekijken. Deze mensen behoorden altijd tot de
maatschappelijke elite. Op een enkele plaats in de wereld was desondanks ver voor onze jaartelling al
sprake van toeristische attracties. Meestal hadden deze hun basis in religie.
In de eerste eeuwen van onze jaartelling werd veel gereisd, ook voor recreatieve doeleinden. De
Romeinen hadden een uitgebreid wegennet aangelegd, wat toen de tijd van hoge kwaliteit was. We zien
dan ook voor het eerst dat relatief veel burgers zich verplaatsen om recreatieve redenen. Dit gebeurde
per rijtuig, paard, lastdier of te voet en het was tijdrovend. Er waren dus overnachtingsmogelijkheden
nodig in de vorm van herbergen. De Romeinen hebben hiervan een uitgebreid netwerk ontwikkeld.
Daarnaast hebben de Romeinen het kusttoerisme uitgevonden. De bekendste badplaats was Baiae, ten
noorden van Napels. Dit was al in de eerste eeuw voor Christus een mondain vakantie- en kuuroord
vanwege de ligging en de geneeskrachtige zwavelbronnen.
Na het instortten van het Romeinse Rijk verdween het reizen voor recreatieve doeleinden voor ongeveer
duizend jaar lang. In de daaropvolgende Middeleeuwen, ook wel de donkere periode genoemd, vond
reizen alleen plaats om gebied te veroveren, om ergens anders een bestaan om te bouwen en als
pelgrimstocht. De bekendste gebeurtenis op reisgebied vormden de kruistochten.
Eerste reizen om het reizen zelf
Langzamerhand werd de wereld bekender in de 14e en 15e eeuw. De ontdekkingsreizen van Marco Polo
en Columbus zijn de eerste symptomen hiervan. Het reizen kwam hierna weer op gang, in eerste
instantie ging het om ontdekkingsreizen, vervolgens om handelsreizen en militaire expedities, maar
geleidelijk oom om reizen om het reizen zelf.
Met het opengaan van de wereld kwam de handel ook weer tot leven, eerst in Noord-Europa en na de
grote ontdekkingsreizen ook wereldwijd. Hierdoor ontstond de Vereenigde Oost-Indische Compagnie. In
deze periode startte de kolonisatie van Zuid- en Midden-Amerika, Azië en Afrika. De consequenties
daarvan drukken vandaag de dag nog een grote stempel op het internationale toerisme. De kolonisatie
van verre gebieden bracht aan grote mobiliteit van handelaren en zeelieden over zee met zich mee,
maar ook van legers, bestuurders en later missionarissen, zendelingen, onderwijzers en avonturiers.
Reizen voor het eigen genoegen was er nauwelijks bij.
Dat was wel het geval in wat algemeen bekend staat in de Grand Tour. Het begon in de 15e eeuw als een
educatieve trip van zonen van de Engelse Adel. De Tour begon in Engeland en had uiteindelijk de
bekendste cultuursteden in Italië als bestemming. De Grand Tour markeert de, tot dan ongebruikelijke,
interesse in andere culture.
Een belangrijke wortel van het hedendaagse toerisme moeten we zoeken in het kuuroord. De
gemiddelde burger had in vroegere jaren nogal wat kwalen, waartegen de medische stand nog geen
verweer had. Zwavel- en mineraal houdende bronnen bleken een geneeskrachtige werking te hebben op
sommige kwalen, waardoor er in heel Europa naast dit soort bronnen kuuroorden ontstonden. Heel wat
kuuroorden zijn in de loop van de jaren uitgegroeid tot vakantiebestemmingen. Scheveningen,
Zandvoort, Domburg in Nederland, Brighton, Bournemouth in Engeland, Nordemey, Travemünde, Sylt in