Doelen week 1
1. Het verschil kunnen uitleggen tussen de concepten warmte en temperatuur.
2. Kunnen uitleggen wat de eerste hoofdwet van de thermodynamica inhoudt.
3. Kunnen uitleggen wat interne energie, arbeid en warmte is.
4. Kunnen uitleggen wat er in de thermodynamica wordt bedoelt met een systeem en de omgeving.
5. Kunnen uitleggen wat een toestandsfunctie is en een aantal voorbeelden hiervan kunnen
noemen.
6. Kunnen uitrekenen wat de arbeid (PV arbeid) door of op een systeem is.
7. Het verschil kunnen uitleggen tussen energie en enthalpie en berekeningen kunnen uitvoeren
m.b.t. de beide begrippen.
8. Kunnen uitleggen wat de thermodynamische standaard toestand inhoudt.
Doelen week 2
1. De standaard reactie-enthalpie kunnen uitrekenen met behulp van vormingsenthalpieën of
bindingsenthalpieën.
2. Berekeningen kunnen uitvoeren waarbij de soortelijke warmte, de warmte overdracht en het
temperatuurverschil worden betrokken.
3. De wet van Hess kunnen toepassen.
4. Kunnen beschrijven wat entropie op (macroscopisch niveau) inhoudt en kunnen beredeneren of
een bepaald fysisch of chemisch proces een entropietoename of afname tot gevolg zal hebben.
5. Berekeningen met betrekking tot de Gibbs vrije energie kunnen uitvoeren en kunnen
beredeneren of een bepaald chemisch proces, onder gegeven omstandigheden, spontaan of niet
spontaan zal verlopen.
Doelen week 3
1. Kunnen uitleggen wat een redoxreactie is.
2. De halfreacties en de totaalreactie bij een redoxreactie in galvanische cellen kunnen opstellen
m.b.v. tabel 48 van de Binas.
3. Kunnen uitleggen wat een oxidator en wat een reductor is.
4. Kunnen uitleggen wat een oxidatiereactie en een reductiereactie is.
5. Kunnen uitleggen wat een anode en een kathode is.
6. Een galvanische cel kunnen tekenen met alle verschillende onderdelen en deze verschillende
onderdelen kunnen benoemen.
7. Een aantal eigenschappen van metalen kunnen noemen.
8. Kunnen uitleggen hoe ijzer uit ijzererts wordt gemaakt.
Doelen week 4
1. De korte notatie voor galvanische cellen kunnen opschrijven en kunnen interpreteren.
2. kunnen beredeneren of de redoxreactie spontaan zal verlopen en de bijbehorende standaard cel
potentiaal kunnen uitrekenen.
3. Het celpotentiaal kunnen uitrekenen als de Gibbs vrije energie voor de reactie bekend is (en vise
versa).
4. Kunnen uitleggen wat de Faraday constante inhoudt.
5. Standaard reductiepotentialen kunnen opzoeken.
6. In een reactiemengsel kunnen bepalen welk deeltje de sterkste oxidator is en welke de sterkste
reductor.
1. Het verschil kunnen uitleggen tussen de concepten warmte en temperatuur.
2. Kunnen uitleggen wat de eerste hoofdwet van de thermodynamica inhoudt.
3. Kunnen uitleggen wat interne energie, arbeid en warmte is.
4. Kunnen uitleggen wat er in de thermodynamica wordt bedoelt met een systeem en de omgeving.
5. Kunnen uitleggen wat een toestandsfunctie is en een aantal voorbeelden hiervan kunnen
noemen.
6. Kunnen uitrekenen wat de arbeid (PV arbeid) door of op een systeem is.
7. Het verschil kunnen uitleggen tussen energie en enthalpie en berekeningen kunnen uitvoeren
m.b.t. de beide begrippen.
8. Kunnen uitleggen wat de thermodynamische standaard toestand inhoudt.
Doelen week 2
1. De standaard reactie-enthalpie kunnen uitrekenen met behulp van vormingsenthalpieën of
bindingsenthalpieën.
2. Berekeningen kunnen uitvoeren waarbij de soortelijke warmte, de warmte overdracht en het
temperatuurverschil worden betrokken.
3. De wet van Hess kunnen toepassen.
4. Kunnen beschrijven wat entropie op (macroscopisch niveau) inhoudt en kunnen beredeneren of
een bepaald fysisch of chemisch proces een entropietoename of afname tot gevolg zal hebben.
5. Berekeningen met betrekking tot de Gibbs vrije energie kunnen uitvoeren en kunnen
beredeneren of een bepaald chemisch proces, onder gegeven omstandigheden, spontaan of niet
spontaan zal verlopen.
Doelen week 3
1. Kunnen uitleggen wat een redoxreactie is.
2. De halfreacties en de totaalreactie bij een redoxreactie in galvanische cellen kunnen opstellen
m.b.v. tabel 48 van de Binas.
3. Kunnen uitleggen wat een oxidator en wat een reductor is.
4. Kunnen uitleggen wat een oxidatiereactie en een reductiereactie is.
5. Kunnen uitleggen wat een anode en een kathode is.
6. Een galvanische cel kunnen tekenen met alle verschillende onderdelen en deze verschillende
onderdelen kunnen benoemen.
7. Een aantal eigenschappen van metalen kunnen noemen.
8. Kunnen uitleggen hoe ijzer uit ijzererts wordt gemaakt.
Doelen week 4
1. De korte notatie voor galvanische cellen kunnen opschrijven en kunnen interpreteren.
2. kunnen beredeneren of de redoxreactie spontaan zal verlopen en de bijbehorende standaard cel
potentiaal kunnen uitrekenen.
3. Het celpotentiaal kunnen uitrekenen als de Gibbs vrije energie voor de reactie bekend is (en vise
versa).
4. Kunnen uitleggen wat de Faraday constante inhoudt.
5. Standaard reductiepotentialen kunnen opzoeken.
6. In een reactiemengsel kunnen bepalen welk deeltje de sterkste oxidator is en welke de sterkste
reductor.