Inleiding privaatrecht II – 2016
WEEK 3
ONDERWERPEN
Werkgroep I
Overdracht
Derdenbescherming
Werkgroep II
Bezit, houderschap en overdracht in historisch perspectief
Causale en abstracte stelsel(s) van overdracht
INLEIDING OP DE STOF
Zoals in week 1 en 2 aan de orde is geweest kunnen goederen (zaken en vermogensrechten)
op verschillende wijzen worden verkregen. Goederen kunnen onder algemene titel worden
verkregen (opvolging in het gehele vermogen van een ander of een evenredig deel daarvan)
of onder bijzondere titel (verkrijging van één of meer afzonderlijke goederen). Vorige week is
reeds een aantal wijzen van eigendomsverkrijging onder bijzondere titel aan de orde
gekomen.
In deze week staat de overdracht centraal, de belangrijkste wijze van goederenverkrijging
onder bijzondere titel. Voor overdracht gelden drie vereisten, te weten: een geldige titel,
beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder en een levering. In de literatuur wordt soms
nog een vierde vereiste gesteld: de goederenrechtelijke overeenkomst. Dit vereiste blijft in
het vak Inleiding privaatrecht buiten beschouwing. In het Kernvak privaatrecht I zal hier
nader op worden ingegaan.
In beginsel dient naar Nederlandse recht aan alle drie de vereisten te worden voldaan, wil er
sprake zijn van een geldige overdracht, zie art. 3:84 BW.
Er moet een geldige titel zijn. Als deze ontbreekt, komt geen overdracht tot stand (causaal
stelsel). Hetzelfde geldt voor de levering. Zolang een goed niet geleverd is, is er van
overdracht geen sprake en is het goed niet van het ene vermogen in het andere overgegaan.
De wijze waarop een goed geleverd moet worden, is afhankelijk van de aard van het te
leveren goed. Voor roerende zaken, registergoederen of vorderingen geldende verschillende
voorschriften.
Ten slotte is ook in beginsel beschikkingsbevoegdheid vereist. Niemand kan meer rechten
overdragen dan hij heeft (nemo plus-regel). Als beschikkingsbevoegdheid ontbreekt, kan
WEEK 3
ONDERWERPEN
Werkgroep I
Overdracht
Derdenbescherming
Werkgroep II
Bezit, houderschap en overdracht in historisch perspectief
Causale en abstracte stelsel(s) van overdracht
INLEIDING OP DE STOF
Zoals in week 1 en 2 aan de orde is geweest kunnen goederen (zaken en vermogensrechten)
op verschillende wijzen worden verkregen. Goederen kunnen onder algemene titel worden
verkregen (opvolging in het gehele vermogen van een ander of een evenredig deel daarvan)
of onder bijzondere titel (verkrijging van één of meer afzonderlijke goederen). Vorige week is
reeds een aantal wijzen van eigendomsverkrijging onder bijzondere titel aan de orde
gekomen.
In deze week staat de overdracht centraal, de belangrijkste wijze van goederenverkrijging
onder bijzondere titel. Voor overdracht gelden drie vereisten, te weten: een geldige titel,
beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder en een levering. In de literatuur wordt soms
nog een vierde vereiste gesteld: de goederenrechtelijke overeenkomst. Dit vereiste blijft in
het vak Inleiding privaatrecht buiten beschouwing. In het Kernvak privaatrecht I zal hier
nader op worden ingegaan.
In beginsel dient naar Nederlandse recht aan alle drie de vereisten te worden voldaan, wil er
sprake zijn van een geldige overdracht, zie art. 3:84 BW.
Er moet een geldige titel zijn. Als deze ontbreekt, komt geen overdracht tot stand (causaal
stelsel). Hetzelfde geldt voor de levering. Zolang een goed niet geleverd is, is er van
overdracht geen sprake en is het goed niet van het ene vermogen in het andere overgegaan.
De wijze waarop een goed geleverd moet worden, is afhankelijk van de aard van het te
leveren goed. Voor roerende zaken, registergoederen of vorderingen geldende verschillende
voorschriften.
Ten slotte is ook in beginsel beschikkingsbevoegdheid vereist. Niemand kan meer rechten
overdragen dan hij heeft (nemo plus-regel). Als beschikkingsbevoegdheid ontbreekt, kan