Samevatting strafrecht
Strafprocesrecht
Hoofddoel: juiste toepassing van materieel strafrecht op daders mogelijk maken
Nevendoelen:
- Preventie
- Voorkomen eigenrichting
- Orde scheppen
- Genoegdoening
Bronnen
- Wetboek sv
- Bijzondere wetten
- Internationale rechtsinstrumenten
- Lagere wetgeving en beleidsregels
- Jurisprudentie
- Beginselen van een goede procesorde (ongeschreven recht)
Strafvordelijk legaliteitsbeginsel: art. 1 sv
1) Wettelijke grondslag vereist (bloedproef)
2) Toetsing van het concrete optreden (braak bij binnentreden)
- Fundeert strafrechtelijke aansprakelijkheid
- Legitimeert overheidsoptreden
- Beschermt de burger tegen de overheid
Bescherming tegen:
- Strafbepalingen die niet of nauwelijks zijn na te leven
- Onduidelijke en te vage strafbepalingen
- Strafbepalingen waarvan niet duidelijk is wat het verwijt is dat verdachte wordt gemaakt
- Te snel of te lichtvaardig intredende strafrechtelijke aansprakelijkheid
- Ongeoorloofd straffen
Grondslagen:
- Schuldgezichtspunt
- Rechtsstaatgedachte
- Rechtszekerheid
Deelnormen:
- Verbod van terugwerkende kracht (nullum crimen, nulla poena sine lege praevia)
Men kan niet worden gestraft voor iets waarvan men ten tijde van het begaan van het delict niet kon
weten dat het strafbaar was
Voor rechter is ijkpunt: tijdstip van het begaan van het feit
, - Gebod van toegankelijke en scherpe normen (lex certa)
Burger moet (kunnen) weten welk gedrag strafbaar is
Dit dient de rechtszekerheid, draagt bij aan het bewerkstelligen van normconform gedrag en biedt
rechtsbescherming
Alleen de democratisch gelegitimeerde wetgever mag bepalen wie wanneer waarvoor strafbaar is
Delictsomschrijvingen moeten toegankelijk en geschreven zijn (lex scripta) en voldoende duidelijk en
precies zijn (lex certa)
Open, vage normen zijn soms onvermijdelijk (A.C.A.B. arrest)
- Verbod van te extensieve en analogische interpretatie
Grenzen aan interpretatievrijheid rechter
Tegenhanger van lex certa-vereiste
Scheiding der machten, democratische legitimatie
Rechtszekerheid
Interpretatiemethoden
Analogieverbod
(onderzoekend) inquisitoir: proces zijn justitie en de rechter actief op zoek naar de waarheid. Hierbij is
de verdachte object van onderzoek, en dus zijn de partijen ongelijkwaardig.
Overwegend inquisitoir:
Accusatoir: is een vorm van procesvoering waarbij het initiatief bij de procespartijen ligt. Het proces is
bijna volledig in handen van de partijen: zij bepalen het voorwerp van de rechtszaak en zij zijn
verantwoordelijk voor de bewijsvoering.
Vooronderzoek art. 132 sv: getemperd inquisitoir:
- Verzamelen bewijsmateriaal
- Voorbereiden vervolgingsbeslissing
- Verschillende vormen
Eindonderzoek: gematigd inquisitoir
- Relatief belang
- Sepots en strafbeschikkingen
- Zitting = bespreking van dossier
Opsporingsonderzoek art. 132a sv
1) Opsporing naar terroristische misdrijven: aanwijzingen
2) Proactieve opsoring (vroegsporing): ernstige misdrijven gepleegd in georganiseerd verband
art. 126o sv
3) Klassieke opsporing: verdenking art. 27 sv
Strafprocesrecht
Hoofddoel: juiste toepassing van materieel strafrecht op daders mogelijk maken
Nevendoelen:
- Preventie
- Voorkomen eigenrichting
- Orde scheppen
- Genoegdoening
Bronnen
- Wetboek sv
- Bijzondere wetten
- Internationale rechtsinstrumenten
- Lagere wetgeving en beleidsregels
- Jurisprudentie
- Beginselen van een goede procesorde (ongeschreven recht)
Strafvordelijk legaliteitsbeginsel: art. 1 sv
1) Wettelijke grondslag vereist (bloedproef)
2) Toetsing van het concrete optreden (braak bij binnentreden)
- Fundeert strafrechtelijke aansprakelijkheid
- Legitimeert overheidsoptreden
- Beschermt de burger tegen de overheid
Bescherming tegen:
- Strafbepalingen die niet of nauwelijks zijn na te leven
- Onduidelijke en te vage strafbepalingen
- Strafbepalingen waarvan niet duidelijk is wat het verwijt is dat verdachte wordt gemaakt
- Te snel of te lichtvaardig intredende strafrechtelijke aansprakelijkheid
- Ongeoorloofd straffen
Grondslagen:
- Schuldgezichtspunt
- Rechtsstaatgedachte
- Rechtszekerheid
Deelnormen:
- Verbod van terugwerkende kracht (nullum crimen, nulla poena sine lege praevia)
Men kan niet worden gestraft voor iets waarvan men ten tijde van het begaan van het delict niet kon
weten dat het strafbaar was
Voor rechter is ijkpunt: tijdstip van het begaan van het feit
, - Gebod van toegankelijke en scherpe normen (lex certa)
Burger moet (kunnen) weten welk gedrag strafbaar is
Dit dient de rechtszekerheid, draagt bij aan het bewerkstelligen van normconform gedrag en biedt
rechtsbescherming
Alleen de democratisch gelegitimeerde wetgever mag bepalen wie wanneer waarvoor strafbaar is
Delictsomschrijvingen moeten toegankelijk en geschreven zijn (lex scripta) en voldoende duidelijk en
precies zijn (lex certa)
Open, vage normen zijn soms onvermijdelijk (A.C.A.B. arrest)
- Verbod van te extensieve en analogische interpretatie
Grenzen aan interpretatievrijheid rechter
Tegenhanger van lex certa-vereiste
Scheiding der machten, democratische legitimatie
Rechtszekerheid
Interpretatiemethoden
Analogieverbod
(onderzoekend) inquisitoir: proces zijn justitie en de rechter actief op zoek naar de waarheid. Hierbij is
de verdachte object van onderzoek, en dus zijn de partijen ongelijkwaardig.
Overwegend inquisitoir:
Accusatoir: is een vorm van procesvoering waarbij het initiatief bij de procespartijen ligt. Het proces is
bijna volledig in handen van de partijen: zij bepalen het voorwerp van de rechtszaak en zij zijn
verantwoordelijk voor de bewijsvoering.
Vooronderzoek art. 132 sv: getemperd inquisitoir:
- Verzamelen bewijsmateriaal
- Voorbereiden vervolgingsbeslissing
- Verschillende vormen
Eindonderzoek: gematigd inquisitoir
- Relatief belang
- Sepots en strafbeschikkingen
- Zitting = bespreking van dossier
Opsporingsonderzoek art. 132a sv
1) Opsporing naar terroristische misdrijven: aanwijzingen
2) Proactieve opsoring (vroegsporing): ernstige misdrijven gepleegd in georganiseerd verband
art. 126o sv
3) Klassieke opsporing: verdenking art. 27 sv