H21 planten
21.1 tomaten kweken
● Je kan beschrijven hoe de klassieke verdeling werkt mbv van de termen selectie, kruisen, nakomelingen
selectie.
mensen zoeken veelbelovende organismen uit, kruisen ze en kiezen uit de nakomelingen de beste exemplaren.
● Je kan beschrijven hoe genetische modificatie gaat
het inbrengen van een gen in de plasmide een ander organisme, deze plasmide wordt in een bacterie geplaatst
en laat deze delen tot een kloon bacteriën, brengt in een kweek samen met tomaten cellen, in een aantal cellen
dringen die plasmiden binnen, deze cellen worden geïsoleerd, uit deze cellen groeit uiteindelijk een hele plant
● Je kan met behulp van BiNaS tabel 71M1 uitleggen hoe bacteriën gebruikt kunnen worden voor de productie
van eiwitten (in dit geval insuline).
● Je kent het verschil tussen een transgeen en een cisgeen organisme.
genetische modificatie met een gen van een andere soort of dezelfde
21.2 water
● Je kan met behulp van de volgende begrippen (verdampingsstroom, cohesie, adhesie, worteldruk en
waterpotentiaal) de waterstroom in de houtvaten beschrijven.
De houtvaten vervoeren water en mineralen van de wortels naar andere delen van de plant.
Cohesie: watermoleculen trekken aan elkaar
Adhesie: watermoleculen trekken zich omhoog aan de wanden
Actief transport van voedingsstoffen naar bastvat (hoge concenratie) door osmose water van houtvat naar
bastvat, in de wortels lage concentratie in bastvat, water via osmose naar houtvat (worteldruk)
● Je kan uitleggen hoe worteldruk ontstaat door gebruikt te maken van de begrippen actief transport en
osmose.
● Je kan beredeneren wanneer de verdamping in de bladeren hoog / laag is (oa wet van Fick (10.2) is hier van
belang).
21.3 fotosynthese
● Je kent de netto reactievergelijking van fotosynthese, inclusief het aantal moleculen.
6CO2 + 6H2O → C6H12O6 + 6O2
● Je kan uitleggen waarom de hoeveelheid water die gebruikt wordt bij fotosynthese meer is dan in de netto
reactievergelijking staat.
bruto: 6CO2 + 12H2O → C6H12O6 + 6H2O + 6O2
● Je kent het verschil tussen de licht en de donkerreactie wat betreft doel van de reactie, benodigde stoffen en
de producten die ontstaan.
reactie doel van reactie benodigde stoffen producten
Licht stoffen produceren zodat de H2O, NADP+, ADP, Pi, O2, NADPH, H+, ATP
donkerreactie plaats kan vinden
Donker glucose produceren NADH, ATP, CO2 H2O, C6H12O6, NADP+, ADP, Pi
21.1 tomaten kweken
● Je kan beschrijven hoe de klassieke verdeling werkt mbv van de termen selectie, kruisen, nakomelingen
selectie.
mensen zoeken veelbelovende organismen uit, kruisen ze en kiezen uit de nakomelingen de beste exemplaren.
● Je kan beschrijven hoe genetische modificatie gaat
het inbrengen van een gen in de plasmide een ander organisme, deze plasmide wordt in een bacterie geplaatst
en laat deze delen tot een kloon bacteriën, brengt in een kweek samen met tomaten cellen, in een aantal cellen
dringen die plasmiden binnen, deze cellen worden geïsoleerd, uit deze cellen groeit uiteindelijk een hele plant
● Je kan met behulp van BiNaS tabel 71M1 uitleggen hoe bacteriën gebruikt kunnen worden voor de productie
van eiwitten (in dit geval insuline).
● Je kent het verschil tussen een transgeen en een cisgeen organisme.
genetische modificatie met een gen van een andere soort of dezelfde
21.2 water
● Je kan met behulp van de volgende begrippen (verdampingsstroom, cohesie, adhesie, worteldruk en
waterpotentiaal) de waterstroom in de houtvaten beschrijven.
De houtvaten vervoeren water en mineralen van de wortels naar andere delen van de plant.
Cohesie: watermoleculen trekken aan elkaar
Adhesie: watermoleculen trekken zich omhoog aan de wanden
Actief transport van voedingsstoffen naar bastvat (hoge concenratie) door osmose water van houtvat naar
bastvat, in de wortels lage concentratie in bastvat, water via osmose naar houtvat (worteldruk)
● Je kan uitleggen hoe worteldruk ontstaat door gebruikt te maken van de begrippen actief transport en
osmose.
● Je kan beredeneren wanneer de verdamping in de bladeren hoog / laag is (oa wet van Fick (10.2) is hier van
belang).
21.3 fotosynthese
● Je kent de netto reactievergelijking van fotosynthese, inclusief het aantal moleculen.
6CO2 + 6H2O → C6H12O6 + 6O2
● Je kan uitleggen waarom de hoeveelheid water die gebruikt wordt bij fotosynthese meer is dan in de netto
reactievergelijking staat.
bruto: 6CO2 + 12H2O → C6H12O6 + 6H2O + 6O2
● Je kent het verschil tussen de licht en de donkerreactie wat betreft doel van de reactie, benodigde stoffen en
de producten die ontstaan.
reactie doel van reactie benodigde stoffen producten
Licht stoffen produceren zodat de H2O, NADP+, ADP, Pi, O2, NADPH, H+, ATP
donkerreactie plaats kan vinden
Donker glucose produceren NADH, ATP, CO2 H2O, C6H12O6, NADP+, ADP, Pi