Drogredenen
1. Standpunt heilig verklaren
(neem bijvoorbeeld God)
2. Standpunt taboe verklaren
(over de doden niets dan goeds)
3. Tegenpartij onder druk zetten – drogreden van de stok
(als je dit niet doet, dan gebeurt dit)
4. Tegenpartij onder druk zetten – beroep op medelijden
(ik heb er zo lang aan gewerkt, nu krijg ik toch wel een goed cijfer)
5. Tegenpartij persoonlijk aanvallen – argumentum ad hominem
6. Tegenpartij persoonlijk aanvallen – directe persoonlijke aanval
(jij bent zo dom)
7. Tegenpartij persoonlijk aanvallen – indirecte persoonlijke aanval
(motieven verdacht maken)
8. Tegenpartij persoonlijk aanvallen – tu quoque
(roken is slecht, ja maar jij doet het ook, dus mag ik het ook)
9. Verschuiven van de bewijslast
(laat de tegenpartij maar bewijzen dat iets niet zo is)
10. Ontduiken van de bewijslast
(het spreekt voor zichzelf dat… ieder weldenkend mens weet…)
11. Fictief standpunt in de schoenen schuiven – drogreden van de stroman
(hij zegt wel dit… maar als zakenman vindt hij natuurlijk dit…)
12. Standpunt vertekenen – drogreden van de stroman
(standpunt uit context halen, simplificeren, overdrijven)
13. Standpunt niet beargumenteren maar omzeilen door retorische trucs – non-argumentatie
14. Sentimenten bespelen – pathetische drogreden
(knobbeltje in de borst)
15. Schermen met eigen kwaliteiten – ethische drogreden
(interessant doen over zaken waar je geen verstand van hebt, ‘ik kan het weten…’)
1. Standpunt heilig verklaren
(neem bijvoorbeeld God)
2. Standpunt taboe verklaren
(over de doden niets dan goeds)
3. Tegenpartij onder druk zetten – drogreden van de stok
(als je dit niet doet, dan gebeurt dit)
4. Tegenpartij onder druk zetten – beroep op medelijden
(ik heb er zo lang aan gewerkt, nu krijg ik toch wel een goed cijfer)
5. Tegenpartij persoonlijk aanvallen – argumentum ad hominem
6. Tegenpartij persoonlijk aanvallen – directe persoonlijke aanval
(jij bent zo dom)
7. Tegenpartij persoonlijk aanvallen – indirecte persoonlijke aanval
(motieven verdacht maken)
8. Tegenpartij persoonlijk aanvallen – tu quoque
(roken is slecht, ja maar jij doet het ook, dus mag ik het ook)
9. Verschuiven van de bewijslast
(laat de tegenpartij maar bewijzen dat iets niet zo is)
10. Ontduiken van de bewijslast
(het spreekt voor zichzelf dat… ieder weldenkend mens weet…)
11. Fictief standpunt in de schoenen schuiven – drogreden van de stroman
(hij zegt wel dit… maar als zakenman vindt hij natuurlijk dit…)
12. Standpunt vertekenen – drogreden van de stroman
(standpunt uit context halen, simplificeren, overdrijven)
13. Standpunt niet beargumenteren maar omzeilen door retorische trucs – non-argumentatie
14. Sentimenten bespelen – pathetische drogreden
(knobbeltje in de borst)
15. Schermen met eigen kwaliteiten – ethische drogreden
(interessant doen over zaken waar je geen verstand van hebt, ‘ik kan het weten…’)