Verpleegkundige zorgverlening, Geneeskunde,
Onderzoek doen & toepassen, Zorginnovati e & ondernemerschap
Inhoud
Verpleegkundige zorgverlening..............................................................................................................2
Les 3.1: Moe, maar niet kunnen slapen..............................................................................................2
Les 3.2: Wat als je vervreemdt van jezelf en je omgeving..................................................................3
Geneeskunde..........................................................................................................................................4
Les 3.1: Psychische functies................................................................................................................4
Les 3.2: Pathologie: angststoornissen.................................................................................................7
Les 3.3: Pathologie: persoonlijkheidsstoornissen.............................................................................10
Les 3.4: Ik zie, ik zie wat jij niet ziet…................................................................................................13
Les 3.5: Pathologie: stemmingsstoornissen......................................................................................15
Les 3.6: Zijn wij ons brein?................................................................................................................19
Les 3.7: Psychofarmaca.....................................................................................................................21
Onderzoek doen & toepassen..............................................................................................................24
Les 1.1: De onderzoekende houding van de verpleegkundige..........................................................24
Les 2.1: Kritisch zijn op de kennis die er is........................................................................................24
Les 3.1: Wat is het probleem?..........................................................................................................25
Les 3.2: Snel een (wetenschappelijk) artikel lezen............................................................................27
Les 3.3: Is it the truth?......................................................................................................................28
Les 3.4: Presenteren onderzoeksresultaten.....................................................................................29
Zorginnovatie & ondernemerschap......................................................................................................29
Les 1.1: Innoveren kun je leren.........................................................................................................29
Les 2.1: Denk eerst in problemen…..................................................................................................30
Les 2.2: … En daarna pas in oplossingen!..........................................................................................31
Les 3.1 Samen kom je verder dan alleen..........................................................................................32
Les 3.2: Ideas are easy, implementation is hard...............................................................................33
,Verpleegkundige zorgverlening
Les 3.1: Moe, maar niet kunnen slapen
1. De aspecten rondom de functie, stadia en beïnvloedende factoren van het slaap-waakritme
benoemen
Non-REM-slaap:
Stadium 1: Sluimerstadium
Stadium 2: Totale ontspanning
Stadium 3: Moeilijk te wekken 1 slaap cyclus +/- 90 min.
Stadium 4: Lichamelijk herstel
REM-slaap:
Stadium 5: REM-slaap
Oorzaken van slecht slapen: omgeving, lichamelijk, psychologisch, intoxicaties, ziektebeelden.
Insomnie: slapeloosheid.
Hypersomnie: slaperigheid overdag.
Hulp bieden bij slaapproblemen:
Voorlichting (belang van ritme, gebruik middelen, etc.).
Maak een schema van inspanning/ontspanning gedurende de dag.
Verbeter slaapomgeving en slaap hygiëne.
Vermijd inname van stimulerende middelen (drugs, alcohol, roken).
Niet eten 2 uren voorafgaande aan slaap.
Geen zware inspanning minimaal 2 uren voor slaap.
Gebruik van slaapmedicatie i.o.m. arts (alleen geschikt voor tijdelijk herstel; probeer
verslaving te voorkomen < 2 weken gebruiken).
Bevorderen van slaap:
Dag:
Regelmaat in leven brengen.
Eten op vaste tijden.
Toename activiteiten.
Stimuleer activiteiten in buitenlucht.
Stimuleer sociale contacten.
Vermijd te lange dutjes.
Avond:
Ontspanningsoefeningen.
Ontwikkel een vaste routine van slapen gaan.
Ga slapen indien men zich slaperig voelt.
Niet lezen, TV of telefoongebruik in slaapkamer.
Licht uit.
Indien de slaap niet wordt gevat, dan er uit en kort iets ontspannend doen.
Zorg dat de slaap niet wordt verstoord door geluiden.
Warm bad kan helpen ontspannen (ruim voor het slapen).
2. Verschillende slaapproblemen bij zorgvragers en de gevolgen hiervan op dagelijks leven herkennen
Gevolgen slaaptekort:
Afwijkend gedrag (nervositeit, irritatie, angst, apathie, onverschilligheid).
Concentratieverlies/opmerkzaamheidsverlies.
Gestoorde gedachtegang.
Overreageren.
Verstoord lichamelijk functioneren (onnauwkeurigheid, apraxie, verlaagde energie).
, Relatie tussen slapeloosheid en psychische problemen:
Chronische slapeloosheid is een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen in Nederland.
Slapeloosheid is de allerbelangrijkste risicofactor voor het ontstaan van een depressie. Het maakt
mensen kwetsbaar voor het ontwikkelen van een posttraumatische stressstoornis.
Gevolgen vermoeidheid:
Lichamelijk:
Afname van lichamelijke activiteit.
Beperking van zelfredzaamheid.
Beperking in ADL vaardigheden.
Verhoogde kans op ziekte (afname weerstand, verergering bestaande pathologie).
Geestelijk:
Depressie.
Angst.
Sociaal:
Eenzaamheid.
Werkverzuim/school achterstand.
Verkorte Vermoeidheids-Vragenlijst (VVV) en Fatigue Severity Scale (FSS).
3. Noemen wat de verpleegkundige taken zijn om het slaap-waakritme te bevorderen
Rol van verpleegkundige bij slaapproblemen:
Vaststellen verpleegkundige diagnose:
Anamnese
Zelfrapportage
Hetero-anamnese
Observatie
Adviseren
Les 3.2: Wat als je vervreemdt van jezelf en je omgeving
1. Opsommen wat de gevolgen zijn bij zorgvragers met angstproblemen en/of een psychose
Angststoornissen:
Paniekaanvallen.
Specifieke/enkelvoudige fobie.
Sociale fobie.
PTSS.
Gegeneraliseerde angststoornis.
Dwangstoornis (obsessie-compulsieve stoornis).
Separatiestoornis.
Signalen van angst:
Gespannen spieren.
Zweet in de handen.
Bezorgdheid die steeds meer toeneemt richting angstige gedachten.
Toename van vermoeidheid.
Toename van slaapproblemen.
Slecht tot niet kunnen ontspannen.
Verhoogde alertheid.
Verhoogde schrikreactie.
Ongemakkelijk/onrustig voelen in situaties waarin je dit eerder niet had.