Arbeidsrecht
Week 6: Beëindiging met wederzijds goedvinden
Vaststellingsovereenkomst is ter voorkoming van een geschil, een
beëindigingsovereenkomst is ter beëindiging.
Aangeven welke vereisten er specifiek gelden binnen het arbeidsrecht voor het
ontstaan van een beëindigingsovereenkomst of een beëindiging met
wederzijds goedvinden
Beëindiging met wederzijds goedvinden
- Meerzijdige rechtshandeling: er moet sprake zijn van aanbod en aanvaarding, art. 6:217
BW.
- De werkgever heeft een informatie en onderzoeksplicht: hij moet onderzoeken of de wil van
de werknemer uitdrukkelijk en ondubbelzinnig is gericht op de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst.
Beëindigingsovereenkomst:
- De ontbindingstermijn moet opgenomen worden, art. 7:900 BW;
- Einddatum arbeidsovereenkomst;
- Loon, vakantiebijslag en overige emolumenten;
- Vakantiedagen;
- Afspraken over concurrentiebeding;
- Finale kwijting/eindafrekening.
Wat het instemmen met de opzegging voor arbeidsrechtelijke gevolgen heeft
De werknemer stemt in met de opzegging van de werkgever. Na het in acht nemen van de
opzegtermijn en de dag waartegen, is zijn arbeidsovereenkomst geëindigd.
De verschillen en overeenkomsten duiden tussen een beëindiging met
wederzijds goedvinden en een instemming met de opzegging
Instemmen met de opzegging, art. 7:671 BW
Wederzijds goedvinden, art. 7:670b BW
Overeenkomsten:
- moet schriftelijk geschieden;
- de bedenktermijn van 2 weken (of 3 weken) geldt.
Verschillen:
- Instemmen met de opzegging is een eenzijdige rechtshandeling, wederzijds goedvinden in
een meerzijdige rechtshandeling.
- De instemming met de opzegging kun je ontbinden, het wederzijds goedvinden moet je
herroepen.
- Bij de instemming met de opzegging is een transitievergoeding verschuldigd, bij een
beëindiging met wederzijds goedvinden niet;
- Bij de instemming met de opzegging moeten de opzegtermijn in acht worden genomen, bij
een beëindigingsovereenkomst maken partijen afspraken over de einddatum.
Week 6: Beëindiging met wederzijds goedvinden
Vaststellingsovereenkomst is ter voorkoming van een geschil, een
beëindigingsovereenkomst is ter beëindiging.
Aangeven welke vereisten er specifiek gelden binnen het arbeidsrecht voor het
ontstaan van een beëindigingsovereenkomst of een beëindiging met
wederzijds goedvinden
Beëindiging met wederzijds goedvinden
- Meerzijdige rechtshandeling: er moet sprake zijn van aanbod en aanvaarding, art. 6:217
BW.
- De werkgever heeft een informatie en onderzoeksplicht: hij moet onderzoeken of de wil van
de werknemer uitdrukkelijk en ondubbelzinnig is gericht op de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst.
Beëindigingsovereenkomst:
- De ontbindingstermijn moet opgenomen worden, art. 7:900 BW;
- Einddatum arbeidsovereenkomst;
- Loon, vakantiebijslag en overige emolumenten;
- Vakantiedagen;
- Afspraken over concurrentiebeding;
- Finale kwijting/eindafrekening.
Wat het instemmen met de opzegging voor arbeidsrechtelijke gevolgen heeft
De werknemer stemt in met de opzegging van de werkgever. Na het in acht nemen van de
opzegtermijn en de dag waartegen, is zijn arbeidsovereenkomst geëindigd.
De verschillen en overeenkomsten duiden tussen een beëindiging met
wederzijds goedvinden en een instemming met de opzegging
Instemmen met de opzegging, art. 7:671 BW
Wederzijds goedvinden, art. 7:670b BW
Overeenkomsten:
- moet schriftelijk geschieden;
- de bedenktermijn van 2 weken (of 3 weken) geldt.
Verschillen:
- Instemmen met de opzegging is een eenzijdige rechtshandeling, wederzijds goedvinden in
een meerzijdige rechtshandeling.
- De instemming met de opzegging kun je ontbinden, het wederzijds goedvinden moet je
herroepen.
- Bij de instemming met de opzegging is een transitievergoeding verschuldigd, bij een
beëindiging met wederzijds goedvinden niet;
- Bij de instemming met de opzegging moeten de opzegtermijn in acht worden genomen, bij
een beëindigingsovereenkomst maken partijen afspraken over de einddatum.