Visie op gedrag (bladzijde 12 t/m 17)
Structurele aandacht voor sociaal-emotioneel leren
Gedrag en leren zijn naar mijn idee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een leerling die
goed in zijn vel zit, gelukkig is, zal over het algemeen goed presteren in de cognitieve
vakken. De Nederlandse overheid heeft een onderwijsbeleid ontwikkeld dat wordt
gekenmerkt door een disbalans tussen sociaal-emotioneel leren en academisch of schools
leren. Vooral het academisch leren krijgt naar mijn idee de laatste jaren veel aandacht. Het
gevaar bestaat dat voor een deel van de leerlingen de druk om te presteren te groot zal
worden en dat ze daardoor gedrag zullen gaan vertonen dat door volwassenen als
problematisch zal worden bestempeld. De Inspectie van het Onderwijs hecht overigens
zeker waarde aan de sociale opbrengsten van het onderwijs. Onder sociale opbrengsten
verstaat zij ‘de competenties die nodig zijn om in allerlei situaties op een goede manier met
anderen om te gaan en bij te dragen aan de samenleving’. De sociale competenties dragen
bij aan een positief en sociaal veilig klimaat op school en bevordert de leerprestaties. De
inspectie kijkt vooral naar kwaliteit en vergelijkt scholen met elkaar. Ik mis de aandacht op de
emotionele component. In sociaal contact met anderen spelen kennis over jezelf en
vaardigheden als impulscontrole en het herkennen van stressoren een grote rol. Mijn boek
kan worden gezien als een pleidooi voor een betere balans tussen academisch en sociaal-
emotioneel leren.
Opbrengstgericht werken
Naast sterke aandacht voor schools leren wordt er in het Nederlands overheidsbeleid ook
veel belang gehecht aan opbrengstgericht werken (OGW) in het primair en voortgezet
onderwijs. OGW is het systematisch en doelgericht werken aan het maximaliseren van de
onderwijsprestaties waarbij alle betrokkenen op basis van de resultaten gericht actie
ondernemen om het onderwijs te verbeteren. De meeste publicaties over OGW gaan over
leren, leerprestaties en leerstrategieën en niet, of veel minder, over gedrag en sociaal-
emotioneel leren. Binnen het OGW bepleit men een planmatige, cyclische aanpak:
Plannen van activiteiten op basis van de te realiseren einddoelen
Lesgeven
Checken van de resultaten en vergelijken met doelen
Aanpassen van het handelen in de klas
Bovenstaande cyclus staat ook wel bekend als de PDCA-cyclus. Uit onderzoek blijkt dat
OGW in het voortgezet onderwijs het beste lukt bij leraren die tijdens de les uitblinken in
klassenmanagment en orde houden.
Gedragsproblemen moet je voorkomen
Het is een volkswijsheid dat je problemen beter kunt voorkomen dan ze achteraf oplossen.
Preventie wordt binnen het kader van dit boek gedefinieerd als het voorkomen van
psychosociale problematiek, het opsporen van risicofactoren in de ontwikkeling, en het
vermijden en in de hand houden van licht probleemgedrag. Het begrip is sterk verbonden
met veiligheid. Hoe eerder een probleem kan worden ontdekt hoe eerder men dat nog met
lichte middelen kan helpen. Als het de ambitie is om in het kader van passend onderwijs
meer leerlingen te ondersteunen dan tot nog toe gewoon was, dan kan dat alleen als er
vroegtijdige signalering plaatsvindt waarop snelle, lichte oplossingen volgen. In Nederland
zijn we helaas sterk curatief gericht: achteraf repareren wat is misgegaan. Dit boek gaat uit
van de in de literatuur gebruikelijke onderverdeling in drie preventieniveaus: primaire
preventie, secundaire preventie en tertiaire preventie.
Structurele aandacht voor sociaal-emotioneel leren
Gedrag en leren zijn naar mijn idee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een leerling die
goed in zijn vel zit, gelukkig is, zal over het algemeen goed presteren in de cognitieve
vakken. De Nederlandse overheid heeft een onderwijsbeleid ontwikkeld dat wordt
gekenmerkt door een disbalans tussen sociaal-emotioneel leren en academisch of schools
leren. Vooral het academisch leren krijgt naar mijn idee de laatste jaren veel aandacht. Het
gevaar bestaat dat voor een deel van de leerlingen de druk om te presteren te groot zal
worden en dat ze daardoor gedrag zullen gaan vertonen dat door volwassenen als
problematisch zal worden bestempeld. De Inspectie van het Onderwijs hecht overigens
zeker waarde aan de sociale opbrengsten van het onderwijs. Onder sociale opbrengsten
verstaat zij ‘de competenties die nodig zijn om in allerlei situaties op een goede manier met
anderen om te gaan en bij te dragen aan de samenleving’. De sociale competenties dragen
bij aan een positief en sociaal veilig klimaat op school en bevordert de leerprestaties. De
inspectie kijkt vooral naar kwaliteit en vergelijkt scholen met elkaar. Ik mis de aandacht op de
emotionele component. In sociaal contact met anderen spelen kennis over jezelf en
vaardigheden als impulscontrole en het herkennen van stressoren een grote rol. Mijn boek
kan worden gezien als een pleidooi voor een betere balans tussen academisch en sociaal-
emotioneel leren.
Opbrengstgericht werken
Naast sterke aandacht voor schools leren wordt er in het Nederlands overheidsbeleid ook
veel belang gehecht aan opbrengstgericht werken (OGW) in het primair en voortgezet
onderwijs. OGW is het systematisch en doelgericht werken aan het maximaliseren van de
onderwijsprestaties waarbij alle betrokkenen op basis van de resultaten gericht actie
ondernemen om het onderwijs te verbeteren. De meeste publicaties over OGW gaan over
leren, leerprestaties en leerstrategieën en niet, of veel minder, over gedrag en sociaal-
emotioneel leren. Binnen het OGW bepleit men een planmatige, cyclische aanpak:
Plannen van activiteiten op basis van de te realiseren einddoelen
Lesgeven
Checken van de resultaten en vergelijken met doelen
Aanpassen van het handelen in de klas
Bovenstaande cyclus staat ook wel bekend als de PDCA-cyclus. Uit onderzoek blijkt dat
OGW in het voortgezet onderwijs het beste lukt bij leraren die tijdens de les uitblinken in
klassenmanagment en orde houden.
Gedragsproblemen moet je voorkomen
Het is een volkswijsheid dat je problemen beter kunt voorkomen dan ze achteraf oplossen.
Preventie wordt binnen het kader van dit boek gedefinieerd als het voorkomen van
psychosociale problematiek, het opsporen van risicofactoren in de ontwikkeling, en het
vermijden en in de hand houden van licht probleemgedrag. Het begrip is sterk verbonden
met veiligheid. Hoe eerder een probleem kan worden ontdekt hoe eerder men dat nog met
lichte middelen kan helpen. Als het de ambitie is om in het kader van passend onderwijs
meer leerlingen te ondersteunen dan tot nog toe gewoon was, dan kan dat alleen als er
vroegtijdige signalering plaatsvindt waarop snelle, lichte oplossingen volgen. In Nederland
zijn we helaas sterk curatief gericht: achteraf repareren wat is misgegaan. Dit boek gaat uit
van de in de literatuur gebruikelijke onderverdeling in drie preventieniveaus: primaire
preventie, secundaire preventie en tertiaire preventie.