Te leren:
o Woordenlijst, hoofdstuk 3 (boek 1) en hoofdstuk 4 (boek 2);
o Plek bijvoeglijk naamwoord;
o Werkwoorden met klinkerwisseling ‘o/u’ = ‘ue’;
o Gebiedende wijs enkelvoud (el imperativo);
o Uitbreiding werkwoorden ser en estar;
o Werkwoorden met klinkerwisseling ‘e’ naar ‘i’;
o Estar + gerundio;
o Grammatica periode 1: presente perfecto, gustar en de vervoegingen voor de onregelmatige
werkwoorden;
o Het extra materiaal voor schrijfvaardigheid.
Plek bijvoeglijk naamwoord:
Meestal staat in het Spaans het bijvoeglijk naamwoord achter het zelfstandig naamwoord, zoals bij
kleuren bijvoorbeeld. Maar er zijn ook uitzonderingen:
Bijvoeglijk naamwoord (el adjetivo) Betekenis
Poco/a Weinig/een beetje
Medio/a Halve
Otro/a Nog een/een andere
Mucho/a Veel
Demasadio/a Te veel
Al deze werkwoorden komen voor het zelfstandig naamwoord, otro/a en medio/a worden zonder een
onbepaald lidwoord vertaald. Uitzonderingen hierop zijn: otra vez (nog een keer) en medio día (een
halve dag).
Werkwoorden met klinkerwisseling ‘o/u’ = ‘ue’:
Woordenboek: ‘ue’ achter het werkwoord.
Poder (kunnen, Contrar (vertellen) Dormir (slapen) Mostrar (laten zien)
mogen)
Puedo Cuento Duermo Muestro
Puedes Cuentas Duermes Muestras
Puede Cuenta Duerme Muestra
Podemos Contamos Dormimos Mostramos
Podéis Contáis Dormís Mostráis
Pueden Cuentan Duermen Muestran
Encontarse (elkaar Volver (teruggaan) Jugar (spelen)
ontmoeten)
Encuentro Vuelvo Juego
Encuentras Vuelves Juegas
Encuentra Vuelve Juega
Encontramos Volvemos Jugamos
Encontráis Volvéis Jugáis
Encuentran Vuelven Juegan