Belangrijkste termen
aardwarmte = warmte die in de aarde ligt opgeslagen in het gesteente en de vloeistoffen en die men
uit de aarde haalt
accumulatie = ophoping, meestal gebruikt voor gifstoffen die zich in voedselketens ophopen
aeroob = met zuurstof
anaeroob = zonder zuurstof
biobrandstof = brandstof in de vorm van biomassa
biodiversiteit = soortenrijkdom
biomassa = massa van een organisme of een groep organismen
broeikaseffect = verschijnsel waarbij bepaalde gassen en waterdamp in de dampkring de warmte-
uitstraling door het aardoppervlak tegenhouden
broeikasgas = gas die door zijn aanwezigheid in de atmosfeer uitstraling van zonnewarmte tegen kan
gaan
chemosynthese = koolstofassimilatie waarbij de benodigde energie wordt verkregen uit oxidatie van
anorganische stoffen
denitrificatie = omzetting van nitraat, via nitriet, in vrije stikstof (onder anaerobe omstandigheden)
duurzaamheid = de huidige generatie(s) mensen laten de aarde zodanig achter dat volgende
generaties mensen er ook goed kunnen leven, samen met alle andere soorten organismen die er ook
wonen
duurzame energiebron = bijv. windenergie gewonnen met hulp van windturbines, zonne-energie
gewonnen met hulp van zonnepanelen en ook warmte die uit de kassen van tuinbouwers vrijkomt
ecoduct = worden over snelwegen gebouwd
ecologische hoofdstructuur/EHS = de gedachte is dat bedreigde planten- en diersoorten dankzij een
netwerk van natuurgebieden en -gebiedjes meer ruimte krijgen om te overleven
ethanol = de eerste generatie biobrandstof
eutrofiëring = (vaak overmatige) toename van voedingsstoffen in een biotoop
fijnstof = een mengsel van kleine vaste deeltjes
fossiele brandstof = brandstoffen (steenkool, aardolie en aardgas) die in vroegere (oer)tijden
gevormd zijn; de afvalstoffen van de verbranding worden in de huidige kringlopen op aarde
toegevoegd
geïntegreerde gewasbescherming = biologische bestrijding in combinatie met chemische
gft-afval = groente-, fruit- en tuinafval
gisting/vergisting = anaerobe dissimilatie van koolhydraten; chemisch afbraakproces waarbij geen
zuurstof nodig is
groenbemesting = het verbeteren van de bodemkwaliteit d.m.v. groenbemesters om deze planten
vervolgens onder te ploegen: men maakt gebruik van de stikstofbindende bacteriën die
in symbiose in de wortels van sommige soorten planten leven, onder andere bij vlinderbloemige
planten
herbiciden = onkruidbestrijdingsmiddelen
huishoudens = alle inwoners van Nederland (ook het eenpersoons- of meerpersoonshuishoudens)
keurmerken = helpt bij het kiezen voor gezondere en meer duurzame producten
luchtvervuiling = de vervuiling van de lucht
methaan/biogas = biogas
milieubeleid = een beleid voor een beter milieu dat gemaakt wordt met hulp van wetten en andere
regelgeving
monocultuur = groot oppervlak dat bebouwd is met maar één soort cultuurgewas
mutatie
nitrificatie = omzetting van ammoniumverbindingen via nitriet in nitraat door nitrificerende bacteriën
(onder aerobe omstandigheden)
nitrificerende bacteriën = zetten ammonium om in nitriet en nitraat in een aerobe omgeving
opwarming van de aarde/global warming = het stijgen van de gemiddelde temperatuur op aarde
aardwarmte = warmte die in de aarde ligt opgeslagen in het gesteente en de vloeistoffen en die men
uit de aarde haalt
accumulatie = ophoping, meestal gebruikt voor gifstoffen die zich in voedselketens ophopen
aeroob = met zuurstof
anaeroob = zonder zuurstof
biobrandstof = brandstof in de vorm van biomassa
biodiversiteit = soortenrijkdom
biomassa = massa van een organisme of een groep organismen
broeikaseffect = verschijnsel waarbij bepaalde gassen en waterdamp in de dampkring de warmte-
uitstraling door het aardoppervlak tegenhouden
broeikasgas = gas die door zijn aanwezigheid in de atmosfeer uitstraling van zonnewarmte tegen kan
gaan
chemosynthese = koolstofassimilatie waarbij de benodigde energie wordt verkregen uit oxidatie van
anorganische stoffen
denitrificatie = omzetting van nitraat, via nitriet, in vrije stikstof (onder anaerobe omstandigheden)
duurzaamheid = de huidige generatie(s) mensen laten de aarde zodanig achter dat volgende
generaties mensen er ook goed kunnen leven, samen met alle andere soorten organismen die er ook
wonen
duurzame energiebron = bijv. windenergie gewonnen met hulp van windturbines, zonne-energie
gewonnen met hulp van zonnepanelen en ook warmte die uit de kassen van tuinbouwers vrijkomt
ecoduct = worden over snelwegen gebouwd
ecologische hoofdstructuur/EHS = de gedachte is dat bedreigde planten- en diersoorten dankzij een
netwerk van natuurgebieden en -gebiedjes meer ruimte krijgen om te overleven
ethanol = de eerste generatie biobrandstof
eutrofiëring = (vaak overmatige) toename van voedingsstoffen in een biotoop
fijnstof = een mengsel van kleine vaste deeltjes
fossiele brandstof = brandstoffen (steenkool, aardolie en aardgas) die in vroegere (oer)tijden
gevormd zijn; de afvalstoffen van de verbranding worden in de huidige kringlopen op aarde
toegevoegd
geïntegreerde gewasbescherming = biologische bestrijding in combinatie met chemische
gft-afval = groente-, fruit- en tuinafval
gisting/vergisting = anaerobe dissimilatie van koolhydraten; chemisch afbraakproces waarbij geen
zuurstof nodig is
groenbemesting = het verbeteren van de bodemkwaliteit d.m.v. groenbemesters om deze planten
vervolgens onder te ploegen: men maakt gebruik van de stikstofbindende bacteriën die
in symbiose in de wortels van sommige soorten planten leven, onder andere bij vlinderbloemige
planten
herbiciden = onkruidbestrijdingsmiddelen
huishoudens = alle inwoners van Nederland (ook het eenpersoons- of meerpersoonshuishoudens)
keurmerken = helpt bij het kiezen voor gezondere en meer duurzame producten
luchtvervuiling = de vervuiling van de lucht
methaan/biogas = biogas
milieubeleid = een beleid voor een beter milieu dat gemaakt wordt met hulp van wetten en andere
regelgeving
monocultuur = groot oppervlak dat bebouwd is met maar één soort cultuurgewas
mutatie
nitrificatie = omzetting van ammoniumverbindingen via nitriet in nitraat door nitrificerende bacteriën
(onder aerobe omstandigheden)
nitrificerende bacteriën = zetten ammonium om in nitriet en nitraat in een aerobe omgeving
opwarming van de aarde/global warming = het stijgen van de gemiddelde temperatuur op aarde