Hoorcollege 2 – Motivatiesystemen en gedrag
Katten die vogels vangen, paarden die kribbenbijten en honden die hun achterpoot
aanvallen zijn stereotypen gedragingen van dieren. Deze zijn ongewenst en hebben
verschillende oorzaken. De hond bijt naar de poot en dan moet er gedacht worden aan:
- waardoor wordt dit gedrag veroorzaakt?
- dient dit gedrag ergens voor?
- is dit normaal of abnormaal gedrag voor honden?
- moet er medisch of gedragstherapeutisch ingegrepen worden?
De gedragskenmerken moeten herkend worden omdat het verschillende dingen laat zien:
ziekten, mens-dier relatie, reproductiefases en de eerste signalen van aan- of afwezigheid
van aanpassingsproblemen.
4 ethologische hoofdvragen van Tinbergen
- waardoor wordt het veroorzaakt, de directe oorzaak van het gedrag?
- waartoe, is er een functie van het gedrag?
- ontwikkeling van het gedrag tijdens het leven
- ontstaan van het gedrag tijdens de evolutie
Proximate veroorzaking = WAARDOOR, dus welke factoren reguleren het optreden, welke
mechanismen?
Ultimate veroorzaking = WAARTOE, dus wat is de functie, heeft het evolutionaire invloeden
en geeft het een toevoeging aan de fitness van het dier?
Skinner bestudeerde de waardoor vraag in laboratoria door ratten via beloning gedrag te
laten vertonen. Konrad Lorentz en Nico Tinbergen bestudeerde de waartoe vraag over de
ontwikkeling en het ontstaan van het gedrag. Hierdoor waren deze zeer tegenstrjdig in
elkaars iedeeën.
Gedragselement is een duidelijk herkenbare afzonderlijke handeling (patroon activiteit).
Het gedrag bestaat uit een stroom van gedragselementen in de tijd. De complexiteit hangt af
van de stimuli van de omgevingsfactoren.
Er is een perifere filtering van de instroom van informatie door de zintuigen. Ook is er een
patroonherkenning die centraal een stimuluspatroon herkend. Het gedrag is een systeem
waarmee dieren veranderingen in de omgeving detecteren, filtreren en hier aangepast op
reageren. Voor gedrag is een sleutelprikkel nodig, zoals een roofvogel die overvliegt en zo
andere dieren doet vluchten.
Het innate releasing mechanism (IRM) zorgt ervoor dat motivationele factoren worden
omgezet in gedrag. De stimuli wordn door het zintuig geselecterd en een deblokkerend
mechanisme zet ze voort om een gedrag uit te voeren.
Instinctief gedrag is altijd vormvast en als het in gang gezet wordt, dan wordt het ook
voltooid (ook als er geen consequenties aan verbonden zijn).
1
Katten die vogels vangen, paarden die kribbenbijten en honden die hun achterpoot
aanvallen zijn stereotypen gedragingen van dieren. Deze zijn ongewenst en hebben
verschillende oorzaken. De hond bijt naar de poot en dan moet er gedacht worden aan:
- waardoor wordt dit gedrag veroorzaakt?
- dient dit gedrag ergens voor?
- is dit normaal of abnormaal gedrag voor honden?
- moet er medisch of gedragstherapeutisch ingegrepen worden?
De gedragskenmerken moeten herkend worden omdat het verschillende dingen laat zien:
ziekten, mens-dier relatie, reproductiefases en de eerste signalen van aan- of afwezigheid
van aanpassingsproblemen.
4 ethologische hoofdvragen van Tinbergen
- waardoor wordt het veroorzaakt, de directe oorzaak van het gedrag?
- waartoe, is er een functie van het gedrag?
- ontwikkeling van het gedrag tijdens het leven
- ontstaan van het gedrag tijdens de evolutie
Proximate veroorzaking = WAARDOOR, dus welke factoren reguleren het optreden, welke
mechanismen?
Ultimate veroorzaking = WAARTOE, dus wat is de functie, heeft het evolutionaire invloeden
en geeft het een toevoeging aan de fitness van het dier?
Skinner bestudeerde de waardoor vraag in laboratoria door ratten via beloning gedrag te
laten vertonen. Konrad Lorentz en Nico Tinbergen bestudeerde de waartoe vraag over de
ontwikkeling en het ontstaan van het gedrag. Hierdoor waren deze zeer tegenstrjdig in
elkaars iedeeën.
Gedragselement is een duidelijk herkenbare afzonderlijke handeling (patroon activiteit).
Het gedrag bestaat uit een stroom van gedragselementen in de tijd. De complexiteit hangt af
van de stimuli van de omgevingsfactoren.
Er is een perifere filtering van de instroom van informatie door de zintuigen. Ook is er een
patroonherkenning die centraal een stimuluspatroon herkend. Het gedrag is een systeem
waarmee dieren veranderingen in de omgeving detecteren, filtreren en hier aangepast op
reageren. Voor gedrag is een sleutelprikkel nodig, zoals een roofvogel die overvliegt en zo
andere dieren doet vluchten.
Het innate releasing mechanism (IRM) zorgt ervoor dat motivationele factoren worden
omgezet in gedrag. De stimuli wordn door het zintuig geselecterd en een deblokkerend
mechanisme zet ze voort om een gedrag uit te voeren.
Instinctief gedrag is altijd vormvast en als het in gang gezet wordt, dan wordt het ook
voltooid (ook als er geen consequenties aan verbonden zijn).
1