Zweedse grootmoederarrest, BNB 1978/252
Belanghebbende, een BV, vormde met haar dochtermaatschappij een fiscale eenheid. De -
buitenlandse - moedermaatschappij van belanghebbende verstrekte aan de dochter van
belanghebbende een lening, maar bedong daarbij om redenen van concernbelang geen rente.
HR: het Hof heeft terecht het voordeel, bestaande uit het niet verschuldigd worden van rente, niet tot
de winst (van de fiscale eenheid) gerekend, aangezien ingevolge art. 7 IB '64 daartoe alleen worden
gerekend voordelen welke worden verkregen uit onderneming.
>> Informeel kapitaal, winstbegrip, toerekening baten & lasten aan onderneming.
Een BV vormde met haar dochtermaatschappij een fiscale eenheid. De Zweedse moedermaatschappij
van de BV gaf aan deze kleindochter een renteloze lening.
HR: het Hof heeft het voordeel, bestaande uit het niet verschuldigd worden van rente bij de
kleindochter, terecht niet tot de winst van de fiscale eenheid gerekend, omdat onder de winst volgens
art. 7 IB '64 alleen voordelen verkregen uit onderneming worden gerekend.
Belastingplicht open CV, BNB 1982/268
Belanghebbende waardeerde op zijn fiscale balans alle handelsvorderingen, welke langer dan een jaar
uitstonden, op nihil. De insp. waardeerde een aantal vorderingen hoger. Het Hof sanctioneert de
correcties van de insp.
HR: het Hof heeft ten onrechte betekenis toegekend aan omstandigheden welke belanghebbende
eerst bekend konden zijn na het opmaken van de balans.
Het Hof heeft niet het punt van geschil, t.w. op welk bedrag belanghebbende een aantal
handelsvorderingen diende te waarderen, onderzocht doch het heeft de vraag beantwoord of de insp.
in redelijkheid tot zijn te dezen ingenomen standpunt heeft kunnen komen. Derhalve heeft het Hof
zijn uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Unilever arrest, BNB 1988/217
Geldverstrekking door moeder- aan dochtervennootschap. Geldlening of (informele)
kapitaalverstrekking?
Belanghebbende, een BV, heeft aan haar noodlijdende buitenlandse dochtermaatschappij t/m 1980
gelden verstrekt in de vorm van leningen. Per 31 december 1980 heeft belanghebbende vanwege de
ongunstige gang van zaken bij de dochter een voorziening t.l.v. haar winst gebracht. De Insp. heeft
deze voorziening niet aanvaard o.g.v. zijn standpunt dat de verstrekte gelden niet als geldleningen
doch als informeel verstrekt kapitaal moesten worden beschouwd, in welk laatste geval art. 13, eerste
lid, Vpb. '69 afboeking t.l.v. de winst verbiedt.
1