Hoofdstuk 11: Beïnvloeding van de aggregatieve vraag: de budgettaire
politiek
0. Inleiding
In dit hoofdstuk nemen we de rol van de overheid op in de economische kringloop. Een
overheid kan het bbp op onrechtstreekse en rechtstreekse manier beïnvloeden. Rechtstreeks
gebeurt dit door de overheidsbestedingen, die integraal een component zijn van de
aggregatieve vraag naar goederen en diensten. We laten voorlopig import en export
achterwegen. Als er een overheid in het spel is, zijn er bijna altijd belastingen. Belastingen
komen onrechtstreeks in de evenwichtsvoorwaarde terecht via de het beschikbaar inkomen.
Het beschikbaar inkomen is de uitkomst wanneer men de belastingen aftrekt van het totale
inkomen, op deze manier beïnvloeden belastingen dus onrechtstreeks de consumptie.
Overheidsbestedingen en belastingen zijn de belangrijkste zaken die een overheid te weeg
brengt in de economie.
Verder zullen we nagaan hoe de overheid via budgettaire politiek de evenwichtsoutput kan
sturen via deze belastingen en bestedingen. We kijken ook naar de schatkist zelf, we
bestuderen het saldo op de rekening, die vaak een tekort weergeven. Deze schulden
impliceren leningen met een bepaalde rente, die natuurlijk ook hun invloed hebben de
economie.
1. Macro-economische betekenis van de overheid
De eerste vraag die zicht opdringt is natuurlijk: waarom nemen we de overheid op?
Dit kan zowel micro- en macro-economisch vlak verklaard worden:
Micro-economische rol van de overheid
In de micro-economie speelt de overheid vooral een rol bij het allocatieprobleem. Het
allocatieprobleem is het vraagstuk van de allocatie, het zo goed mogelijk benutten van de
voorhande zijnde productiefactoren. Het is het probleem van voor wie, wat, waar, wanneer,
hoeveel en door wie moet er geproduceerd worden. In de vrije markteconomie wordt dit
probleem opgelost door marktmechanisme van vraag en aanbod.
Dit systeem geeft echter niet altijd de meest optimale of efficiënte output. De overheid speelt
hierbij scherprechter en grijpt o.a. in bij:
Monopolies: er is slechts een aanbieder, die zelf kan beslissen hoeveel en voor welke
prijs hij gaat produceren. Dit kan leiden tot welvaartsverlies t.o.v. perfecte
concurrentie. De overheid controleert scherp bedrijven met monopolistische trekjes.
Externe effecten: in een compleet vrije markt is het mogelijk dat er teveel goederen
met negatieve effecten worden geproduceerd en op de markt gebracht worden. De
overheid houdt hier een oogje in het zeil.
politiek
0. Inleiding
In dit hoofdstuk nemen we de rol van de overheid op in de economische kringloop. Een
overheid kan het bbp op onrechtstreekse en rechtstreekse manier beïnvloeden. Rechtstreeks
gebeurt dit door de overheidsbestedingen, die integraal een component zijn van de
aggregatieve vraag naar goederen en diensten. We laten voorlopig import en export
achterwegen. Als er een overheid in het spel is, zijn er bijna altijd belastingen. Belastingen
komen onrechtstreeks in de evenwichtsvoorwaarde terecht via de het beschikbaar inkomen.
Het beschikbaar inkomen is de uitkomst wanneer men de belastingen aftrekt van het totale
inkomen, op deze manier beïnvloeden belastingen dus onrechtstreeks de consumptie.
Overheidsbestedingen en belastingen zijn de belangrijkste zaken die een overheid te weeg
brengt in de economie.
Verder zullen we nagaan hoe de overheid via budgettaire politiek de evenwichtsoutput kan
sturen via deze belastingen en bestedingen. We kijken ook naar de schatkist zelf, we
bestuderen het saldo op de rekening, die vaak een tekort weergeven. Deze schulden
impliceren leningen met een bepaalde rente, die natuurlijk ook hun invloed hebben de
economie.
1. Macro-economische betekenis van de overheid
De eerste vraag die zicht opdringt is natuurlijk: waarom nemen we de overheid op?
Dit kan zowel micro- en macro-economisch vlak verklaard worden:
Micro-economische rol van de overheid
In de micro-economie speelt de overheid vooral een rol bij het allocatieprobleem. Het
allocatieprobleem is het vraagstuk van de allocatie, het zo goed mogelijk benutten van de
voorhande zijnde productiefactoren. Het is het probleem van voor wie, wat, waar, wanneer,
hoeveel en door wie moet er geproduceerd worden. In de vrije markteconomie wordt dit
probleem opgelost door marktmechanisme van vraag en aanbod.
Dit systeem geeft echter niet altijd de meest optimale of efficiënte output. De overheid speelt
hierbij scherprechter en grijpt o.a. in bij:
Monopolies: er is slechts een aanbieder, die zelf kan beslissen hoeveel en voor welke
prijs hij gaat produceren. Dit kan leiden tot welvaartsverlies t.o.v. perfecte
concurrentie. De overheid controleert scherp bedrijven met monopolistische trekjes.
Externe effecten: in een compleet vrije markt is het mogelijk dat er teveel goederen
met negatieve effecten worden geproduceerd en op de markt gebracht worden. De
overheid houdt hier een oogje in het zeil.