Hoofdstuk 10: Consumptie, investeringen en de aggregatieve vraag
1. Inleiding
We weten uit het vorige hoofdstuk dat er enorm veel achter de aggregatieve vraag zit. We
spraken specifiek over het feit dat de aggregatieve vraag de weerspiegeling is van de
werking van goederen- en geldmarkt. De komende hoofdstukken gaan we dieper in op wat
er zich afspeelt achter de aggregatieve vraag. Beginnen doen we door in te zoomen op de
goederenmarkt. Daarvoor gaan we om pedagogische redenen starten in een gesloten
economie zonder overheid. Dat is misschien de minst realistische economie, maar ze is wel
nodig om een goed inzicht te verwerven in de concepten die we zullen bespreken. Later,
wanneer we andere vormen van economieën besturderen, waarin het allemaal wat
moeilijker wordt, kunnen we dan altijd teruggrijpen naar een eenvoudig basismodel.
We zullen bewijzen dat de aggregatieve vraag, in dit meest eenvoudige model, voornamelijk
bepaald wordt door de consumptie van gezinnen (C) en de gewenste investeringen van
bedrijven (Iea).
We starten vooreerst met het bekijken van de totale consumptie in de economie. We zullen
dit doen via de consumptiefunctie. We zullen eveneens zien dat we van een dergelijke
functie altijd kunnen overgaan naar een spaarfunctie. We herinneren ons uit hoofdstuk 7
dat sparen (S) gelijk is aan het totaal inkomen (Y) (=productie) minus de consumptie (C). Let
wel dat dit enkel het geval is zolang er geen overheid is en dus ook geen belastingen zijn.
Naast de consumptiefunctie, bestaat er uiteraard ook een investeringsfunctie. We zullen
bekijken hoe deze wordt bepaald en welke factoren een rol spelen, met een grote nadruk op
de rentevoet. Het is belangrijk om te weten dat de investeringsfunctie niet alleen bepaald
wordt door interest, maar ook door de afzet binnen een economie (of consumptieniveau),
meer hoeven we hier in dit vak niet over te weten.
Nadien gaan we op zoek naar het macro-economische evenwicht onder invloed van de
consumptie- en investeringsfunctie. We bekijken dan welke waarde het bbp aanneemt in dit
evenwicht. We gaan verder met te bekijken wat er gebeurt met dit evenwicht indien er zich
een schok voordoet op de goederenmarkt. Een wijziging in de consumptie of investeringen
kan grote gevolgen hebben, we zullen leren hoe we dit algebraïsch te berekenen via de
investeringsmultiplicator.
Hypothesen
Zoals gezegd zullen we om het allemaal wat te vereenvoudigen vasthouden aan enkele
hypothesen, die we zullen blijven aanhouden gedurende heel dit hoofdstuk. We
beschouwen een gesloten economie (geen import of export) zonder overheid (geen netto-
belastingen). We gebruiken het meest eenvoudige model, dat later zal worden uitgebreid.
1. Inleiding
We weten uit het vorige hoofdstuk dat er enorm veel achter de aggregatieve vraag zit. We
spraken specifiek over het feit dat de aggregatieve vraag de weerspiegeling is van de
werking van goederen- en geldmarkt. De komende hoofdstukken gaan we dieper in op wat
er zich afspeelt achter de aggregatieve vraag. Beginnen doen we door in te zoomen op de
goederenmarkt. Daarvoor gaan we om pedagogische redenen starten in een gesloten
economie zonder overheid. Dat is misschien de minst realistische economie, maar ze is wel
nodig om een goed inzicht te verwerven in de concepten die we zullen bespreken. Later,
wanneer we andere vormen van economieën besturderen, waarin het allemaal wat
moeilijker wordt, kunnen we dan altijd teruggrijpen naar een eenvoudig basismodel.
We zullen bewijzen dat de aggregatieve vraag, in dit meest eenvoudige model, voornamelijk
bepaald wordt door de consumptie van gezinnen (C) en de gewenste investeringen van
bedrijven (Iea).
We starten vooreerst met het bekijken van de totale consumptie in de economie. We zullen
dit doen via de consumptiefunctie. We zullen eveneens zien dat we van een dergelijke
functie altijd kunnen overgaan naar een spaarfunctie. We herinneren ons uit hoofdstuk 7
dat sparen (S) gelijk is aan het totaal inkomen (Y) (=productie) minus de consumptie (C). Let
wel dat dit enkel het geval is zolang er geen overheid is en dus ook geen belastingen zijn.
Naast de consumptiefunctie, bestaat er uiteraard ook een investeringsfunctie. We zullen
bekijken hoe deze wordt bepaald en welke factoren een rol spelen, met een grote nadruk op
de rentevoet. Het is belangrijk om te weten dat de investeringsfunctie niet alleen bepaald
wordt door interest, maar ook door de afzet binnen een economie (of consumptieniveau),
meer hoeven we hier in dit vak niet over te weten.
Nadien gaan we op zoek naar het macro-economische evenwicht onder invloed van de
consumptie- en investeringsfunctie. We bekijken dan welke waarde het bbp aanneemt in dit
evenwicht. We gaan verder met te bekijken wat er gebeurt met dit evenwicht indien er zich
een schok voordoet op de goederenmarkt. Een wijziging in de consumptie of investeringen
kan grote gevolgen hebben, we zullen leren hoe we dit algebraïsch te berekenen via de
investeringsmultiplicator.
Hypothesen
Zoals gezegd zullen we om het allemaal wat te vereenvoudigen vasthouden aan enkele
hypothesen, die we zullen blijven aanhouden gedurende heel dit hoofdstuk. We
beschouwen een gesloten economie (geen import of export) zonder overheid (geen netto-
belastingen). We gebruiken het meest eenvoudige model, dat later zal worden uitgebreid.