Stoffen
• Stofeigenschappen bepalen hoe of waarvoor je een stof gebruikt.
• Alles wat je met je zintuigen kunt waarnemen, noem je het macroniveau.
• Om de bouwstenen van stoffen te begrijpen, moet je inzoomen op de stof en steeds kleiner kijken.
• Het microniveau is het niveau waarop je de kleinste deeltjes bestudeert waaruit een stof is opgebouwd.
• Een grote hoeveelheid van die deeltjes bij elkaar genomen, vormt de stof.
Moleculen
• Van de meeste stoffen zijn de kleinste deeltjes moleculen.
• Een zuivere stof bestaat uit allemaal dezelfde deeltjes.
• De eigenschappen van een molecuul zijn anders dan die van de bijbehorende stof.
• Op microniveau beschrijf je wat de fasen inhouden en gebruik je waarnemingen op macroniveau.
• Bij een vaste stof zijn de moleculen netjes dicht bij elkaar gestapeld in een rooster, maar trillen ze wel.
• Bij het smeltpunt van de stof wordt het rooster verbroken en ontstaat een vloeistof.
• Bij het kookpunt van de stof komen de moleculen helemaal los van elkaar en ontstaat een gas.
Modellen en simulaties
• Een model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid om het beter hanteerbaar te maken.
• Moleculen zijn te klein om direct te zien en kunnen daarom gemakkelijk worden weergegeven met modellen.
• Met computermodellen kun je omstandigheden aanpassen en simulaties uitvoeren om te zien wat het resultaat
is.
3.2 het periodiek systeem
Moleculen en atomen
• Bouwstenen van de meeste stoffen op microniveau zijn moleculen.
• Moleculen zijn samengesteld uit nog kleinere deeltjes: atomen.
• Atomen zijn de bouwstenen voor moleculen.
• Moleculen kunnen bestaan uit atomen van dezelfde of verschillende soorten.
• Een molecuul is een groep atomen die aan elkaar vastzitten.
• Een alcoholmolecuul bestaat uit drie verschillende atoomsoorten: koolstof, waterstof en zuurstof.
• Een molecuul dat bestaat uit meerdere atoomsoorten noem je een verbinding.
• Een molecuul dat bestaat uit één atoomsoort noem je een element.
Symbolen van atoomsoorten
• Er zijn meer dan 110 atoomsoorten, elk met een eigen naam en symbool.
• De meeste symbolen van atoomsoorten bestaan uit twee letters, waarvan de eerste een hoofdletter is en de
tweede een kleine letter.
• Er zijn een aantal veelvoorkomende atoomsoorten die je uit je hoofd moet kennen, inclusief hun Nederlandse
naam, symbool en of ze bij metalen of niet-metalen horen. Deze zijn te vinden in tabel 3.9.
Het periodiek systeem
• Het periodiek systeem is een overzicht van alle atoomsoorten gerangschikt op chemische en fysische
eigenschappen.
• Dmitri Mendelejev bedacht dit systeem in 1869 en tegenwoordig wordt het nog steeds gebruikt.
• Het periodiek systeem bestaat uit horizontale rijen (perioden) en verticale kolommen (groepen).
• Een aantal groepen hebben een speciale naam, zoals de alkalimetalen, aardalkalimetalen, halogenen en
edelgassen.
• Het grootste deel van het periodiek systeem bestaat uit metalen, gevolgd door niet-metalen en een kleine groep
metalloïden.