Cellulaire
immuniteit
Roitt:
hoofdstuk
8
Er
wordt
onderscheid
gemaakt
tussen
twee
groepen
T-‐lymfocyten
T-‐helper
Cytotoxische
T-‐cel
Hoe
herkennen
zij
antigenen
MHC
klasse
II
(CD4)
MHC
klasse
I
(CD8)
Welke
cellen
brengen
deze
MHC
tot
expressie?
APC
Alle
lichaamscellen
Waartegen
is
de
reactie
gericht
Extracellulaire
pathogenen
Intracellulaire
pathogenen
4
stappen
van
de
cellulaire
immuniteit:
• antigen
herkenning
en
adhesie
• T-‐cel
activatie
• Proliferatie
• Differentiatie
Antigen
herkenning
&
adhesie
T-‐celreceptor
herkent
de
combinatie
van
MHC
molecuul
en
het
antigen
dat
het
aanbiedt.
MHC-‐I
presenteert
epitopen
aan
CD8+-‐lymfocyten.
De
T-‐cel
receptor
van
de
T8-‐lymfocyt
(CD8+)/cytotoxische
T-‐cel
gaat
een
interactie
aan
met
MHC-‐I.
MHC-‐I
presenteert:
Zelf-‐
antigen,
viraal-‐antigen
en
tumorantigen.
MHC-‐II
presenteert
epitopen
aan
CD4+-‐lymfocyten.
De
T-‐celreceptor
van
de
T4-‐lymfocyt
(CD4+)
gaat
een
interactie
aan
met
MHC-‐II.
MHC-‐II
presenteert
extracellulaire
pathogenen:
bacteriën,
funghi,
vrije
virussen
en
toxinen.
Dendritische
cel
is
‘opperhoofd’
van
de
APC’s.
DC
herkent
micro-‐organismen
door
middel
van
PAMP’s
die
herkent
worden
door
PRR
(TLR).
Activatie
van
dendritische
cellen
leidt
tot:
• Meer
expressie
van
CCR7
(=chemokine
receptor)
• Meer
expressie
van
MHC-‐II
• Meer
expressie
van
B7
moleculen
T-‐lymfocyt
brengt
LFA-‐1
tot
expressie
en
APC
brengt
ICAM-‐1
tot
expressie,
deze
worden
tot
elkaar
aangetrokken.
(CAM
staat
voor
InterCellular
Adhesion
Molecule)
Als
het
antigen
past
op
de
T-‐celreceptor,
verandert
LFA-‐1
en
is
de
aantrekkingskracht
nog
sterker.
CD4
en
CD8
versterken
de
binding
tussen
MHC
en
T-‐cel
receptor,
spelen
een
rol
bij
de
signaaloverdracht
en
verhogen
de
sensitiviteit.
Immunologische
synaps
à
clustering
van
moleculen
van
beide
cellen
die
gebonden
zijn
aan
elkaar.
Dit
is
van
belang
voor
signaaloverdracht.
SMAC
=
SupraMolecular
Adhesions
Complex
immuniteit
Roitt:
hoofdstuk
8
Er
wordt
onderscheid
gemaakt
tussen
twee
groepen
T-‐lymfocyten
T-‐helper
Cytotoxische
T-‐cel
Hoe
herkennen
zij
antigenen
MHC
klasse
II
(CD4)
MHC
klasse
I
(CD8)
Welke
cellen
brengen
deze
MHC
tot
expressie?
APC
Alle
lichaamscellen
Waartegen
is
de
reactie
gericht
Extracellulaire
pathogenen
Intracellulaire
pathogenen
4
stappen
van
de
cellulaire
immuniteit:
• antigen
herkenning
en
adhesie
• T-‐cel
activatie
• Proliferatie
• Differentiatie
Antigen
herkenning
&
adhesie
T-‐celreceptor
herkent
de
combinatie
van
MHC
molecuul
en
het
antigen
dat
het
aanbiedt.
MHC-‐I
presenteert
epitopen
aan
CD8+-‐lymfocyten.
De
T-‐cel
receptor
van
de
T8-‐lymfocyt
(CD8+)/cytotoxische
T-‐cel
gaat
een
interactie
aan
met
MHC-‐I.
MHC-‐I
presenteert:
Zelf-‐
antigen,
viraal-‐antigen
en
tumorantigen.
MHC-‐II
presenteert
epitopen
aan
CD4+-‐lymfocyten.
De
T-‐celreceptor
van
de
T4-‐lymfocyt
(CD4+)
gaat
een
interactie
aan
met
MHC-‐II.
MHC-‐II
presenteert
extracellulaire
pathogenen:
bacteriën,
funghi,
vrije
virussen
en
toxinen.
Dendritische
cel
is
‘opperhoofd’
van
de
APC’s.
DC
herkent
micro-‐organismen
door
middel
van
PAMP’s
die
herkent
worden
door
PRR
(TLR).
Activatie
van
dendritische
cellen
leidt
tot:
• Meer
expressie
van
CCR7
(=chemokine
receptor)
• Meer
expressie
van
MHC-‐II
• Meer
expressie
van
B7
moleculen
T-‐lymfocyt
brengt
LFA-‐1
tot
expressie
en
APC
brengt
ICAM-‐1
tot
expressie,
deze
worden
tot
elkaar
aangetrokken.
(CAM
staat
voor
InterCellular
Adhesion
Molecule)
Als
het
antigen
past
op
de
T-‐celreceptor,
verandert
LFA-‐1
en
is
de
aantrekkingskracht
nog
sterker.
CD4
en
CD8
versterken
de
binding
tussen
MHC
en
T-‐cel
receptor,
spelen
een
rol
bij
de
signaaloverdracht
en
verhogen
de
sensitiviteit.
Immunologische
synaps
à
clustering
van
moleculen
van
beide
cellen
die
gebonden
zijn
aan
elkaar.
Dit
is
van
belang
voor
signaaloverdracht.
SMAC
=
SupraMolecular
Adhesions
Complex