Korte termen histo en histopatho
Teken een pneumocyt type 2:
Tumor van Grawitz: niertumor, ontstaat vanuit de tubuli en is sterk verwant aan roken
Tapis roulant: systeem dat deeltjes naar de mond duwt
Respiratorisch/olfactorisch epitheel: pseudomeerlagig cilindrisch epitheel, gecilieerd ->
respiratorisch met slijmbekercellen, olfactorisch met reukcellen
Clara cellen: bronchiolaire exocriene cellen
Surfactant: oppervlaktespanning verlagende stof
Villusatrofie: verdwijnen van villi
Divertikel van Meckel: embryonale rest in de dunne darm die zeldzaam kan ontsteken
Diverticulose: het hebben van vele divertikels
M-cellen: bevinden zich op de dome in de dunne darm
Cellen van Kupffer: macrofagen in de lever
MHC II: gen dat antigenen presenteert, zit op B-cellen, dendritische cellen en macrofagen
Stenose: littekenvorming in de slokdarm
Plooien van Kerkring: permanente macroscopische plooien van de mucosa, voornamelijk in het
duodenum te vinden
Leaking cut: wanneer de epitheelcellen niet dicht tegen elkaar aan liggen (tegenovergestelde van
tight junctions)
Verkazend: centrale necrose
Eilandjes van Malassez: restanten van de wortelschede
Renine: enzym dat een rol speelt bij de bloeddruk, geproduceerd in nier
IL-2: groeifactor voor B- en Thelper cellen
IL-1: veroorzaker van koorts
MHC I: gen dat antigen presenteert, zit op alle kernhoudende cellen
, Hepatische stellaatcel: zorgt voor opstapeling vetcellen en vitamine A, gemodificeerde fibroblast,
gelegen in ruimte van Disse (ook wel Ito-cel genoemd)
Fibrose: bindweefsel dat op verkeerde plaatsen zit
Corpus albicans: wit lichaam, litteken/restant van corpus luteum (geel lichaam)
Blastocyste: binnenste celmassa is embryo, daarrond trofoblast -> cytotrofoblast/syncytiotrofoblast
Gelei van Wharton: embryonaal bindweefsel
Algemene kenmerken endocrien orgaan:
Fusie orgaan
Portale bloedvatensystemen
Sterk gevasculariseerd
Secreteren rechtstreeks in de bloedbaan
Polycythemie: te veel rode bloedcellen in het bloed
Hematochezia: bloeding in maagdarmstelsel -> vers rood bloed in stoelgang
Melena: bloeding in maagdarmstelsel -> zwarte stoelgang (oud bloed)
Cellen van Ruyter: liggen in de wand van de afferente arteriole, gladde spiercellen die
gedifferentieerd zijn tot epitheloide cellen
Macula densa: maakt deel uit van de distale tubulus
Glomuscellen: type 1 glomus cellen zijn perifere chemoreceptoren, voornamelijk t.h.v. het
carotislichaampje en de aorta. Ze detecteren schommelingen in pH, pO2 en pCO2, en geven dit
informatie door aan de medulla oblongata wat vervolgens de volume en rate van ademhaling zal
aanpassen.
Cellen van Goormaghtigh (lacis cellen/Polkissen cellen): liggen thv de vasculaire pool tussen de
macula densa en afferente arteriolen
Poriën van Kohn: alveoli staan in verbinding met elkaar via de poriën van Kohn
Ziekte van Gaucher: beenmergziekte
Transudaat: wondvocht, filtraat in eerste fase, eiwitarm
Exudaat: wondvocht, filtraat in late fase, eiwitrijk
CD4/8: receptoren op T-cel, zorgt voor werking en activatie Thelper cellen
Monocyt: macrofaag die in de bloedbaan circuleert -> uit de bloedbaan worden ze
weefselmacrofagen
Pedikels: secundaire uitlopers van podocyten
Trabekels: primaire uitlopers van podocyten
Podocyt: cellen die het viscerale blad van het kapsel van Bowman vormen
Ring van Waldeyer: de tonsillen liggen als een krans van lymfoïd weefsel rond de keelingang
Teken een pneumocyt type 2:
Tumor van Grawitz: niertumor, ontstaat vanuit de tubuli en is sterk verwant aan roken
Tapis roulant: systeem dat deeltjes naar de mond duwt
Respiratorisch/olfactorisch epitheel: pseudomeerlagig cilindrisch epitheel, gecilieerd ->
respiratorisch met slijmbekercellen, olfactorisch met reukcellen
Clara cellen: bronchiolaire exocriene cellen
Surfactant: oppervlaktespanning verlagende stof
Villusatrofie: verdwijnen van villi
Divertikel van Meckel: embryonale rest in de dunne darm die zeldzaam kan ontsteken
Diverticulose: het hebben van vele divertikels
M-cellen: bevinden zich op de dome in de dunne darm
Cellen van Kupffer: macrofagen in de lever
MHC II: gen dat antigenen presenteert, zit op B-cellen, dendritische cellen en macrofagen
Stenose: littekenvorming in de slokdarm
Plooien van Kerkring: permanente macroscopische plooien van de mucosa, voornamelijk in het
duodenum te vinden
Leaking cut: wanneer de epitheelcellen niet dicht tegen elkaar aan liggen (tegenovergestelde van
tight junctions)
Verkazend: centrale necrose
Eilandjes van Malassez: restanten van de wortelschede
Renine: enzym dat een rol speelt bij de bloeddruk, geproduceerd in nier
IL-2: groeifactor voor B- en Thelper cellen
IL-1: veroorzaker van koorts
MHC I: gen dat antigen presenteert, zit op alle kernhoudende cellen
, Hepatische stellaatcel: zorgt voor opstapeling vetcellen en vitamine A, gemodificeerde fibroblast,
gelegen in ruimte van Disse (ook wel Ito-cel genoemd)
Fibrose: bindweefsel dat op verkeerde plaatsen zit
Corpus albicans: wit lichaam, litteken/restant van corpus luteum (geel lichaam)
Blastocyste: binnenste celmassa is embryo, daarrond trofoblast -> cytotrofoblast/syncytiotrofoblast
Gelei van Wharton: embryonaal bindweefsel
Algemene kenmerken endocrien orgaan:
Fusie orgaan
Portale bloedvatensystemen
Sterk gevasculariseerd
Secreteren rechtstreeks in de bloedbaan
Polycythemie: te veel rode bloedcellen in het bloed
Hematochezia: bloeding in maagdarmstelsel -> vers rood bloed in stoelgang
Melena: bloeding in maagdarmstelsel -> zwarte stoelgang (oud bloed)
Cellen van Ruyter: liggen in de wand van de afferente arteriole, gladde spiercellen die
gedifferentieerd zijn tot epitheloide cellen
Macula densa: maakt deel uit van de distale tubulus
Glomuscellen: type 1 glomus cellen zijn perifere chemoreceptoren, voornamelijk t.h.v. het
carotislichaampje en de aorta. Ze detecteren schommelingen in pH, pO2 en pCO2, en geven dit
informatie door aan de medulla oblongata wat vervolgens de volume en rate van ademhaling zal
aanpassen.
Cellen van Goormaghtigh (lacis cellen/Polkissen cellen): liggen thv de vasculaire pool tussen de
macula densa en afferente arteriolen
Poriën van Kohn: alveoli staan in verbinding met elkaar via de poriën van Kohn
Ziekte van Gaucher: beenmergziekte
Transudaat: wondvocht, filtraat in eerste fase, eiwitarm
Exudaat: wondvocht, filtraat in late fase, eiwitrijk
CD4/8: receptoren op T-cel, zorgt voor werking en activatie Thelper cellen
Monocyt: macrofaag die in de bloedbaan circuleert -> uit de bloedbaan worden ze
weefselmacrofagen
Pedikels: secundaire uitlopers van podocyten
Trabekels: primaire uitlopers van podocyten
Podocyt: cellen die het viscerale blad van het kapsel van Bowman vormen
Ring van Waldeyer: de tonsillen liggen als een krans van lymfoïd weefsel rond de keelingang