Voersysteem bestaat uit twee basiselementen:
- Voerstrategie: wijze waarop voeding op behoefte wordt afgestemd
- Voermethode: Wijze waarop voer aan de dieren wordt verstrekt
De voermethode hangt af van:
- De behoefte van het dier (diersoort/leeftijd)
- Type huisvesting
- Type voedermiddel
- Type ondernemer
Voersystemen in de melkveehouderij.
Veelal afhankelijk van eisen van de veehouder.
Eisen voornamelijk gebaseerd op melkproductie MPR hulpmiddel hierbij.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt in piekproductie en persistentie.
Piekproductie maximale dagproductie.
Hogere piekproductie bij gelijke persistentie geeft een hogere productie verderop in de
lactatie.
Piekproductie bereikt na 40 – 70 dagen in lactatie. Vaarzen moeten 75% van de piekproductie van de
oudere koeien kunnen halen.
Hogere piekproductie te realiseren door:
- Onbeperkt verstrekken van goed ruwvoer ( ca 900 VEM)
- Aanvullen met voldoende krachtvoer
Doel melkvee zoveel mogelijk voedingsstoffen laten opnemen.
Persistentie de mate waarin een koe gedurende de lactatie een hoog productieniveau weet te
volharden.
Gem. melkproductiedaling vaarzen per maand: 6%
Gem. melkproductiedaling oudere koeien per maand: 9%
Voerstrategieën.
3 belangrijkste voerstrategieën:
- Normvoedering te allen tijde is de opname aan nutriënten uit ruw- en krachtvoer zo goed
mogelijk in overeenstemming met de behoefte van het dier.
- Flatfeeding aanbod aan nutriënten gedurende een langere periode is constant. Wordt geen
rekening gehouden met de behoefte van het individuele dier.
- Fasevoedering Op ieder moment van de lactatie zijn naast de hoeveelheid nutriënten ook het
soort nutriënten zo goed mogelijk in overeenkomst met de behoefte.
4 voermethoden:
- Alle voedermiddelen apart verstrekken
- Alle/deel voedermiddelen wordt gemengd verstrekt