Leerdoelen:
Leerdoel 1: Wat houdt het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel in?
Leerdoel 2: Hoe komt de rechter tot zijn interpretatie van een wettelijke bepaling?
Leerdoel 3: Hoe moet het artikel over diefstal worden geïnterpreteerd?
Leerdoel 4: Wat betekent het legaliteitsbeginsel voor de interpretatie van de rechter van strafrechtelijke
bepalingen?
Boek 1: Recht in Context, hoofdstuk 8: Strafbare feiten, strafbaar handelen: legaliteit en strafrecht, paragraaf
2 en 3
Paragraaf 2: Geen straf zonder wet, het legaliteitsbeginsel
Leerdoel 1: Wat houdt het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel in?
Geen strafbaar feit zonder wet.
Geen straf zonder wet.
De geschreven strafbepaling moet duidelijk zijn en kenbaar zijn voorafgaand aan het plegen van het
strafbare feit.
Verbod op het met terugwerkende kracht veroordelen van een verdachte. Wie iets heeft gepleegd wat
pas later strafbaar is gesteld, kan hier niet alsnog voor vervolgd worden.
Als een wettelijke bepaling echter wordt versoepeld nadat de verdachte het delict heeft gepleegd,
maar deze nog geen terechtzitting heeft gehad, wordt de verdachte wel nog berecht volgens de
nieuwe, soepele bepaling (Art. 1 lid 2 Sr).
Grondwet en Wetboek van Strafrecht: ‘geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan
voorafgegane wettelijke strafbepaling’.
Art. 1 Sv: strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien: niet alleen bij het plegen
geldt het legaliteitsbeginsel, maar ook bij het vorderen van straf. Dit is omdat de vrijheid van de
burger wordt ingeperkt, in de volgende gevallen:
Strafvordering.
Opsporing.
Vervolging.
De overheid mag ingrijpen, maar alleen op die wijze zoals bij wet is vastgelegd.
Trias politica
Niet de rechter maakt de wet en bepaalt wat het strafbaar feit is, maar de wetgever.
Niet de rechter bepaalt welke type straffen en maatregelen er bestaan, maar de wetgever.
Een nieuw soort straf verzinnen mag de rechter nooit.
De vaststelling van de bepalingen uit het strafprocesrecht is toegedeeld aan de formele wetgever.
Met toestemming van een formele wet, mogen ook lagere regelgevers strafbepalingen maken (Art. 1
lid 1 Sr). De wettelijke bepalingen die dit toestaan:
Art. 124 Gw.
Art. 150 Provw.
Art. 154 Gemw.
De lagere regelgevers mogen alleen geen strafbepalingen opstellen die misdrijven betreffen.
Leerdoel 2: Hoe komt de rechter tot zijn interpretatie van een wettelijke bepaling?
Niet voorbij gekomen in deze paragraaf.
Leerdoel 3: Hoe moet het artikel over diefstal worden geïnterpreteerd?
Zoals te zien in de arresten Runescape en Elektriciteit kan het woordje ‘enig goed’ uit het artikel van diefstal
heel breed geïnterpreteerd worden en is dit essentieel voor de kwalificatie van diefstal. Virtuele goederen zijn
dus ook goederen in de zin van Art. 310 Sr.
, Leerdoel 4: Wat betekent het legaliteitsbeginsel voor de interpretatie van de rechter van strafrechtelijke
bepalingen?
De strafrechter mag de uitleg van het strafrecht niet naar analogie redeneren, dus vergelijken. Het is
voor iedereen duidelijk welke bepalingen strafbaar zijn en hier moet de rechter zich ook aan houden.
Als er niet aan alle voorwaarden van de delictsomschrijving is voldaan, mag de rechter niks
veranderen en is er niet voldaan aan de wet.
Paragraaf 3: De grenzen van de wettelijke bevoegdheid
Leerdoel 1: Wat houdt het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel in?
Opsporingsambtenaren mogen iemand pas aan zijn kleding onderzoeken als er ernstige bezwaren
tegen de persoon bestaan en er een redelijk vermoeden is dat er een wapen bij de persoon aanwezig
is (Art. 52 lid 2 Sr).
Fouilleren mag pas als de verdachte al is aangehouden (Art. 56 Sv).
Aanhouden kan pas als sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit dat door de
verdachte is gepleegd.
Leerdoel 2: Hoe komt de rechter tot zijn interpretatie van een wettelijke bepaling?
Niet voorbij gekomen in deze paragraaf.
Leerdoel 3: Hoe moet het artikel over diefstal worden geïnterpreteerd?
Niet voorbij gekomen in deze paragraaf.
Leerdoel 4: Wat betekent het legaliteitsbeginsel voor de interpretatie van de rechter van strafrechtelijke
bepalingen?
Niet voorbij gekomen in deze paragraaf.
Boek 2: Juridische methoden, hoofdstuk 9 en 11
Hoofdstuk 9: Het oplossen van interpretatieproblemen
Leerdoel 1: Wat houdt het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel in?
Niet voorbij gekomen in dit hoofdstuk.
Leerdoel 2: Hoe komt de rechter tot zijn interpretatie van een wettelijke bepaling?
Interpretatieregels
De hogere regel gaat boven de lagere regel (lex superior derogat legi inferiori).
De jongere regel gaat boven de oudere regel (lex posterior derogat legi priori).
De bijzondere regel gaat boven de algemene regel (lex specialis derogat legi generali).
Evaluatieve normen: open begrippen die veel in het recht worden gebruikt, waardoor de rechter
interpretatievrijheid heeft om deze in te vullen.
Leemte in het recht: de rechter moet een rechtsregel (re)construeren voordat er een beslissing
genomen kan worden. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van twee soorten redeneringen:
1. Analogieredenering: er is een geval waar geen directe oplossing voor is. Er wordt hierbij gekeken
naar een vergelijkbaar geval waar wel een oplossing voor is. De oplossing voor het vergelijkbare
geval wordt dan toegepast op deze waar geen oplossing voor was. Op deze manier heeft de
rechter een rechtsregel gereconstrueerd.
2. A contrarioredenering: er is een geval waar geen directe oplossing voor is. Er wordt hierbij
gekeken naar een tegengesteld geval aan deze, waar wel een oplossing voor is. Door te kijken
naar het tegenovergestelde, kan de rechter zien wat er in ieder geval niet van toepassing is op dit
geval.
Interpretatiemethoden