Korte samenvatting ontwikkelingspsychologie
Hoofdstukken 1,2,4,5,6,7,8,9,10,11,12,13,14,15
Hoofdstuk 1
Developmental psychology: een werkveld dat de veranderingen in iemands cognitieve en
sociale capaciteiten wil begrijpen en uitleggen.
Nature vs nurture wordt ook wel nativisme en empirisme genoemd
- Nativisme: het idee dat ontwikkeling komt door aangeboren factoren (genen)
- Empirisme: het idee dat ontwikkeling komt door externe factoren
- Continuous development: een patroon van ontwikkeling waarin
vaardigheden veranderen op een constante, smooth manier
- Discontinuous development: een patroon van ontwikkeling
waarin plotselinge veranderingen plaatsvinden, wat resulteert in
bepaalde periodes van bepaalde ontwikkelingen
Critical period: een periode in de ontwikkeling waarin specifieke ervaringen nodig zijn voor
het goed ontwikkelen van een bepaald iets (lopen, eten)
Domain-general development: het idee dat ontwikkeling een impact kan
hebben op een groot veld van vaardigheden
Domain-specific development: het idee dat de ontwikkeling van
verschillende vaardigheden afzonderlijk gebeurd en een kleine impact
heeft op de vaardigheden van andere domeinen
Hoofdstuk 2
John Locke: kinderen zijn geboren als een tabula rasa (lege pagina) en suggereert dat omdat
kleine kinderen nog niets van de wereld hebben kunnen leren, zij nog niets weten.
Behaviorisme: een tak van de psychologie die prominent was in het begin van de 20e eeuw.
Het benadrukt de rol van leren in het gedrag van mensen.
Er zijn twee manieren van leren die worden benadrukt
1. Klassieke conditionering (een manier van leren waarbij twee stimuli herhaaldelijk
samen voorkomen totdat individuen op een onbekende stimulus hetzelfde reageren als
op de bekende stimulus. Pavlov)
2. Operante conditionering (een manier van leren waarbij nieuw gedrag wordt
aangeleerd in reactie op een specifieke stimulus. Het gebeurt door het manipuleren van
de consequentie van gedrag)
Volgens Freud verloopt de ontwikkeling van de persoonlijkheid in 5 fases:
Hoofdstukken 1,2,4,5,6,7,8,9,10,11,12,13,14,15
Hoofdstuk 1
Developmental psychology: een werkveld dat de veranderingen in iemands cognitieve en
sociale capaciteiten wil begrijpen en uitleggen.
Nature vs nurture wordt ook wel nativisme en empirisme genoemd
- Nativisme: het idee dat ontwikkeling komt door aangeboren factoren (genen)
- Empirisme: het idee dat ontwikkeling komt door externe factoren
- Continuous development: een patroon van ontwikkeling waarin
vaardigheden veranderen op een constante, smooth manier
- Discontinuous development: een patroon van ontwikkeling
waarin plotselinge veranderingen plaatsvinden, wat resulteert in
bepaalde periodes van bepaalde ontwikkelingen
Critical period: een periode in de ontwikkeling waarin specifieke ervaringen nodig zijn voor
het goed ontwikkelen van een bepaald iets (lopen, eten)
Domain-general development: het idee dat ontwikkeling een impact kan
hebben op een groot veld van vaardigheden
Domain-specific development: het idee dat de ontwikkeling van
verschillende vaardigheden afzonderlijk gebeurd en een kleine impact
heeft op de vaardigheden van andere domeinen
Hoofdstuk 2
John Locke: kinderen zijn geboren als een tabula rasa (lege pagina) en suggereert dat omdat
kleine kinderen nog niets van de wereld hebben kunnen leren, zij nog niets weten.
Behaviorisme: een tak van de psychologie die prominent was in het begin van de 20e eeuw.
Het benadrukt de rol van leren in het gedrag van mensen.
Er zijn twee manieren van leren die worden benadrukt
1. Klassieke conditionering (een manier van leren waarbij twee stimuli herhaaldelijk
samen voorkomen totdat individuen op een onbekende stimulus hetzelfde reageren als
op de bekende stimulus. Pavlov)
2. Operante conditionering (een manier van leren waarbij nieuw gedrag wordt
aangeleerd in reactie op een specifieke stimulus. Het gebeurt door het manipuleren van
de consequentie van gedrag)
Volgens Freud verloopt de ontwikkeling van de persoonlijkheid in 5 fases: