Week 2 Verschillende schuldeisers, zekerheden en Fiscus
HR 28 september 1990 ‘De Ranitz q.q./Ontvanger’ p. 125 e.v.
Essentie Boedelschulden, negatieve boedel
Rechtsvraag Hoe moet worden omgegaan met een negatieve boedel?
Rechtsregel Indien het actief van de boedel niet toereikend is om alle boedelschulden te voldoen,
moeten die schulden in beginsel naar evenredigheid van de omvang van elke schuld
worden voldaan, behoudens de daarvoor geldende wettelijke redenen van voorrang. Dit
laatste is niet alleen van belang voor de voorrechten van de Ontvanger en het UWV, maar
bepaalt ook de rang die toekomt aan hetgeen in geval van faillissement kan gelden als
kosten van executie en vereffening die zijn gemaakt, en vooraf uit de opbrengst moeten
worden voldaan, teneinde de “netto-opbrengst” te verkrijgen, die onder de daarvoor in
aanmerking komende schuldeisers moet worden verdeeld. Onder die kosten vallen in elk
geval het salaris en de verschotten van curator, zoals ook strookt met art. 250. (r.o. 3.5)
HR 5 september 1997 ‘Ontvanger/Hamm q.q.’ p. 344 e.v.
Essentie Onverschuldigde betaling, onmiskenbare vergissing
Feiten Nadat Wolfson BV failliet was verklaard, stuurde de Ontvanger ten gevolge van een
vergissing een brief naar Wolfson dat zij recht had op teruggave van belasting en/of
premie tot een bedrag van f 12.069. De curator weigerde vervolgens om het bedrag terug
te betalen. Voorts was sprake was een negatieve boedel.
Rechtsvraag Hoe moet de curator handelen wanneer een derde tijdens het faillissement bij vergissing
een niet aan de gefailleerde verschuldigd bedrag aan de gefailleerde of aan de curator
betaalt?
Rechtsregel De HR maakt onderscheid tussen 2 situaties (r.o. 3.4):
Vóór faillietverklaring is aan schuldenaar onverschuldigd betaald
De vordering van degene die onverschuldigd had betaald moet ingevolge 3:278 BW
worden aangemerkt als een concurrente vordering, nu de wet aan vorderingen wegens
onverschuldigde betaling geen voorrecht verbindt en t.a.v. zulke vorderingen ook geen
andere gronden aangeeft waaruit voorrang zou voortvloeien.
Ná faillietverklaring is aan schuldenaar zonder rechtsgrond betaald
De terugbetalingsverplichting is een super preferente boedelvordering, als er geen
rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan die aanleiding gaf tot de betaling, en de
betaling slechts het gevolg is van een onmiskenbare vergissing. De curator handelt in een
dergelijk geval in overeenstemming met hetgeen in het maatschappelijk verkeer als
betamelijk wordt beschouwd door mee te werken aan het ongedaan maken van die
vergissing. De aard van deze verplichting brengt mee dat de curator haar z.s.m. behoort
na te komen, zonder de afwikkeling van de boedel af te wachten en met voorbijgaan van
aanspraken van andere boedelcrediteuren.
De verplichting om de onmiskenbare vergissing zo spoedig mogelijk te herstellen wordt
dus gebaseerd op de bijzondere positie van de curator. De curator is een beheerder en
vereffenaar van de boedel die in dat kader rekening behoort te houden met alle
gerechtvaardigde belangen. Het feit dat de wet aan dergelijke vorderingen geen voorrecht
verbindt wettigt niet dat de curator het als gevolg van een onmiskenbare vergissing
ontvangen bedrag toevoegt aan het actief van de boedel, en de vordering tot teruggave
behandelt als concurrente boedelvordering. Deze handelwijze zou leiden tot een verrijking
van de schuldeisers die hoger gerangschikt zijn dan de boedelcrediteur die bij vergissing
betaalde.
HR 7 juni 2002 ‘Komdeur q.q./Nationale Nederlanden’ p. 3 e.v. (reader)
Essentie Onverschuldigde betaling, geen onmiskenbare vergissing
Feiten Bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis zijn Smeets c.s. veroordeeld om aan de
curator een bedrag te voldoen. Smeets c.s. hebben uiteindelijk het bedrag aan de curator
betaald, maar wel onder protest. NN heeft als beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar dit
bedrag aan Smeets c.s. vergoed. Uiteindelijk werden de vorderingen van de curator
alsnog afgewezen. De curator weigert het betaalde bedrag te restitueren.
, Rechtsvraag Is de vordering o.g.v. de onverschuldigde betaling een bijzondere boedelvordering die
onmiddellijk (buiten de afwikkeling van de boedel om) en integraal dient te worden
betaald?
Rechtsregel Uitsluitend voor onverschuldigde betaling als gevolg van een onmiskenbare vergissing
heeft de HR in Ontvanger/Hamm q.q. een uitzondering aanvaard op de regel dat de
curator gerechtigd is het betaalde bedrag aan het actief v/d boedel toe te voegen, de
vordering tot teruggave van een gelijk bedrag als concurrente boedelvordering te
behandelen en op deze voet het betaalde bedrag ten profijte van de overige
(boedel)crediteuren aan te wenden.
De aan de curator gedane betaling was echter niet het gevolg van een onmiskenbare
vergissing en evenmin van een daarmee voor de toepassing van de Fw in dit verband op
één lijn te stellen oorzaak. Dus: nee, de vordering tot terugbetaling dient te worden
behandeld als concurrente boedelschuld. (r.o. 3.3)
HR 18 juni 2004 ‘Van Galen q.q./Circle Plastics’ p. 701 e.v.
Essentie Boedelschulden
Feiten Op datum van faillissement van huurster bevindt zich op het door huurster gehuurde
terrein een grote hoeveelheid verontreinigd landbouwplastic. De curator zegt de huurovk
ex art. 39 Fw op maar weigert het plastic te verwijderen. Verhuurster draagt daarvoor
vervolgens zelf zorg. De curator weigert de daaraan verbonden kosten als boedelschuld
aan te merken en aan verhuurster te vergoeden.
Rechtsvraag Is de ontruimingsverplichting die is ontstaan door de opzegging van de curator van de
huurovk een boedelschuld?
Rechtsregel Een verplichting die is ontstaan als gevolg van een door de curator t.b.v. de boedel
verrichte rechtshandeling als boedelschuld worden aangemerkt. Dit wordt niet anders
doordat de desbetreffende verplichting mede haar grond vindt in een al voor de
faillietverklaring bestaande rechtsverhouding. (r.o. 4.3) Dus: ja.
HR 8 juni 2007 ‘Van der Werff q.q./BLG’ p. 1123 e.v.
Essentie Onverschuldigde betaling, terugbetalingsverplichting
Feiten BLG is kredietverstrekker die tegen hypothecaire zekerheidsstelling leningen verstrekt.
Barelds & Pasman BV bemiddelt in financiering en heeft in juli 2001 voor BLG ter zake
van hypotheken bemiddeld. Op 17 juli 2001 wordt B&P failliet verklaard. Van 19 juli 2001
to 20 juli 2002 heeft BLG 20 betalingen verricht op het rekeningnummer van B&P. B&P
betoogt dat deze onverschuldigde betalingen haar een recht geven op onmiddellijke
voldoening uit de faillissementsboedel. De curator betwist dit, nu er wél een
rechtsverhouding tussen BLG en B&P bestaat of heeft bestaan die aanleiding gaf voor de
onverschuldigde betalingen aan de boedel.
Rechtsvraag Zijn de vorderingen van B&P concurrente boedelvorderingen of leiden diens vorderingen
tot terugbetalingsverplichtingen van de curator?
Rechtsregel De in Ontvanger/Hamm q.q. aangenomen terugbetalingsverplichting van de curator wordt
alleen aangenomen in het geval waarin tussen gefailleerde en degene die onverschuldigd
aan hem betaalde geen rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan, die tot de betaling
aanleiding gaf, en waarin de betaling slechts het gevolg is van een onmiskenbare
vergissing.
Nader gepreciseerd bestaat deze verplichting van de curator slechts wanneer geen
rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan die betaler, de gefailleerde of de curator
aanleiding kon geven te veronderstellen dat er (mogelijk) wèl een rechtsgrond aanwezig
was voor de betaling in kwestie. Dan valt immers voor geen van de betrokkenen te
miskennen dat de betaling bij vergissing is verricht, omdat duidelijk is dat zij bij gebreke
van enige rechtsverhouding noch voor gefailleerde noch voor curator bestemd was, dan
wel evident is dat de rechtsverhouding die wèl bestaat of heeft bestaan voor de betaling in
kwestie geen rechtsgrond kon opleveren.
Dat laatste zal zich in het bijzonder voordoen wanneer zonder meer duidelijk is dat de
betaling slechts betrekking kan hebben op een reeds door een eerdere betaling
tenietgegane schuld en er daarom geen twijfel over kan bestaan dat bij vergissing voor de
tweede maal dezelfde vordering is voldaan, of wanneer het betaalde bedrag zodanig
afwijkt van de schuld waarover de betaling betrekking heeft, dat daaruit zonder enige
twijfel kan worden afgeleid dat de betaling van dit bedrag op een verschrijving of andere
vergissing berust. (r.o. 3.3.3)
HR 28 september 1990 ‘De Ranitz q.q./Ontvanger’ p. 125 e.v.
Essentie Boedelschulden, negatieve boedel
Rechtsvraag Hoe moet worden omgegaan met een negatieve boedel?
Rechtsregel Indien het actief van de boedel niet toereikend is om alle boedelschulden te voldoen,
moeten die schulden in beginsel naar evenredigheid van de omvang van elke schuld
worden voldaan, behoudens de daarvoor geldende wettelijke redenen van voorrang. Dit
laatste is niet alleen van belang voor de voorrechten van de Ontvanger en het UWV, maar
bepaalt ook de rang die toekomt aan hetgeen in geval van faillissement kan gelden als
kosten van executie en vereffening die zijn gemaakt, en vooraf uit de opbrengst moeten
worden voldaan, teneinde de “netto-opbrengst” te verkrijgen, die onder de daarvoor in
aanmerking komende schuldeisers moet worden verdeeld. Onder die kosten vallen in elk
geval het salaris en de verschotten van curator, zoals ook strookt met art. 250. (r.o. 3.5)
HR 5 september 1997 ‘Ontvanger/Hamm q.q.’ p. 344 e.v.
Essentie Onverschuldigde betaling, onmiskenbare vergissing
Feiten Nadat Wolfson BV failliet was verklaard, stuurde de Ontvanger ten gevolge van een
vergissing een brief naar Wolfson dat zij recht had op teruggave van belasting en/of
premie tot een bedrag van f 12.069. De curator weigerde vervolgens om het bedrag terug
te betalen. Voorts was sprake was een negatieve boedel.
Rechtsvraag Hoe moet de curator handelen wanneer een derde tijdens het faillissement bij vergissing
een niet aan de gefailleerde verschuldigd bedrag aan de gefailleerde of aan de curator
betaalt?
Rechtsregel De HR maakt onderscheid tussen 2 situaties (r.o. 3.4):
Vóór faillietverklaring is aan schuldenaar onverschuldigd betaald
De vordering van degene die onverschuldigd had betaald moet ingevolge 3:278 BW
worden aangemerkt als een concurrente vordering, nu de wet aan vorderingen wegens
onverschuldigde betaling geen voorrecht verbindt en t.a.v. zulke vorderingen ook geen
andere gronden aangeeft waaruit voorrang zou voortvloeien.
Ná faillietverklaring is aan schuldenaar zonder rechtsgrond betaald
De terugbetalingsverplichting is een super preferente boedelvordering, als er geen
rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan die aanleiding gaf tot de betaling, en de
betaling slechts het gevolg is van een onmiskenbare vergissing. De curator handelt in een
dergelijk geval in overeenstemming met hetgeen in het maatschappelijk verkeer als
betamelijk wordt beschouwd door mee te werken aan het ongedaan maken van die
vergissing. De aard van deze verplichting brengt mee dat de curator haar z.s.m. behoort
na te komen, zonder de afwikkeling van de boedel af te wachten en met voorbijgaan van
aanspraken van andere boedelcrediteuren.
De verplichting om de onmiskenbare vergissing zo spoedig mogelijk te herstellen wordt
dus gebaseerd op de bijzondere positie van de curator. De curator is een beheerder en
vereffenaar van de boedel die in dat kader rekening behoort te houden met alle
gerechtvaardigde belangen. Het feit dat de wet aan dergelijke vorderingen geen voorrecht
verbindt wettigt niet dat de curator het als gevolg van een onmiskenbare vergissing
ontvangen bedrag toevoegt aan het actief van de boedel, en de vordering tot teruggave
behandelt als concurrente boedelvordering. Deze handelwijze zou leiden tot een verrijking
van de schuldeisers die hoger gerangschikt zijn dan de boedelcrediteur die bij vergissing
betaalde.
HR 7 juni 2002 ‘Komdeur q.q./Nationale Nederlanden’ p. 3 e.v. (reader)
Essentie Onverschuldigde betaling, geen onmiskenbare vergissing
Feiten Bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis zijn Smeets c.s. veroordeeld om aan de
curator een bedrag te voldoen. Smeets c.s. hebben uiteindelijk het bedrag aan de curator
betaald, maar wel onder protest. NN heeft als beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar dit
bedrag aan Smeets c.s. vergoed. Uiteindelijk werden de vorderingen van de curator
alsnog afgewezen. De curator weigert het betaalde bedrag te restitueren.
, Rechtsvraag Is de vordering o.g.v. de onverschuldigde betaling een bijzondere boedelvordering die
onmiddellijk (buiten de afwikkeling van de boedel om) en integraal dient te worden
betaald?
Rechtsregel Uitsluitend voor onverschuldigde betaling als gevolg van een onmiskenbare vergissing
heeft de HR in Ontvanger/Hamm q.q. een uitzondering aanvaard op de regel dat de
curator gerechtigd is het betaalde bedrag aan het actief v/d boedel toe te voegen, de
vordering tot teruggave van een gelijk bedrag als concurrente boedelvordering te
behandelen en op deze voet het betaalde bedrag ten profijte van de overige
(boedel)crediteuren aan te wenden.
De aan de curator gedane betaling was echter niet het gevolg van een onmiskenbare
vergissing en evenmin van een daarmee voor de toepassing van de Fw in dit verband op
één lijn te stellen oorzaak. Dus: nee, de vordering tot terugbetaling dient te worden
behandeld als concurrente boedelschuld. (r.o. 3.3)
HR 18 juni 2004 ‘Van Galen q.q./Circle Plastics’ p. 701 e.v.
Essentie Boedelschulden
Feiten Op datum van faillissement van huurster bevindt zich op het door huurster gehuurde
terrein een grote hoeveelheid verontreinigd landbouwplastic. De curator zegt de huurovk
ex art. 39 Fw op maar weigert het plastic te verwijderen. Verhuurster draagt daarvoor
vervolgens zelf zorg. De curator weigert de daaraan verbonden kosten als boedelschuld
aan te merken en aan verhuurster te vergoeden.
Rechtsvraag Is de ontruimingsverplichting die is ontstaan door de opzegging van de curator van de
huurovk een boedelschuld?
Rechtsregel Een verplichting die is ontstaan als gevolg van een door de curator t.b.v. de boedel
verrichte rechtshandeling als boedelschuld worden aangemerkt. Dit wordt niet anders
doordat de desbetreffende verplichting mede haar grond vindt in een al voor de
faillietverklaring bestaande rechtsverhouding. (r.o. 4.3) Dus: ja.
HR 8 juni 2007 ‘Van der Werff q.q./BLG’ p. 1123 e.v.
Essentie Onverschuldigde betaling, terugbetalingsverplichting
Feiten BLG is kredietverstrekker die tegen hypothecaire zekerheidsstelling leningen verstrekt.
Barelds & Pasman BV bemiddelt in financiering en heeft in juli 2001 voor BLG ter zake
van hypotheken bemiddeld. Op 17 juli 2001 wordt B&P failliet verklaard. Van 19 juli 2001
to 20 juli 2002 heeft BLG 20 betalingen verricht op het rekeningnummer van B&P. B&P
betoogt dat deze onverschuldigde betalingen haar een recht geven op onmiddellijke
voldoening uit de faillissementsboedel. De curator betwist dit, nu er wél een
rechtsverhouding tussen BLG en B&P bestaat of heeft bestaan die aanleiding gaf voor de
onverschuldigde betalingen aan de boedel.
Rechtsvraag Zijn de vorderingen van B&P concurrente boedelvorderingen of leiden diens vorderingen
tot terugbetalingsverplichtingen van de curator?
Rechtsregel De in Ontvanger/Hamm q.q. aangenomen terugbetalingsverplichting van de curator wordt
alleen aangenomen in het geval waarin tussen gefailleerde en degene die onverschuldigd
aan hem betaalde geen rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan, die tot de betaling
aanleiding gaf, en waarin de betaling slechts het gevolg is van een onmiskenbare
vergissing.
Nader gepreciseerd bestaat deze verplichting van de curator slechts wanneer geen
rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan die betaler, de gefailleerde of de curator
aanleiding kon geven te veronderstellen dat er (mogelijk) wèl een rechtsgrond aanwezig
was voor de betaling in kwestie. Dan valt immers voor geen van de betrokkenen te
miskennen dat de betaling bij vergissing is verricht, omdat duidelijk is dat zij bij gebreke
van enige rechtsverhouding noch voor gefailleerde noch voor curator bestemd was, dan
wel evident is dat de rechtsverhouding die wèl bestaat of heeft bestaan voor de betaling in
kwestie geen rechtsgrond kon opleveren.
Dat laatste zal zich in het bijzonder voordoen wanneer zonder meer duidelijk is dat de
betaling slechts betrekking kan hebben op een reeds door een eerdere betaling
tenietgegane schuld en er daarom geen twijfel over kan bestaan dat bij vergissing voor de
tweede maal dezelfde vordering is voldaan, of wanneer het betaalde bedrag zodanig
afwijkt van de schuld waarover de betaling betrekking heeft, dat daaruit zonder enige
twijfel kan worden afgeleid dat de betaling van dit bedrag op een verschrijving of andere
vergissing berust. (r.o. 3.3.3)