Studentnummer: 2507826
Vak: Project criminologie
Docent: Joris Beijers
Datum: 3 november 2012
Aantal woorden: 2078
Inleiding
, Berichtgeving over zedendelinquenten is aan de orde van de dag, de zaken van Robert M. en
Benno L. hebben dan ook landelijke bekendheid. Dit is natuurlijk te verklaren vanuit het
ingrijpende karakter van deze categorie delicten. Nou staan hier niet de volwassen
zedendelinquenten centraal, maar de jeugdigen, zij vormen immers een aparte groep binnen
deze categorie delinquenten. Uit officiële publicaties van politie en justitie in Amerika en uit
onderzoek van Bruinsma (1996) blijkt dat 20% tot 40% van de verkrachtingen wordt begaan
door minderjarigen.
De vraag die in deze paper centraal staat is: Wat zijn de kenmerken van jeugdige
zedendelinquenten?
Het antwoord op de vraag zal door middel van literatuuronderzoek gezocht worden.
De zedenmisdrijven zijn geregeld in de artikelen 239 tot en met 250 van het Wetboek van
Strafrecht. De centrale artikelen in deze paper zijn verkrachting (artikel 242 Sr.) en
aanranding (artikel 246 Sr.). De kenmerken van de jeugdige zedendelinquenten die hier
centraal staan, zullen dan ook gaan over hen die (één van) deze delicten hebben gepleegd. Het
gaat zowel om solistische acties als groepsacties.
De jeugdige zedendelinquent die hier centraal staat bevindt zich in de leeftijdscategorie van
twaalf tot achttien jaar.
Allereerst zullen de sociaaldemografische kenmerken aan de orde komen, vervolgens wordt
gekeken naar de modus operandi, daarna komen de bepalende factoren in het gezin aan de
orde en als laatste wordt gekeken naar de (persoonlijkheids)kenmerken en ontwikkeling van
de jongere zelf. Het geheel zal afgesloten worden met een conclusie.
1. Sociaal-demografische kenmerken van de jeugdige zedendelinquent
In deze paragraaf staan de sociaaldemografische kenmerken van de jeugdige zedendelinquent
centraal. Deze zullen worden bekeken aan de hand van geslacht, leeftijd, economische positie,
etniciteit en school- en werkprestaties.
Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek over jeugdige zedendelinquenten in
de periode van 2007 tot en met 2010, blijkt dat er meer jongens dan meisjes betrokken zijn bij
seksuele delicten. Zo is in 2007 96.3% van de seksuele delicten door jongens gepleegd. In
2010 is dit percentage zelfs gestegen naar 96.7%.
Deze getallen dekken niet de volledige 100% dit komt doordat er ook sprake kan zijn van
schennis van de eerbaarheid, maar dat is in deze analyse achterwege gelaten.
Geregistreerde minderjarige verdachten in Nederland gespecificeerd naar seksuele delicten.