6,2 Fascisme en nationaalsocialisme.
Mussolini en het fascisme.
Italië behoorde tot de overwinaars van de Eerste wereldoorlog en hoopte
op veel gebiedsuitbreiding. Dit kregen ze niet, ook door dat de economie
slecht ging was er ontevredenheid onder de bevolking. De zwarthemden
bestreden de communisten en de stakers en wilden een sterke man aan
de macht. In 1921 richtten de zwarthemden de Fascistische Partij op,
met Benito Mussolini als leider. Na de machtsovername van Mussolini in
1922 ontwikkelde het fascisme zicht tot een ideologie. Mussolini die zich
Il Duce liet noemen veranderde in Italië een totalitaire samenleving.
Hitlers poging tot staatgreep.
De democratische regering van de Republiek van Weinar kon Duitsland
niet redden. Na de overname van Mussolini in Italië probeerde Hitler
hetzelfde te doen in Duitsland. In 1923 deed hij samen met enkele
honderden aanhangers een poging tot de staatgreep in München.
Hitlers ideologie.
Hitler legde zijn plannen voor Duitsland vast in een boek. Het fascisme van
Mussolini diende als inspiratie. Hitlers ideologie, het nationaalsocialisme, had
een element extra: racisme. Als het ene ras gebied verovert van het andere
ras, wordt dat andere ras zwakker, doordat het minder ruimte heeft. Die ruimte
noemde Hitler Lebensraum. Zonder lebensraum geen landbouwgrond, geen
brandstof, geen woonruimte. Dit was dus heel belangrijk voor een ras. Noord
en West Europeanen waren nazi’s. De mensen in Oost-Europa behoorde tot
het Slavische ras. Deze rassenleer is een belangrijke element van het
nationaalsocialisme. Volgend Hitler was het Joodse deel van de Duitse
bevolking erop uit om alle macht en rijkdom te pakken. Ze wilden de Joden uit
de samenleving verdwijnen. Om hun opvattingen te verspreiden, organiseerde
de nazi’s massabijeenkomsten en maakten ze gebruik van massamedia.
Hierdoor kwamen ze in 1933 aan de macht.
, 6,3 Duitsland op weg naar oorlog.
Na de machtsovernamen in 1933 van Hitler zette hij direct een
herbewapeningsprogamma in, ook voerde hij de dienst plicht in. Dit was
tegen het Verdrag van Versailes. Frankrijk en Groot-Brittannië
protesteerden maar deden niks. Duistland en Italië sloten een
vriendschapsverdrag. In 1936 liet Hitler Duitse soldaten het Rijnland in
marcheren. In 1938 richtte Hitler zich op zijn politiek van Heim ins Reich.
Gebieden buiten Duitsland waarin de bevolking Duits sprak, moesten
deel gaan uitmaken van het Duitse rijk. Oostenrijk was makkelijk over te
halen om hun te laten aansluiten bij het Duitse rijk. Ook Sudentenland en
Tsjechoslowakije volgde erna. Hitler liet zich niet tegenhouden door de
Britse appeasement-politiek.
De Duitse Blitzkrieg.
Hitler wilde nog meer uitbreiden richting Polen. Hij wist dat een Duitse
inval onacceptabel zou zijn voor die andere buurman van Polen: De
Sovjet-Unie van Stalin. Daarom sloot Hitler een niet-aanvalsverdrag met
Stalin. Hierna viel Duitsland Polen binnen op 1 september 1939. Voor
Groot-Brittannië en Frankrijk was de maat vol, ze verklaarden Duistland
de oorlog. Dit was het begin van de tweede wereldoorlog. In het voorjaar
van 1940 veroverden Duitse legers in een blitzkrieg Denemarken,
Noorwegen en vervolgens Duitsland. In de herfst van 1940 begon
Duitsland een grote aanval op Groot-Brittannië. Eerst moest de Britse
luchtmacht verslagen worden: de royal Air Force.
Mussolini en het fascisme.
Italië behoorde tot de overwinaars van de Eerste wereldoorlog en hoopte
op veel gebiedsuitbreiding. Dit kregen ze niet, ook door dat de economie
slecht ging was er ontevredenheid onder de bevolking. De zwarthemden
bestreden de communisten en de stakers en wilden een sterke man aan
de macht. In 1921 richtten de zwarthemden de Fascistische Partij op,
met Benito Mussolini als leider. Na de machtsovername van Mussolini in
1922 ontwikkelde het fascisme zicht tot een ideologie. Mussolini die zich
Il Duce liet noemen veranderde in Italië een totalitaire samenleving.
Hitlers poging tot staatgreep.
De democratische regering van de Republiek van Weinar kon Duitsland
niet redden. Na de overname van Mussolini in Italië probeerde Hitler
hetzelfde te doen in Duitsland. In 1923 deed hij samen met enkele
honderden aanhangers een poging tot de staatgreep in München.
Hitlers ideologie.
Hitler legde zijn plannen voor Duitsland vast in een boek. Het fascisme van
Mussolini diende als inspiratie. Hitlers ideologie, het nationaalsocialisme, had
een element extra: racisme. Als het ene ras gebied verovert van het andere
ras, wordt dat andere ras zwakker, doordat het minder ruimte heeft. Die ruimte
noemde Hitler Lebensraum. Zonder lebensraum geen landbouwgrond, geen
brandstof, geen woonruimte. Dit was dus heel belangrijk voor een ras. Noord
en West Europeanen waren nazi’s. De mensen in Oost-Europa behoorde tot
het Slavische ras. Deze rassenleer is een belangrijke element van het
nationaalsocialisme. Volgend Hitler was het Joodse deel van de Duitse
bevolking erop uit om alle macht en rijkdom te pakken. Ze wilden de Joden uit
de samenleving verdwijnen. Om hun opvattingen te verspreiden, organiseerde
de nazi’s massabijeenkomsten en maakten ze gebruik van massamedia.
Hierdoor kwamen ze in 1933 aan de macht.
, 6,3 Duitsland op weg naar oorlog.
Na de machtsovernamen in 1933 van Hitler zette hij direct een
herbewapeningsprogamma in, ook voerde hij de dienst plicht in. Dit was
tegen het Verdrag van Versailes. Frankrijk en Groot-Brittannië
protesteerden maar deden niks. Duistland en Italië sloten een
vriendschapsverdrag. In 1936 liet Hitler Duitse soldaten het Rijnland in
marcheren. In 1938 richtte Hitler zich op zijn politiek van Heim ins Reich.
Gebieden buiten Duitsland waarin de bevolking Duits sprak, moesten
deel gaan uitmaken van het Duitse rijk. Oostenrijk was makkelijk over te
halen om hun te laten aansluiten bij het Duitse rijk. Ook Sudentenland en
Tsjechoslowakije volgde erna. Hitler liet zich niet tegenhouden door de
Britse appeasement-politiek.
De Duitse Blitzkrieg.
Hitler wilde nog meer uitbreiden richting Polen. Hij wist dat een Duitse
inval onacceptabel zou zijn voor die andere buurman van Polen: De
Sovjet-Unie van Stalin. Daarom sloot Hitler een niet-aanvalsverdrag met
Stalin. Hierna viel Duitsland Polen binnen op 1 september 1939. Voor
Groot-Brittannië en Frankrijk was de maat vol, ze verklaarden Duistland
de oorlog. Dit was het begin van de tweede wereldoorlog. In het voorjaar
van 1940 veroverden Duitse legers in een blitzkrieg Denemarken,
Noorwegen en vervolgens Duitsland. In de herfst van 1940 begon
Duitsland een grote aanval op Groot-Brittannië. Eerst moest de Britse
luchtmacht verslagen worden: de royal Air Force.